Commissie oordeelt deels in voordeel consument over verbouwingskosten

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Verbouwingen en nieuwbouw    Categorie: Meerwerk/Minderwerk    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: bindend advies na tussen advies   Uitkomst: ten dele gegrond   Referentiecode: 471252/502965

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Een consument had een conflict met een aannemer over extra kosten bij een verbouwing van zijn woning. De consument vond dat hij onterecht moest betalen voor meerwerk dat niet vooraf was afgesproken, zoals bij elektra, verwarming en plafonds. De aannemer vond dat het werk wel terecht was gefactureerd. De Geschillencommissie bekeek de situatie en oordeelde dat de klachten over het ontstoppen van het riool en de verwarmingsinstallatie gegrond zijn, en dat de klacht over de elektra deels gegrond is. De overige klachten, zoals over vensterbanken, isolatie en plafonds, zijn ongegrond. Omdat nog niet duidelijk is hoeveel geld precies betaald moet worden voor de gegronde klachten, vraagt de commissie beide partijen om extra informatie. Daarna zal een definitieve uitspraak volgen over de verdeling van het bedrag van €28.708,75 dat tijdelijk bij de commissie is gestort.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft door de ondernemer in rekening gebrachte kosten voor diverse Verbouwingswerkzaamheden aan de woning van de consument. Het nog openstaande bedrag van €28.708,75 is bij de Geschillencommissie in depot gestort.

Behandeling van het geschil

Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij wege van bindend advies te laten beslechten door de Geschillencommissie Verbouwingen en Nieuwbouw (hierna te noemen: de commissie)

De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

Op 18 oktober 2024 heeft te Den Haag de mondelinge behandeling van het geschil door de commissie plaatsgevonden. Beide partijen zijn ter zitting verschenen en hebben hun standpunten nader toegelicht. De consument is in persoon verschenen vergezeld van de gemachtigde. De ondernemer werd ter zitting vertegenwoordigd door de heren (namen) bijgestaan door de gemachtigde.

Standpunt van de consument

In de kern komt het standpunt van de consument op het volgende neer.

De consument heeft op 5 november 2023 de aanneemovereenkomst met de ondernemer getekend. De totale aanneemsom bedroeg € 137.250,–.

De consument is tevreden over de kwaliteit van het geleverde werk. De ondernemer vorderde aanvankelijk een openstaand bedrag van € 28.708,75. De ondernemer heeft zijn vordering inmiddels teruggebracht tot € 26.500, — inclusief BTW. Volgens de consument betreft dit naast een aantal onterecht aan hem doorbelaste kleine posten met name de overschrijdingen van de stelposten/richtprijzen voor de posten elektra, de verwarmingsinstallatie en het vernieuwen van de plafonds op de begane grond en de eerste verdieping. Vlak na de start is de projectleider ontslagen. Volgens de consument zijn de werkzaamheden daarna zonder de noodzakelijke, althans minimale begeleiding uitgevoerd. Dit heeft geleid tot een gebrek aan toezicht en ondersteuning op zowel de uitvoering als de financiën. Er zou tweewekelijks een overzicht worden gegeven van de stand van de geboekte stelposten, alsmede een weekrapportage van de uitgevoerde werkzaamheden. Dit heeft niet volgens de afspraak plaatsgevonden. De werkzaamheden zijn niet in regie uitgevoerd.

De consument stelt voor alleen dat meerwerk te betalen waarvoor hij volgens de COVO-artikel 8 lid 1 de aannemer vooraf een schriftelijke of elektronische prijsopgave heeft ontvangen waar de consument schriftelijk mee akkoord is gegaan. Hij is bereid een overschrijding van de stelposten elektra en verwarming te accepteren van maximaal 10% van de getekende begroting. Later door hem akkoord gegeven meerwerk valt hierbuiten.

