Commissie stopt behandeling omdat het bedrijf is opgeheven

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Installerende bedrijven    Categorie: Bevoegdheid commissie    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: voorbeslissing   Uitkomst: onbevoegd   Referentiecode: 1008624/1220584

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De commissie heeft bekeken of zij de klacht van de consument nog kan behandelen. De consument had in juli 2022 een overeenkomst gesloten met [besloten vennootschap] voor het leveren en installeren van een warmtepomp. Later bleek echter dat dit bedrijf niet meer bestaat: het is in oktober 2023 officieel ontbonden en de bedrijfsactiviteiten zijn beëindigd. Volgens de regels van de geschillencommissie mag een klacht niet worden behandeld als het bedrijf failliet is, onder bewind staat of feitelijk is gestopt. Dat is hier het geval. De consument diende zijn klacht in april 2025 in, dus ruim ná de ontbinding van het bedrijf. Omdat de ondernemer niet meer actief is, kan de commissie het geschil niet behandelen en moet zij de procedure stoppen.

De volledige uitspraak

De motivering van de voorbeslissing

De commissie heeft het volgende overwogen.
Het geschil vloeit voort uit een op 15 juli 2022 tussen de consument en de [besloten vennootschap] tot stand gekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het leveren en installeren van een warmtepompsysteem tegen de daarvoor door de consument te betalen prijs van € 12.927,84.

De consument heeft op 27 september 2022 de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Voormelde rechtspersoon stond blijkens het onderschrift op de geaccepteerde offerte en op de opdrachtbevestiging ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder [nummer] met [BTW nummer], met als plaats van de statutaire zetel: [dorp]. De eerste inschrijving van deze rechtspersoon dateert van 26 februari 2013. Een en ander blijkt uit een kopie van een uittreksel Handelsregister KvK van 16 maart 2022 om 11.48 uur.

Tevens is voor hetzelfde [KvK nummer] een kopie van een uittreksel Handelsregister KvK van 2 oktober 2025 om 11.29 uur in het geding gebracht. Uit dat uittreksel blijkt dat de genoemde rechtspersoon op 11 juli 2023 haar (statutaire) naam [bedrijfsnaam 1] heeft gewijzigd in [bedrijfsnaam 2]

Het “Overzicht van wijzigingen – [KvK- nummer]” geeft dan de volgende hier relevante informatie:

“De rechtspersoon [bedrijfsnaam 2] is ontbonden en beëindigd met ingang van 26 10 2023. De aanleiding van de ontbinding is Ontbindingsbesluit. De onderneming van [bedrijfsnaam 2] is opgeheven met ingang van 26-10-2023”

Van deze wijze van geschillenbeslechting maakt onlosmakelijk deel uit het reglement van deze geschillencommissie. In artikel 11 lid 2 van dat reglement is voor zover hier relevant het volgende vastgelegd:

“2. De commissie zal een geschil niet behandelen of de behandeling staken, indien aan de ondernemer surseance van betaling is verleend, deze in staat van faillissement is geraakt, een schuldsaneringsregeling van kracht is geworden of zijn bedrijfsactiviteiten feitelijk heeft beëindigd, voordat de consument heeft voldaan aan het bepaalde in de artikelen 7 lid 2, 8 en 9.”.

In casu is dus sprake is van de situatie dat de ondernemer “zijn bedrijfsactiviteiten feitelijk heeft beëindigd”.

Bepalend hiervoor is dus het moment waarop de consument de klacht bij de geschillencommissie heeft ingediend en klachtengeld en depot heeft gestort. Als voor dat moment sprake is van feitelijke beëindiging van “zijn bedrijfsactiviteiten”, heeft de commissie de behandeling van het geschil te staken, wat een voorbeslissing is.

Door de consument is op 25 april 2025 de klacht ingediend bij de geschillencommissie en is klachtengeld voldaan. Van een depot/openstaand bedrag is geen sprake.

De besloten vennootschap is ontbonden en kennelijk is haar vermogen vereffend. Als er na de ontbinding nog bezittingen of schulden blijken te zijn, kan de vereffening alleen door de rechtbank worden heropend op verzoek van een belanghebbende. De besloten vennootschap herleeft dan enkel voor de benodigde afwikkeling van het vermogen, maar blijft wel ontbonden. Dit is mede de reden waarom voormelde regeling wegens het gestaakt hebben van bedrijfsactiviteiten is opgenomen in het reglement van de commissie.

De conclusie van de commissie is dan ook dat bij wijze van voorbeslissing als volgt moet worden beslist.

(Voor)beslissing 

De commissie:

Stelt indachtig het bepaalde in artikel 11 lid 2 van het Reglement van deze commissie vast dat er reden is om het geschil van partijen niet te behandelen en/of de behandeling daarvan te staken.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Installerende Bedrijven, bestaande uit de heer
mr. M.L.J. Koopmans, voorzitter, de heer A.W.M.D. van der Linden en mevrouw mr. W. van den Berg, leden, op 4 december 2025.

 

Opslaan als PDF