Commissie verklaart klacht over badkamer ongegrond

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Doe-Het-Zelfbedrijven    Categorie: (non)conformiteit    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 1325212/1332132

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument klaagde over de verbouwing van haar badkamer, omdat de drain tijdens de werkzaamheden onverwacht 20 centimeter moest worden verplaatst. Hierdoor paste de geplande douchewand niet meer en bleek de instap smaller dan zij had verwacht. De commissie stelt vast dat het verplaatsen van de drain een onvoorziene bouwkundige situatie was die vooraf niet ontdekt kon worden en waarvoor geen alternatief bestond. Daarom kan de ondernemer niet worden verplicht de badkamer te herstellen volgens het oorspronkelijke ontwerp. Uit de offerte en tekening blijkt bovendien dat partijen een douchedeur van 80 cm waren overeengekomen, waardoor de instap van 51 cm niet aan de ondernemer te verwijten is. De door de ondernemer aangeboden oplossing (douchewand 60 cm + deur 80 cm) is volgens de commissie gelijkwaardig aan de oorspronkelijke overeenkomst. De door de consument gewenste oplossing met twee deuren in een hoek van 90 graden valt buiten het assortiment en hoeft de ondernemer niet te leveren. Omdat de consument de geoffreerde douchedeur en douchewand niet heeft betaald, bestaat er ook geen recht op compensatie. Hoewel de situatie begrijpelijkerwijs stressvol was, ziet de commissie geen juridische grond voor schadevergoeding. De klacht is daarom ongegrond.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft een badkamer.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken en hetgeen ter zitting is aangevoerd. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Op 30 maart 2025 heeft ondernemer een offerte uitgebracht voor een badkamer inclusief montage ter waarde van € 19.747,09. Bijgevoegd is een tekening. Begin september 2025 is onderaannemer [bedrijf] gestart met de werkzaamheden aan de badkamer. Tijdens de werkzaamheden bleek dat de drain niet conform offerte en tekening kon worden uitgevoerd. [Bedrijf] heeft vervolgens zonder overleg de drain 20 centimeter verplaatst waardoor de geoffreerde douchewand niet meer kon worden geplaatst. Bovendien bleek de consument toen dat zij ervan uitging dat zij een douchedeur van 90 centimeter zou krijgen in plaats van de geoffreerde 80 centimeter en dat, als zij had geweten dat er een instap van 51 centimeter zou zijn gekomen, zij deze deur nooit had besteld. De consument wenst dat de ondernemer de badkamer alsnog herstelt conform de oorspronkelijke tekening, dan wel dat er een gelijkwaardige oplossing komt, dan wel dat er een passende financiële compensatie komt. De consument heeft het gevoel dat de ondernemer haar als klant helemaal heeft laten vallen en de hele situatie heeft haar en haar gezin heel veel stress bezorgd.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Tijdens de werkzaamheden door de onderaannemer bleek dat de drain niet kon worden geplaatst op de plek waar deze was getekend. De onderaannemer heeft vervolgens, zonder overleg met de ondernemer, de drain verplaatst. Dit was onvoorzien en er was ook geen andere mogelijkheid dan deze te verplaatsen. Herstel volgens de oorspronkelijk tekening is dan ook niet mogelijk. De ondernemer heeft een gelijkwaardige oplossing aangeboden. Als gevolg van de verplaatsing kon de eerder getekende douchewand van 40 centimeter niet meer worden geplaatst. Dit moest een douchewand van 60 centimeter worden. De ondernemer heeft aangeboden deze te plaatsen. De oorspronkelijke douchedeur van 80 centimeter kon nog wel worden geplaatst. Daarmee was in het oorspronkelijke ontwerp de instap 51 centimeter. De consument wil een oplossing (twee deuren in een hoek van 90 graden) die niet gelijkwaardig is en bovendien niet door de ondernemer kan worden geleverd omdat het niet in het assortiment zit. De ondernemer heeft de geoffreerde douchedeur en douchewand niet bij de consument in rekening gebracht en vindt het vervelend dat de klant stress heeft ervaren, maar ziet geen reden voor een financiële compensatie.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Uit hetgeen door partijen naar voren is gebracht en hetgeen de deskundige P. Lok op 18 april 2026 heeft geoordeeld, volgt dat het verplaatsen van de drain een onvoorziene omstandigheid was die niet op voorhand ontdekt had kunnen worden en dat er indertijd ook geen redelijke alternatieven waren geweest voor de onderaannemer. Dat betekent dat het verzoek van de consument om de douche te herstellen volgens het oorspronkelijke ontwerp niet kan worden toegewezen.

Tussen partijen is vervolgens in geschil wat een gelijkwaardige oplossing is. Een belangrijk geschilpunt daarbij is welke maat douchedeur (en daarmee samenhangende instap) partijen oorspronkelijk hebben afgesproken. De commissie neemt de offerte en bijgevoegde tekening als uitgangspunt. Uit de tekst van de offerte kan niet worden opgemaakt hoe breed de douchedeur zou worden. De commissie is het eens met de ondernemer dat uit de tekening wel kan worden afgeleid dat het niet om een douchedeur van 90 centimeter zou gaan. Dat zou immers niet passen. De commissie is daarmee van oordeel dat partijen oorspronkelijk een douchedeur van 80 centimeter hebben afgesproken. Kennelijk heeft de consument zich in het oorspronkelijk ontwerp niet gerealiseerd dat zij daarmee een kleine instap zou hebben, maar niet is gebleken waarom dat de ondernemer kan worden verweten. Dat blijkt niet uit de stukken en ook niet uit het rapport van de deskundige. Daaruit volgt namelijk niet dat partijen het van tevoren hebben gehad over de breedte van de instap en/of dat een dergelijk maat instap volgens de deskundige ongewenst is.
Dat betekent naar het oordeel van de commissie dat niet is gebleken dat de door de ondernemer aangeboden oplossing gelet op de omstandigheden niet een aan de overeenkomst gelijkwaardige oplossing is.

De deskundige heeft geprobeerd een oplossing te vinden waarin de consument zich kan vinden, namelijk twee deuren met een hoek van 90 graden. De ondernemer heeft laten weten deze oplossing niet te kunnen bieden en de commissie is van oordeel dat gelet op het voorgaande de ondernemer daartoe op grond van de overeenkomst niet gehouden is.

De consument heeft laten weten geen vertrouwen meer te hebben in de ondernemer en ook een andere oplossing te wensen die de ondernemer niet kan bieden. Dat betekent dat de commissie de ondernemer niet zal opdragen alsnog de door haar aangeboden werkzaamheden (douchewand van 60 centimeter en douchedeur van 80 centimeter) te verrichten. Uit de door de ondernemer overgelegde eindfactuur en de door de consument overgelegde offerte blijkt dat de bestelde douchedeur en douchewand zijn geoffreerd voor € 890,- en dat dit bedrag niet op de eindafrekening staat. De commissie gaat er dan ook vanuit gaat dat deze niet door de consument is betaald. In zoverre heeft de consument geen recht op een compensatie.

Hoewel duidelijk is geworden dat de hele gang van zaken de consument veel stress heeft opgeleverd, is er naar het oordeel van de commissie geen juridische aanleiding om de consument daarvoor financieel te compenseren.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Doe Het Zelfbedrijven, bestaande uit mevrouw mr. J.M. van Hall, voorzitter, de heer mr. E.J. Schipper, de heer mr. E.A.J. van der Heijden, leden, op 29 mei 2026.

Opslaan als PDF