De consument is niet bereid en gehouden tot betaling van het resterende bedrag van € 26.500,– over te gaan. Er is door de ondernemer in strijd gehandeld met de aanneemovereenkomst en de wet- en regelgeving. Er is nimmer toestemming gegeven door de consument op meerwerkfacturen, anders dan waar hij extra werkzaamheden zelf heeft aangevoerd en waarvan hij redelijkerwijs had behoren te weten dat dit niet tot de opdracht behoorde.

Het geschil betreft de volgende posten (bedragen zoals door de consument ter zitting genoemd; ex BTW, tenzij anders vermeld):

Stelposten/ meerwerk Verschil (ten onrechte in rekening gebracht) Opmerking consument
1.      Factuur MM05 intimmeren badomtimmering 110

(146,41 incl. BTW en opslag)

De ondernemer is er ten onrechte van uitgegaan dat er sprake was van een vrijstaand bad en heeft hiervoor meerwerk gefactureerd. Er is geen mededeling gedaan dat de werkzaamheden onder meerwerk zouden vallen.
2.      Factuur MM05

Trapluik t.b.v. vloerverwarmer

verdeler

 

110

(146,41 incl. BTW en opslag)

Bij de eerste rondgang voor het aangaan van de overeenkomst is het trapluik al besproken. Op de laatste dag van de werkzaamheden heeft de ondernemer gevraagd of de trap afgetimmerd moest worden. Dat sprak voor de consument voor zich en betrof geen meerwerk omdat dit al besloten lag in de opdracht.
3.      Factuur MM06

Vensterbanken

246,24

(incl. BTW en opslag)

In de aanneemsom was 20 meter vensterbank overeengekomen. Er is 17 meter gebruikt.
4.      Factuur MM08

Extra kosten dikkere isolatie

389,32 (incl. BTW en opslag) Er is een dikte van 40cm begroot en geoffreerd. De consument heeft ingestemd met extra schuimbeton als gevolg van een diepere kruipruimte. Er is hem geen keuze in kwaliteit geboden. Consument heeft nu betaald voor een dikte van 40cm. De 10cm verschil dient verrekend te worden.
5.      Factuur MM 12

Arbeid ontstoppen riool

275 (366,03 incl. BTW en opslag)

 

 

Het toilet is tijdens de bouw verstopt geraakt, maar werd alleen door de ondernemer en zijn onderaannemers gebruikt. Op grond van art. 5 lid 9 COVO is de ondernemer verantwoordelijk voor deze kosten.
6.      Factuur MM10

Elektra

8.739,12 (incl. BTW en opslag) Veel hoger dan begroot, terwijl het werk bijna volledig conform getekende begroting (lichtplan) is uitgevoerd. Werkzaamheden op voorstel van de ondernemer uitgevoerd door een onderaannemer die goedkoper zou zijn dan opgave (onderaannemer). Offerte was voor basisinstallatie en marktconform. Er is alleen een stekker voor een dakraam en een elektra aansluiting op de zijgevel bijgekomen. Dat was meerwerk. De rest was al bekend. Er was geen regie afgesproken.
7.      Verwarmings-

installatie

6.368,84 + 565,39 = 6.934,23 (incl. BTW en opslag)

 

 

Veel hoger dan begroot, terwijl het werk bijna volledig cf getekende begroting is uitgevoerd. In de begroting staat dat al het leidingwerk zal worden vervangen. Volgens ondernemer uitsluitend in het zicht zijnde leidingwerk. Niet schriftelijk vastgelegd.
8.      Factuur MM17

Gevelconstructie

3.001,41 (incl. BTW en opslag) Werkzaamheden waren in week 8 afgerond, maar zijn tot week 11 gefactureerd. Uren zijn eenzijdig door de ondernemer gewijzigd. Niet te achterhalen of de wijziging daadwerkelijk juist is. De consument heeft akkoord gegeven op een vaste prijs.
9. Plafonds 13.941,11 (incl. BTW en opslag) Zonder vooraf gegeven prijsopgave uitgevoerd. Van meet af aan was duidelijk dat de plafonds eruit moesten. Dit is al voorafgaand aan de start verbouwing tijdens de rondgang in oktober en ook tijdens het sloopwerk in november meermalen met de aannemer besproken. Het werk is in opdracht van de consument uitgevoerd, maar wel binnen de getekende opdracht en niet als meerwerk. De ondernemer heeft bij het geven van de mondelinge opdracht niet gezegd dat dit meerwerk was.

