Commissie: Energie
Categorie: Meterstanden
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: -
Uitkomst: gegrond
Referentiecode:
1313304/1321926
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument kreeg een correctiefactuur van € 703,37, maar de slimme meter had lange tijd een storing waardoor er geen juiste meetgegevens waren. De ondernemer baseerde de factuur op schattingen, terwijl de consument duidelijk maakte dat hij niet past binnen het gebruikte standaardprofiel. De commissie vindt dat een dynamisch energiecontract alleen goed kan werken als de slimme meter betrouwbaar is. Omdat de meter in storing stond en de ondernemer dit niet aan de consument meldde, is de correctiefactuur volgens de commissie niet deugdelijk. De consument hoeft het bedrag daarom niet te betalen, krijgt het depotbedrag van € 703,37 terug en ontvangt daarnaast € 189,75 van de ondernemer.
De volledige uitspraak
Samenvatting
Een dynamisch energiecontract is erop gebaseerd dat de slimme meter goed werkt. Als de slimme meter in storing is, kan de leverancier het contract niet goed nakomen. De leverancier kan zich niet verschuilen achter de netbeheerder, omdat de netbeheerder in het bijzonder bij een dynamisch contract aangemerkt moet worden als hulppersoon van de leverancier.
Beoordeling
Tussen partijen heeft een dynamisch energiecontract bestaan. Het geschil heeft betrekking op de correctiefactuur op basis waarvan de consument nog € 703,37 aan de ondernemer zou moeten betalen. De ondernemer heeft de correctie gebaseerd op basis van door de netbeheerders doorgegeven meterstanden van mei 2023 en maart 2025. In de tussenliggende tijd is de meter lange tijd in storing geweest. Weliswaar was dit door de netbeheerder aan de ondernemer kenbaar gemaakt middels dagelijkse berichtgeving, Maar de ondernemer heeft daar geen gevolg aan gegeven in die zin dat het probleem ook aan de consument kenbaar is gemaakt; de reden daarvoor was dat volgens de berichtgeving de storing in behandeling was.
De betwiste correctiefactuur is nu gebaseerd op schattingen op basis van een zogenoemde profielfractie, waarvan de consument onbetwist stelt dat hij niet aan het profiel voldoet. Onder deze omstandigheden kan de commissie niet anders concluderen dan dat de betwiste correctiefactuur een deugdelijke basis ontbeert, zodat de consument niet gehouden kan worden het genoemde bedrag van € 703,37 aan de ondernemer te voldoen. Het in depot gestorte bedrag wordt dan ook aan de consument gerestitueerd. Ook is de ondernemer gehouden de nagekomen correctie van € 189,75 aan de consument te vergoeden.
Waar in het algemeen op basis van bekende begin-en eindstanden met behulp van de graaddagenmethode een redelijke schatting van het verbruik per maand kan worden verkregen, kan een dergelijke methode of de zogenoemde profielfractie bij een dynamisch contract geen soelaas bieden. Weliswaar is de juiste werking van een energiemeter de verantwoordelijkheid van de netbeheerder, maar bij een dynamisch contract is de juiste werking van een elektriciteitsmeter een grondvoorwaarde voor een deugdelijke nakoming van zo’n contract door de leverancier. De ondernemer kan zich dan ook niet verschuilen achter de netbeheerder die in het bijzonder in dit geval als hulppersoon van de ondernemer heeft te gelden.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De ondernemer betaalt binnen twee weken na datum verzending Bindend Advies aan de consument een bedrag van € 189,75.
De ondernemer heeft niets meer van de consument te vorderen.
Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.
Met inachtneming van het bovenstaande wordt het depotbedrag als volgt verrekend.
Depotverrekening, bedrag aan ondernemer € 0,-.
Depotverrekening, bedrag aan consument € 703,37.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. D.J. Buijs, voorzitter, de heer J.H.P.T.M. den Ouden, de heer drs. L. van Rootselaar, leden, op 30 januari 2026.