Commissie ontvangt geen schriftelijke verklaring cliënte: klaagster niet-ontvankelijk verklaard

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Verpleging Verzorging en Geboortezorg    Categorie: (Niet) Ontvankelijkheid    Jaartal: 2022
Soort uitspraak: niet-ontvankelijkverklaring   Uitkomst: niet-ontvankelijk   Referentiecode: 47671/111121

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over

De klaagster heeft een klacht ingediend omdat de zorgaanbieder haar niet voldoende informeert over de medische informatie van de cliënte. Volgens de zorgaanbieder is de klaagster niet bevoegd om deze informatie te krijgen omdat de cliënte hiervoor geen duidelijke toestemming heeft gegeven aan de zorgaanbieder. De commissie heeft de klaagster en haar broer twee weken de tijd gegeven om een verklaring te regelen van de cliënte waarin zij schriftelijk toestemming geeft aan de zorgaanbieder om haar medische gegevens te delen. Omdat de commissie de verklaring niet heeft ontvangen wordt de klaagster niet-ontvankelijk verklaart in haar klacht.

Volledige uitspraak

In het geschil tussen

[Klaagster], namens [cliënte], wonende te [woonplaats]

en

Florence, gevestigd te Rijswijk ZH
(hierna te noemen: de zorgaanbieder)
gemachtigde: [naam].

Behandeling van het geschil
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Verpleging Verzorging en Geboortezorg (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 18 januari 2022 te Utrecht.

Partijen zijn tijdig en behoorlijk opgeroepen ter zitting te verschijnen.

Partijen hebben via een zoom-verbinding hun standpunt toegelicht.

Naast cliënte waren klaagster en haar broer aanwezig.

De zorgaanbieder werd vertegenwoordigd door [naam], manager zorg, [naam], verpleegkundige, en [naam], gemachtigde.

Onderwerp van het geschil
De klacht betreft de zorgverlening aan cliënte en de communicatie met en bejegening van klaagster door de zorgaanbieder.

Beoordeling van de ontvankelijkheid
De commissie dient eerst te beoordelen of cliënte ontvankelijk is, nu de zorgaanbieder in zijn verweerschrift van 24 augustus 2021 uitdrukkelijk een beroep heeft gedaan op de niet ontvankelijkheid van klaagster terzake van de klacht die ziet op de zorgverlening aan cliënte en onbevoegdheid van de commissie terzake van de klacht die betrekking heeft op communicatie met en bejegening van klaagster.

De commissie overweegt als volgt.

Ingevolge artikel 3 van het reglement heeft de commissie tot taak alle geschillen tussen cliënt en zorgaanbieder te beslechten, waarbij als cliënt wordt aangemerkt de natuurlijke persoon die een geschil heeft met een zorgaanbieder alsmede de vertegenwoordiger van een cliënt in de zin van de Wet Kwaliteit, klachten en geschillen zorg (artikel 1).

Ter zitting heeft de zorgaanbieder met klem betwist dat klaagster bevoegd is om kennis te nemen van medische informatie over cliënte omdat cliënte hierover telkens niet eenduidig is richting de zorgaanbieder. De commissie heeft ter zitting vastgesteld dat er geen schriftelijke verklaring is overgelegd waaruit blijkt dat de cliënte aan klaagster toestemming heeft gegeven om namens haar in deze specifieke procedure op te treden en in die hoedanigheid kennis te nemen van medische informatie over cliënte. Hoewel cliënte tijdens de zitting op enig moment kort digitaal aanwezig was, heeft zij naar het oordeel van de commissie onvoldoende duidelijk kunnen maken of zij deze tweeledige toestemming geeft aan klaagster.
Vanwege deze onduidelijkheid heeft de commissie de behandeling aangehouden en klaagster en haar broer in de gelegenheid gesteld om binnen twee weken na 18 januari 2022 een voldoende gespecificeerde en op dit geschil gerichte schriftelijke verklaring van cliënte te overleggen waarin zij klaagster machtigt om namens haar de geschillenprocedure aanhangig te maken en waarin zij toestemming geeft aan de zorgaanbieder om haar medische gegevens met klaagster en haar broer te delen. De broer van klaagster, die richting de zorgaanbieder als eerste contactpersoon optreedt, dient eveneens hiervoor toestemming te geven. Eerst indien aan deze vereisten is voldaan zal de commissie de zaak inhoudelijk behandelen. In de genoemde periode van twee weken heeft de commissie geen verklaring van cliënte ontvangen. Nu de commissie niet binnen de gestelde termijn de volmacht van cliënte heeft ontvangen, zal zij klaagster niet ontvankelijk verklaren in haar klacht. Daarbij overweegt de commissie dat klaagster, vanwege het ontbreken van deze volmacht, niet namens cliënte een klacht kan indienen bij de commissie.

Voor zover de klacht zich richt op de communicatie met en bejegening van klaagster door de zorgaanbieder, acht de commissie zich onder verwijzing naar het hiervoor genoemde artikel 3 van het reglement onbevoegd. Het betreft hier immers geen geschil tussen cliënte en de zorgaanbieder, maar tussen klaagster en de zorgaanbieder.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie:

– verklaart klaagster niet ontvankelijk in haar klacht voor zover deze ziet op de zorgverlening aan cliënte;

– verklaart zich onbevoegd ten aanzien van de klacht voor zover die zich richt op de communicatie met en bejegening van klaagster door de zorgaanbieder.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Verpleging Verzorging en Geboortezorg, bestaande uit mevrouw mr. S.W.M. Speekenbrink, voorzitter, mevrouw mr. N. Jacobs, de heer mr. P.C. de Klerk, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. W. Hartong van Ark, secretaris, op 18 januari 2022.