Standpunt van de ondernemer

In de kern komt het standpunt van de ondernemer op het volgende neer. De ondernemer betwist de stellingen van de consument.

De overeenkomst is door de ondernemer op 6 november 2023 getekend. De ondernemer is het oneens met het voorstel van de consument. Ter discussie staat volgens de ondernemer een bedrag van € 26.736,98 exclusief BTW en opslagen.

Stelposten / meerwerk Opmerking ondernemer
1.      Factuur MM05 intimmeren badomtimmering Op de tekeningen die door de consument aan de ondernemers zijn verstrekt staat overal een vrijstaand bad. Daarom is als extra werk de badomtimmering opgevoerd.
2.      Factuur MM05

Trapluik t.b.v. vloerverwarming

verdeler

Meerwerk voor een trapluik is tijdens een bespreking over de locatie van de verdeler direct gemeld en opgevoerd. Uitgevoerd in opdracht van de consument.
3.      Factuur MM06

Vensterbanken

Vensterbanken bij dakkapellen is meerwerk. Van belang is dat er met een vaste handelsmaat gerekend moet worden en dat er ook met snijafval gerekend wordt. Deze kosten zijn verschuldigd.
4.      Factuur MM08

Extra kosten dikkere isolatie

Meerwerk is direct gemeld en akkoord bevonden. Mails van 8 december 2023 en 15 en 16 januari 2024.Het product dat is toegepast had een hogere isolatiewaarde dan het product dat in de offerte stond vermeld. Ook was de kruipruimte dieper dan vooraf ingeschat waardoor meer product is gebruikt. Er is 12m3 geoffreerd op basis van een inschatting vooraf en uiteindelijk 33m3 gestort, hetgeen neerkomt op € 2.100,– extra. Er is gerekend met € 100,–per m3, terwijl in de offerte € 110,- per m3 stond vermeld. De consument heeft daarmee een voordeel.
5.      Factuur MM 12

Arbeid ontstoppen riool

In de opdracht staat dat opdrachtgever verantwoordelijk is voor schaft en sanitaire voorzieningen, de verstopping is er geweest, het is een oud riool dat plotseling weer volwaardig gebruikt wordt. Opdrachtgever is hier verantwoordelijk voor.
6.      Factuur MM10

Elektra

De ondernemer zou op regiebasis uitvoeren, met uitzondering van de meterkast. Bij de definitieve aanbieding is per mail aangegeven dat de haalbaarheid van de posten valt of staat met de keuzes van de opdrachtgever. Stelpost is met € 12.488,39 excl. BTW en opslagen overschreden. Stelpost is reeds voldaan. Consument is akkoord gegaan in mail van 22 april 2024 met meer/minderwerk t/m week 6. Blijkt ook uit betaling van 80% van de factuur. De extra uitgevoerde werkzaamheden ten opzichte van de offerte die door de onderaannemer was uitgebracht betreffen en die uitgesloten waren in de offerte van onderaannemer:

–        Verplaatste schakelaars (20 keer);

–        Aanleg buitenverlichting;

–        Plaatsing extra dimmers;

–        Extra aansluiting naar de zolder;

–        Plaatsing cirkel aansluiting meterkast;

–        Stroomaansluiting voor de schuur;

–        Verdieping alle elektra vervangen;

–        Aansluiting elektrisch dakraam;

–        Aansluiting lampen.

In totaal gaat het volgens de ondernemer om een verschil van € 8.750,–.

