Commissie vraagt energieleverancier om duidelijke uitleg over eindafrekening

  • Home >>
  • Energie >>
De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Jaarafrekening    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: tussenadvies   Uitkomst: aanhouding beslissing   Referentiecode: 222041/226167

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument heeft een klacht ingediend bij de Geschillencommissie Energie over een onduidelijke eindafrekening van haar energieleverancier. Ze wil dat het prijsplafond voor gas juist wordt toegepast, dat het tarief voor teruggeleverde stroom wordt gecorrigeerd en dat er een duidelijke uitleg komt over de geïncasseerde bedragen van € 185,48 en € 50,40. De commissie oordeelt dat de energieleverancier het prijsplafond goed heeft toegepast en dat de consument zelfs een hogere terugleververgoeding heeft gekregen dan afgesproken. Ook zijn de meterstanden inmiddels correct verwerkt. Daarom worden deze klachten afgewezen. Wel vindt de commissie dat de consument terecht vraagt om een duidelijke uitleg van de bedragen die op 7 juni zijn afgeschreven. De energieleverancier heeft hier geen heldere toelichting op gegeven. Daarom moet de leverancier binnen drie weken een overzichtelijke en begrijpelijke specificatie aanleveren. De consument krijgt daarna drie weken om hierop te reageren. Pas daarna zal de commissie een definitieve uitspraak doen.

De volledige uitspraak

Samenvatting
Consument wil een duidelijke en correcte eindafrekening en verzoekt aanpassing van het prijsplafond voor gas, correctie van het tarief voor terug levering en een specificatie van de geïncasseerde en verrekende bedragen. De commissie wijst de klachten ten aanzien van de toepassing van het prijsplafond en de terugleververgoeding af, maar houdt de beslissing aan ten aanzien van de klacht over het inzichtelijk maken van de eindafrekening.

Beoordeling
De klacht van de consument

Als consument heb ik recht op een duidelijke en correcte eindafrekening. Op 9 mei 2023 ontving ik de eindafrekening over de maanden januari tot en met maart 2023 met fictieve eindstanden voor hoog/laag en terugleveringstarieven. Ik heb een klacht ingediend en gevraagd om een gecorrigeerde eindafrekening. De correcte meterstanden heb ik met een foto doorgegeven. De gecorrigeerde eindafrekening met correcte meterstanden van 1 juni 2023, wordt verzonden middels zes mailtjes inclusief verrekeningsfacturen. De eindstanden en de terugleverstanden kloppen nu. Een specificatie met betrekking tot de geïncasseerde bedragen op 7 juni 2023 heb ik nog niet ontvangen. Het is mij namelijk niet duidelijk waarop de op 7 juni 2023 geïncasseerde bedragen van € 185,48 en € 50,40 zijn gebaseerd. Deze bedragen komen namelijk niet overeen met de bedragen vermeldt in de eindnota’s van 1 juni 2023 en de ontvangen verrekeningsfacturen van dezelfde datum.

Mijn verzoeken:
 Aanpassen prijsplafond berekening Gas. Bij de berekening van het prijsplafond gas wordt in tegenstelling tot het prijsplafond elektra, het verbruik van 388 m3 over twee maanden (februari en maart) berekend, terwijl het om een prijsplafondberekening gaat over de maanden januari tot en met maart 23. Waarschijnlijk op basis van een misverstand. Men vroeg in januari en februari meerdere keren eindstanden op. Hierdoor heb ik waarschijnlijk twee keer eindstanden van 1 januari 2023 doorgegeven, omdat ik ook in afwachting was van de eindafrekening van 2023 (januari 22 tot en met december 2022).
 Voorts wil ik een correctie bij terugleverstanden in de eindafrekening van juni 2023 en herberekening. In de eindafrekening elektra van juni 2023 wordt bij de terugleverstanden dag hoog een laag dag tarief gehanteerd in plaats van dag hoog tarief? Dit klopt niet.
 Verder ontvang ik graag een specificatie met betrekking tot de geïncasseerde bedragen op 7 juni 2023: in totaal € 235,88. Het geïncasseerde bedrag komt namelijk niet overeen met de te incasseren/te betalen bedragen zoals vermeld in de nota’s en verrekeningsfacturen van juni 2023. een misverstand.

