Commissie verlangt depotstorting van consument voor verdere behandeling geschil

  • Home >>
  • Energie >>
De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Depotbeslissing    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: voorbeslissing   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 1088814/1215799

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument heeft een geschil ingediend over twee nota’s van 21 januari 2025, met een totaalbedrag van € 888,33. Omdat de consument de betaling heeft opgeschort, verlangt de Geschillencommissie Energie dat hij dit bedrag in depot stort. Dit is conform het reglement, dat bepaalt dat de ondernemer zekerheid moet krijgen voor betaling indien diens vordering gegrond wordt verklaard. De commissie benadrukt dat de depotstorting geen inhoudelijk oordeel impliceert en dat het bedrag wordt teruggestort indien de klacht gegrond blijkt. De consument heeft geen financiële ontheffing aangevraagd of onderbouwd. Daarom moet hij binnen vier weken het bedrag in depot storten, waarna het geschil inhoudelijk zal worden behandeld.

De volledige uitspraak

Samenvatting

De consument dient € 887,33 in depot te storten.

Beoordeling

Het reglement van de commissie bepaalt dat de commissie, indien de consument de betaling van een goed of dienst waarover het geschil gaat, achterwege heeft gelaten, in de regel zal verlangen dat de consument een bedrag ten hoogste gelijk aan het nog openstaande bedrag bij haar deponeert.

Kern van de geschillenregeling is dat de ondernemer moet gedogen dat een geschil door de commissie wordt behandeld, als de consument dit wenst. Hiertegenover staat dat de ondernemer verzekerd moet zijn van de betaling van datgene dat volgens de commissie verschuldigd is. Die zekerheid wordt verkregen door de in het reglement van de commissie voorgeschreven depotstorting. De consument lijdt hierdoor geen nadeel, omdat hij het depotbedrag terugkrijgt indien en voor zover de vordering van de ondernemer wordt afgewezen. Derhalve is de consument in beginsel verplicht tot depotstorting. Van die verplichting kan geen ontheffing worden verleend enkel op de grond dat de depotstorting de consument slecht uitkomt of op grond van een inhoudelijke beoordeling van de vordering van de ondernemer door de commissie. Het past de commissie niet zich reeds een oordeel te vormen over het geschil voordat partijen hun standpunt hebben kunnen toelichten. De depotstorting staat naar zijn aard in beginsel los van een inhoudelijk oordeel over de vordering van de commissie en dient uitsluitend als zekerheid voor de betaling van de vordering van de ondernemer.

Slechts in het geval door de consument aannemelijk is gemaakt dat hij niet over de financiële middelen beschikt om de verlangde depotstorting te doen, kan er naar redelijkheid en billijkheid aanleiding bestaan gehele of gedeeltelijke ontheffing te verlenen.

Het geschil heeft voor zover de commissie kan zien in het bijzonder betrekking op twee nota’s van 21 januari 2025 die tezamen een bedrag van € 888,33 betreffen. De commissie is niet bekend met een goede reden Waarom de consument dit bedrag niet in depot zou kunnen storten.

Daarom wordt als volgt beslist.

Beslissing

De consument dient binnen 4 weken na datum verzending van deze beslissing een bedrag van € 888,33 bij de commissie in depot te storten, waarna het geschil verder in behandeling zal worden genomen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. D.J. Buijs, voorzitter, de heer mr. F.J. Pirard, mevrouw mr. J.M. Hoekstra, leden, op 7 augustus 2025.

Opslaan als PDF