7.      Verwarmings-

installatie

Uitgangspunt was enkel het vervangen van de in het zicht zijnde cv-leidingen in de hele woning en aanpassingen voor de nieuwe radiatoren. Er zijn meer werkzaamheden uitgevoerd dan in de stelpost opgenomen. In een mail van 19 oktober 2023 is aangegeven dat de ondernemer het aantal werkelijke meters te vervangen leidingen zou verrekenen. Er is geen prijs per meter afgesproken, de verrekening zou plaats vinden op basis van regie. Hierin zou de ondernemer de werkelijk gemaakte uren en materialen opvoeren in de meer/minderwerkstaten. Dat deze opdrachten destijds niet schriftelijk zijn bevestigd doet er niets aan af dat deze werkzaamheden (volgens mondelinge opdracht) zijn uitgevoerd, goedgekeurd en doorbelast.
8.      Factuur MM17

Gevelconstructie

Week 9: beide 4.5 uur werkzaamheden achtergevel/folie, lood en stelwerk.

Week 10: beide 6 uur aftimmerwerk aan de achtergevel.

De 20 te veel berekende uren in week 9 komen te vervallen.

De werkzaamheden zijn in regie uitgevoerd. De afgegeven prijs was een richtprijs. De werkzaamheden zijn uiteindelijk voor een lagere prijs uitgevoerd.

9.      Plafonds De ondernemer had uitsluitend het aanbrengen van plafondgipsplaten op de zolder begroot en geoffreerd. De werkzaamheden op de andere verdiepingen zijn niet door de ondernemer aangeboden in zijn offertes. Tijdens de werkzaamheden is er door consument mondeling opdracht gegeven voor het opnieuw gipsen van de plafonds op de begane grond en verdieping. De ondernemer heeft de kosten voor materiaal en arbeid zo uitgebreid mogelijk gespecificeerd, zijn vooraf de meerwerkvoorwaarden kenbaar gemaakt en is er tussentijds nooit gevraagd om inzicht in de kosten. De opgevoerde kosten zijn redelijk te achten aan de hand van de uitgevoerde werkzaamheden en er was wel degelijk sprake van een meerwerkovereenkomst.

Beoordeling van het geschil

Naar aanleiding van hetgeen partijen schriftelijk en mondeling naar voren hebben gebracht en met inachtneming van de inhoud van de in het geding gebrachte stukken, overweegt de commissie als volgt.

Vaststaat dat tussen partijen omstreeks 6 november 2023 een overeenkomst tot stand is gekomen waarbij de consument opdracht heeft gegeven tot uitvoering van werkzaamheden aan zijn woning (hierna te noemen: de overeenkomst). Op de overeenkomst zijn de Consumentenvoorwaarden 2010 (COVO 2010) van toepassing.

De commissie stelt vast dat partijen een aanneemsom van € 137.250,– zijn overeengekomen voor in de overeenkomst genoemde werkzaamheden. De aanneemsom is gebaseerd op een begroting met daarin een aantal stelposten. De consument heeft de overeengekomen aanneemsom, inclusief stelposten, betaald aan de ondernemer. In de uitvoering van het werk heeft de ondernemer meerwerk verricht. Hij heeft dat meerwerk afzonderlijk in rekening gebracht waarbij ook al betaalde stelposten zijn verrekend. De ondernemer heeft zijn vordering teruggebracht tot een bedrag van € 26.736,98.

De consument heeft zich beroepen op artikel 8 lid 1 van de COVO. De commissie volgt de consument hierin niet. Op grond van deze bepaling rust op de aannemer een waarschuwingsplicht om de opdrachtgever erop te wijzen dat een wijziging in het werk prijsconsequenties heeft. Dit moet tijdig gebeuren, zodat de opdrachtgever nog tijd heeft om zich te bedenken. Op deze waarschuwingsplicht van de aannemer bestaat volgens deze bepaling echter een belangrijke uitzondering. Als de opdrachtgever uit zichzelf moet begrijpen dat een wijziging gevolgen heeft voor de prijs, dan hoeft de aannemer niet te waarschuwen. De bedoeling hiervan is duidelijk. Een opdrachtgever die uit zichzelf moet snappen dat een wijziging niet tot de oorspronkelijke opdracht behoort hoeft daar niet voor gewaarschuwd te worden. In dit geval is de commissie van oordeel dat, gelet op de wijze waarop de opdracht tot stand is gekomen – met gesprekken, diverse schriftelijke offerterondes en één of meer uitgebreide inspecties van de woning – en de betrokkenheid van de consument bij het werk, van een waarschuwingsplicht als hier bedoeld geen sprake kan zijn. Dit geldt temeer nu de door de ondernemer in rekening gebrachte meerwerkkosten de commissie niet onredelijk voorkomen.