Het verweer van de ondernemer

Ondernemer begrijpt dat het de consument niet duidelijk is hoe het prijsplafond werkt en hoe deze op haar situatie van toepassing is. Dit zal nader worden uitgelegd.

Uitleg Prijsplafond
1. Het prijsplafond is op 1 januari 2023 ingegaan en geldt voor kleinverbruikers. Tot een verbruik van 1.200 (m3) gas en 2.900 kilowattuur (kWh) elektriciteit (het zogenaamde verbruiksplafond) gelden in 2023 maximumtarieven. Als er meer wordt verbruikt, gelden de tarieven uit de leveringsovereenkomst. De maximumtarieven zijn door de overheid vastgesteld. Deze tarieven zijn inclusief energiebelasting en btw: – € 0,40 per kWh elektriciteit; en – € 1,45 per m3 gas. Indien de klant in aanmerking komt voor het prijsplafond heeft de klant maandelijks naast zijn/haar reguliere voorschotnota ook een nota ‘korting prijsplafond’ ontvangen. In de nota korting prijsplafond is voorlopig berekend wat de prijsplafond korting is. Het verschil tussen de reguliere voorschotnota en de voorlopige prijsplafond korting is hetgeen de klant maandelijks als voorschotbedrag dient te betalen.
2. De definitieve korting van het prijsplafond wordt op de jaarlijkse afrekening, de zogenaamde jaarnota of als de klant een overstap maakt, op de eindnota vastgesteld. Het kan dus voorkomen dat de klant nog een bedrag dient terug te betalen of dat de klant nog een bedrag ontvangt. De overheid heeft bepaald dat definitieve korting prijsplafond afhankelijk is van het verbruik van een afnemer. Om die reden wordt een afnemer (als deze geen slimme meter heeft) door de energieleverancier gedurende het jaar dat het prijsplafond van toepassing is vaker dan andere jaren gevraagd om de meterstanden door te geven.
Situatie consument
3. De consument is klant geweest in de periode dat het prijsplafond van toepassing was, namelijk: van 04-01-2022 tot 01-04-2023. Dit betekent dat de consument in totaal voor drie maanden in aanmerking zou kunnen komen voor het prijsplafond, namelijk voor de maanden januari, februari en maart 2023. Naast de reguliere maandelijkse voorschotbedragen zijn er tevens prijsplafondkorting nota’s opgemaakt. Per maand is het verschil tussen de reguliere voorschotnota en de prijs plafond korting nota hetgeen geweest dat de consument diende te betalen. Vervolgens is de consument per 01-04-2023 overgestapt naar een andere energieleverancier. Naar aanleiding van de overstap zijn er eindafrekeningen, ook wel de eindnota’s, opgemaakt. Deze zijn vervolgens op 01-06-2023 gecorrigeerd voor elektriciteit omdat de consument– zoals ook door haarzelf erkend – verkeerde meterstanden heeft aangeleverd. Voor deze nota (factuur 230685554) zou de consument € 51,62 ontvangen. Vervolgens is er speciaal voor consument nogmaals een correctie geweest, zodat de maand januari inzichtelijk is op de nota (factuur 231041421). Hieruit is naar voren gekomen dat de consument €51,61 terug dient te ontvangen in plaats van €51,62 zoals in de eerdere gecrediteerde eindnota was vermeld.
Teruglevertarieven
3. In de eerste toegestuurde reactie van ons is het punt van de teruglevertarieven al uitgebreid toegelicht. Hierin is aangegeven dat in de overeenkomst is afgesproken dat de terugleververgoeding € 0,025 bedraagt (zegge: twee en een half cent). In werkelijkheid heeft de wederpartij een terugleververgoeding ontvangen die gelijk is aan het hoogtarief van € 0,19500. In feite heeft de consument aldus een hogere terugleververgoeding ontvangen dan waar zij op grond van de overeenkomst recht op had. Het feit dat de consument hier nogmaals over valt doet bij ons het vermoeden ontstaan dat zij het wellicht niet wil begrijpen, maar zich slechts wil beklagen over deze kwestie. Al het vorenstaande in acht nemende kunnen wij niet anders dan concluderen tot afwijzing van het verzoek van de wederpartij.

