Commissie verlaagt jaarrekening met €150 vanwege ongemak

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Jaarrekening    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: -   Uitkomst: ten dele gegrond   Referentiecode: 1317235/1320909

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument klaagde over een hoge jaarrekening van € 1.758,06 en vond dat dit kwam doordat de ondernemer een te laag termijnbedrag had vastgesteld, het waarschuwingssysteem niet werkte en er vaste terugleverkosten waren toegevoegd. De commissie stelt vast dat het termijnbedrag inderdaad te laag was en dat het waarschuwingssysteem niet goed functioneerde, maar dat de consument hierdoor geen financiële schade heeft geleden, omdat zij het verbruik hoe dan ook had moeten betalen. Wel heeft zij ongemak ervaren doordat zij onverwacht een hoge eindafrekening kreeg en doordat de klachtenafhandeling niet volledig was. Daarom hoeft zij € 150 van de jaarrekening niet te betalen. De overige klachten, waaronder die over de terugleverkosten, worden afgewezen omdat deze kosten in het door de consument geaccepteerde contract waren opgenomen.

De volledige uitspraak

Samenvatting
De consument klaagt over de hoogte van de jaarrekening van de ondernemer, waaruit blijkt dat zij € 1.758,06 moet bijbetalen. In deze zaak is niet in geschil dat de ondernemer het termijnbedrag ten onrechte te laag heeft vastgesteld en dat [naam waarschuwingssysteem] in de relevante periode niet goed heeft gewerkt. De consument heeft door deze gebreken echter geen financiële schade geleden. Wel heeft zij hierdoor ongemak ervaren. Als vergoeding voor dit ongemak zal de commissie bepalen dat de consument een bedrag van € 150,- van de jaarafrekening niet hoeft te betalen.

Beoordeling
De consument klaagt over de hoogte van de jaarrekening van 23 oktober 2025 van de ondernemer, waaruit blijkt dat zij €1.758,06 moet bijbetalen. Volgens de consument heeft de ondernemer een onjuist termijnbedrag geadviseerd en vastgesteld, nu het gebaseerd was op een irreëel laag warmteverbruik. Verder werkte [naam waarschuwingssysteem] niet, zodat de consument niet is gewaarschuwd dat het termijnbedrag niet meer overeenkwam met het actuele verbruik. Verder is er eenzijdig een nieuwe tariefcomponent geïntroduceerd, namelijk vaste terugleverkosten van € 403,63, terwijl het contract de ondernemer niet de bevoegdheid geeft om dergelijke kosten toe te voegen. Verder is de afhandeling van de klacht van de consument door de ondernemer gebrekkig geweest, aldus steeds de consument. De consument verzoekt om kwijtschelding van de helft van de factuur voor een bedrag van € 880,- en om het resterende bedrag in termijnen te voldoen.

De ondernemer erkent dat er een vergissing is gemaakt bij het vaststellen van het termijnbedrag. De consument heeft hierdoor echter geen financiële schade geleden. Als het termijnbedrag wel goed was vastgesteld, had de consument de bijbetaling immers al eerder via maandelijkse termijnbedragen voldaan. De ondernemer erkent bovendien dat [naam waarschuwingssysteem] in de relevante periode niet goed heeft gewerkt. Met betrekking tot de vaste terugleverkosten geldt dat deze onderdeel zijn van het contract per 1 september 2024 dat de consument heeft aanvaard. Ook is de ondernemer het met de consument eens dat de afhandeling van haar klacht niet altijd volledig is geweest. Dit rechtvaardigt echter niet de kwijtschelding van de helft van de factuur. De ondernemer heeft op de jaarafrekening van 23 oktober 2025 het werkelijke verbruik bij de Klant in rekening gebracht, en is bevoegd hiervoor betaling te verlangen.

De commissie oordeelt als volgt. In deze zaak is niet in geschil dat de ondernemer het termijnbedrag ten onrechte te laag heeft vastgesteld en dat [naam waarschuwingssysteem] in de relevante periode niet goed heeft gewerkt. De commissie volgt de ondernemer in haar standpunt dat de consument door deze gebreken geen financiële schade heeft geleden. Immers, het in rekening gebrachte verbruik op de jaarafrekening van 23 oktober 2025 is het werkelijke verbruik dat door de consument is afgenomen. De consument had ook voor dit verbruik betaald als het termijnbedrag wel goed was vastgesteld en als het waarschuwingssysteem wel goed had gewerkt, namelijk eerder via (hogere) maandelijkse termijnbedragen. Echter, de commissie is van oordeel dat de consument door de gebreken van de ondernemer wel ongemak heeft ervaren. Het gevolg van deze gebreken is immers dat de consument aan het eind van de contractsperiode is geconfronteerd met hoge kosten. Deze hoge kosten had zij – zonder de gebreken – kunnen verdelen over de contractsperiode via de maandelijkse termijnbedragen. Verder heeft de consument ongemak ervaren door de klachtenafhandeling van de ondernemer die – zo erkent de ondernemer – niet altijd volledig is geweest. Als vergoeding voor dit ongemak zal de commissie bepalen dat de consument een bedrag van € 150,- van de jaarafrekening niet hoeft te betalen. Omdat de consument het volledige bedrag van de eindafrekening van € 1.758,06 in depot heeft gestort, zal de commissie bepalen dat € 150,- wordt uitgekeerd aan de consument en € 1.608,06 aan de ondernemer.

De klacht zal verder worden afgewezen voor zover die ziet op de vermeende invoering van vaste terugleverkosten tijdens de duur van het contract. Het is de commissie voldoende gebleken dat de ondernemer de consument hierover met het toezenden van het contractsaanbod correct heeft geïnformeerd. De consument heeft het contract, met daarin de bepaling over de vaste terugleverkosten, aanvaard. Van een eenzijdige wijziging van contractvoorwaarden tijdens de duur van het contract is dan ook geen sprake.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ten dele gegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie verklaart de klacht van de consument gegrond voor zover die betrekking heeft op het te laag vastgestelde termijnbedrag, het niet-functioneren van het waarschuwingssysteem Seintje en de niet-volledige klachtenafhandeling.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Met inachtneming van het bovenstaande wordt het depotbedrag als volgt verrekend.

Depotverrekening, bedrag aan ondernemer € 1.608,06.

Depotverrekening, bedrag aan consument € 150,-.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Deze behandelingskosten worden geheel betaald.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. J. Hoefnagel, voorzitter, mevrouw mr. W.N. Kip, de heer mr. E. Köhlinger, leden, op 2 februari 2026.

Opslaan als PDF