De commissie komt op grond van de stukken en hetgeen over en weer ter zitting mondeling is toegelicht tot het volgende oordeel over de negen posten die tussen partijen in discussie zijn.

Daar waar over de overeenkomst wordt gesproken, betreft dit de door beide partijen op of omstreeks 6 november 2023 ondertekende opdrachtbevestiging van 1 november 2023 met als bijlage de begroting met nummer 23-140 V004 van 24 oktober 2023.

Stelposten / meerwerk Oordeel commissie (alle bedragen ex BTW ex 10% opslag)
1.      Factuur MM05 intimmeren badomtimmering De commissie overweegt dat in de overeenkomst geen melding wordt gemaakt van het aanbrengen van een badomtimmering. Daarmee is het aanbrengen van een badomtimmering door partijen niet overeengekomen. De ondernemer heeft uit de tekeningen die door de consument zijn verstrekt, niet – zoals door de consument aangevoerd – hoeven te begrijpen dat van een vrijstaand bad geen sprake was. Dit betekent dat er sprake was van meerwerk ten bedrage van € 110,–. De klacht van de consument is ongegrond.
2.      Factuur MM05

Trapluik t.b.v. vloerverwarming

verdeler

 

De commissie overweegt dat in de overeenkomst geen melding wordt gemaakt van het aanbrengen van een trapluik ten behoeve van de vloerverwarming verdeler. Daarmee is het aanbrengen van een trapluik door partijen niet overeengekomen. Dit betekent dat er sprake was van meerwerk ten bedrage van € 110,–.De klacht van de consument is ongegrond.
3.      Factuur MM06

Vensterbanken

De commissie overweegt dat in de overeenkomst onder post 30.35 is opgenomen “Leveren en plaatsen nieuwe vensterbanken”, aantal 20 meter, ehd m1, offerte per ehd inclusief BTW 63,01, offerte inclusief BTW 1.260,20”

De commissie volgt de ondernemer waar deze heeft gesteld dat gebruik is gemaakt van handelsmaten en dat sprake was van snijafval. Nu dit in de bouw gebruik is bij de toepassing van dergelijke materialen en bovendien gesteld noch gebleken is dat er door de consument specifieke aanwijzingen zijn gegeven om minder of geen vensterbanken aan te brengen, is van het vervallen van werkzaamheden geen sprake. Dit betekent dat van minderwerk geen sprake is en dat de consument geen recht op verrekening voor deze post heeft. De klacht van de consument is ongegrond.

4.      Factuur MM08

Extra kosten dikkere isolatie

De commissie overweegt dat de consument zich erop beroept dat een dikte van 40cm is begroot en geoffreerd. Deze dikte is echter in dit geval niet van belang omdat niet is weersproken dat het product dat is toegepast een hogere isolatiewaarde heeft dan het product dat in de offerte stond vermeld. Ook is niet weersproken dat de kruipruimte dieper was dan vooraf ingeschat waardoor meer product is gebruikt. Er is 12m3 geoffreerd en uiteindelijk 33m3 gestort. Het verschil van 21m3 mocht de ondernemer in rekening brengen.

De klacht van de consument is ongegrond.

5.      Factuur MM 12

Arbeid ontstoppen riool

De commissie overweegt dat de ondernemer heeft betoogd dat in de opdracht is opgenomen dat opdrachtgever verantwoordelijk is voor sanitaire voorzieningen. Dit verweer slaagt niet. De consument heeft onweersproken een werkende wc ter beschikking gesteld. Nu tevens onweersproken is dat de wc uitsluitend door (personeel van) de ondernemer en onderaannemers is gebruikt, is de ondernemer voor de kosten die gemoeid zijn aansprakelijk te houden.