Oordeel van de commissie

De commissie kan zich vinden in het verweer van de ondernemer. Daarin wordt helder en correct uitgelegd dat de berekening en toepassing van het prijsplafond op juiste wijze heeft plaatsgevonden en consument een hogere terugleververgoeding heeft ontvangen dan waar zij op grond van de overeenkomst recht op had. In haar reactie op dit verweer heeft consument niet gemotiveerd betwist dat en waarom deze uitleg niet juist zou zijn.
Consument heeft verder erkend dat in de gecorrigeerde eindnota’s van 1 juni 2023 de juiste eindmeterstandstanden en terugleverstanden zijn gehanteerd. Deze correctie was nodig omdat de consument zelf niet de (juiste) meterstanden had doorgegeven, als gevolg waarvan de oorspronkelijke eindnota’s van 9 en 12 mei 2023 waren gebaseerd op geschatte meterstanden. De ondernemer heeft dit dus correct gecorrigeerd in de correctienota’s van 1 juni 2023, alsmede eindnota’s met betrekking tot het prijsplafond uitgebracht.

In zoverre acht de commissie de klacht ongegrond.

Consument begrijpt echter (nog steeds) niet hoe de verrekening heeft plaatsgevonden en waar de op 7 juni 2023 geïncasseerde bedragen van € 185,48 en € 50,40 zijn gebaseerd. Deze bedragen komen volgens consument niet overeen met de bedragen vermeld in de eindnota’s van 1 juni 2023 en de ontvangen verrekeningsfacturen van dezelfde datum. De commissie stelt vast dat de consument op dit punt herhaaldelijk en gemotiveerd om een begrijpelijke uitleg en specificatie heeft verzocht. Ondernemer heeft volstaan met verwijzing naar de diverse verrekeningsfacturen. De commissie kan consument volgen dat hieruit niet helder en begrijpelijk kan worden afgeleid hoe de diverse verrekeningen hebben plaatsgevonden en zich tot elkaar verhouden en dat de uiteindelijk geïncasseerde bedragen € 185,48 en € 50,40 als resultaat daarvan correct zijn. Daarvoor is een overzichtelijk specificatie nodig, waar consument ook herhaaldelijk om heeft gevraagd. De ondernemer heeft hier in het verweer ook geen nadere duidelijkheid over verschaft.

De commissie ziet hierin aanleiding om de behandeling aan te houden en de ondernemer in de gelegenheid te stellen om binnen drie weken na verzending van deze uitspraak een heldere en begrijpelijke specificatie te verstrekken. De consument kan daar vervolgens binnen drie weken op reageren.

De commissie zal daarna zonder verdere zitting einduitspraak doen.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie:
 houdt de behandeling van het geschil aan;
 bepaalt dat ondernemer binnen drie weken na verzending van deze uitspraak een heldere en begrijpelijke specificatie en uitleg zal aanleveren hoe de diverse verrekeningen hebben plaatsgevonden en zich tot elkaar verhouden en dat de uiteindelijk geïncasseerde bedragen € 185,48 en € 50,40 als resultaat daarvan correct zijn;
 consument kan daar vervolgens binnen drie weken op reageren;
 de commissie zal daarna zonder verdere zitting einduitspraak doen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. R.H. Smits, voorzitter, mevrouw mr. W.N. Kip, de heer drs. L. van Rootselaar, leden, op 28 juni 2024.

Opslaan als PDF