De klacht van de consument is gegrond.

6.      Factuur MM10

Elektra

Tussen partijen is in geding of de consument levering van de elektra volgens lichtplan mocht verwachten op basis van het bedrag dat in de begroting was opgenomen. In de begroting is een bedrag van € 5.309,92 opgenomen voor aldaar genoemde activiteiten en materialen. Onder punt 70 is opgenomen ”Verlichting volgens lichtplan.” In de opgave van onderaannemer voor werkzaamheden op basis van het lichtplan, staat als uitgangspunt vermeld “De gehele installatie conform aansluitvoorwaarden Nutsbedrijf NEN 1010 en overige voorschriften”. Dit betreft de basisinstallatie die, zoals onweersproken ter zitting door de ondernemer toegelicht voor circa € 3.750, — kon worden aangelegd.

De commissie overweegt dat de consument op grond van de onderhandelingen waarin verschillende offertes zijn gepasseerd, had moeten begrijpen dat uitvoering van het volledige lichtplan voor de hiervoor genoemde prijs redelijkerwijs niet mogelijk was en dat de eerdergenoemde prijs in wezen een stelpost was. Weliswaar heeft hij tijdens de onderhandelingen bezwaar gemaakt tegen de opgave van onderaannemer voor werkzaamheden op basis van het lichtplan, maar dit bezwaar betrof uitsluitend de opgegeven prijs en niet de (aard van de) werkzaamheden die verricht zouden worden. De consument heeft er vervolgens mee ingestemd dat diezelfde werkzaamheden door een andere partij dan onderaannemer uitgevoerd zouden worden. De ondernemer heeft daarbij de verwachting gewekt dat deze werkzaamheden voor een lager bedrag dan de door onderaannemer genoemde prijs uitgevoerd konden worden. Daarbovenop is naar de commissie heeft begrepen nog een aantal al dan niet erkend meerwerk verricht. De commissie constateert dat, het geheel overziende, over en weer verwachtingen zijn gewekt waarbij de prijs voor de verschillende werkzaamheden niet dan wel onvoldoende helder is vastgelegd.

De commissie ziet zich daarmee gesteld voor de vraag voor welk bedrag er nu meerwerk is verricht dat de consument boven op de stelpost van € 3.750,– zou moeten betalen. De commissie komt op grond van de verschillende documenten die ter tafel liggen, ex aequo et bono, schattenderwijs uit op totaal € 10.000,– ex BTW en opslagen, bestaande uit een bedrag van € 8.000,– voor de basisinstallatie en de werkzaamheden uit de opgave van onderaannemer en € 2.000, — voor het overige meerwerk.

 

De klacht van de consument is deels gegrond.

7.      Verwarmings-

installatie

De ondernemer stelt dat overeengekomen is het vervangen van de in het zicht zijnde cv-leidingen in de hele woning en aanpassingen voor de nieuwe radiatoren. De consument heeft dit gemotiveerd betwist. De stelling van de ondernemer wordt door de commissie niet gevolgd.

De commissie overweegt dat de consument onweersproken heeft verklaard dat partijen voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst een rondgang hebben gemaakt door het pand. De plafonds waren op dat moment (nog) niet verwijderd en de cv-leidingen waren op dat moment niet allemaal in het zicht. In de begroting heeft de ondernemer bij post 60.00 “Verwarmingsinstallaties Algemeen” opgenomen “Vernieuwen cv-leidingen 1e en 2e verdieping”, waarvoor een bedrag van € 1.061,96 is begroot. Gelet op de omstandigheid dat partijen genoemde rondgang hebben gemaakt waarbij een deel van de cv-leidingen niet zichtbaar was, heeft de consument uit de vermelding “Vernieuwen cv-leidingen 1e en 2e verdieping” niet hoeven te begrijpen dat het hier uitsluitend de in het zicht zijnde cv-leidingen betrof.

 

De klacht van de consument is gegrond.

8.      Factuur MM17

Gevelconstructie

De commissie overweegt ten aanzien van de in rekening gebrachte uren voor de aanpassing van de gevelconstructie dat de consument deze klacht onvoldoende heeft onderbouwd. Niet is komen vast te staan dat de per saldo door de ondernemer in rekening gebrachte uren onjuist zouden zijn. Nu de uitleg die de ondernemer ter zake heeft gegeven de commissie niet onredelijk of onjuist voorkomt, zal zij de klacht ongegrond verklaren.
9.      Plafonds De commissie overweegt dat in de begroting over het aanbrengen van gipsplaten bij post 24.04 (zolderisolatie) is opgenomen “Gips 9 mm + snijverlies… 60m2”. Over andere ruimtes wordt niet gesproken in de begroting.      

De commissie overweegt dat niet is komen vast te staan dat de in rekening gebrachte gipsplaten en werkzaamheden voor het gipsen van de begane grond en verdieping in de begroting zijn opgenomen en derhalve niet voorafgaand aan de werkzaamheden zijn overeengekomen tussen partijen. De commissie is van oordeel dat de consument gelet op de omstandigheden waaronder de opdrachtverlening plaatsvond, met name het feit dat de consument de werkzaamheden aanvankelijk zelf zou uitvoeren en het feit dat in de begroting uitsluitend ten aanzien van de zolder melding wordt gemaakt van gipsplaten, redelijkerwijs had behoren te weten dat het gipsen van de begane grond en de verdieping niet tot de opdracht behoorde.

 

De klacht wordt ongegrond verklaard.

De slotsom

De commissie dient met het oog op de verdeling van het depot dat bij de commissie berust te bepalen tot welke slotsom het oordeel dat zij hiervoor heeft gegeven leidt. De commissie constateert dat zij ten aanzien van de posten 6 (elektra) en 7 (verwarmingsinstallatie) op grond van de overgelegde stukken niet kan uitmaken wat de financiële consequenties van haar uitspraak dienen te zijn, omdat voor de commissie onduidelijk is van welke bedragen zij daarbij uit zou moeten gaan. Ten aanzien van deze posten zal zij haar uitspraak dan ook aanhouden, teneinde partijen in de gelegenheid te stellen de commissie nader te informeren. De commissie wil over deze twee posten nader geïnformeerd worden door partijen op de wijze als in haar beslissing verwoord.

Beslissing

De commissie, beslissend naar redelijkheid en billijkheid, met inachtneming van de tussen partijen gesloten overeenkomst en de daarvan deel uitmakende voorwaarden, beslist als volgt:

I. De commissie verklaart, in zoverre een eindoordeel gevend, de klachten 5 en 7 gegrond, klacht 6 deels gegrond en de klachten 1 tot en met 4, 8 en 9 ongegrond;

II. Draagt de ondernemer op ten aanzien van de klachten 6 en 7 binnen twee weken na verzending van deze uitspraak aan te geven welke werkzaamheden, als vermeld in de meerwerknota’s MM10 en 13 d.d. 13 maart 2024, in de begroting zijn opgenomen en welke werkzaamheden als meerwerk zijn te beschouwen;

III. Draagt de consument ten aanzien van 6 en 7 op binnen twee weken na verzending van deze uitspraak aan te geven waar hij de bedragen die hij ter zitting heeft genoemd op heeft gebaseerd (en waar deze bedragen in de meerwerkoverzichten zijn terug te vinden);

IV. Partijen krijgen over en weer de gelegenheid om op elkaars reacties te reageren en wel binnen twee weken na verzending daarvan;

V. Na ontvangst van de reacties van partijen zal de commissie einduitspraak doen over de verdeling van het depot;

VI. Houdt iedere verdere beslissing aan.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Verbouwingen en Nieuwbouw, bestaande uit de heer mr. R.J. Paris, de heer ing. G.J. van Ingen en mevrouw mr. C. Muller, in aanwezigheid van mr. D.C.J. Frijlink, secretaris, op 18 oktober 2024.

Opslaan als PDF