Commissie weigert ontheffing depotstorting bij energiekwestie

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Depotbeslissing    Jaartal: -
Soort uitspraak: depotbeslissing   Uitkomst: aanhouding beslissing   Referentiecode: 1319035/1324496

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De Geschillencommissie Energie heeft het verzoek van de consument om vrijstelling van de verplichte depotstorting afgewezen, omdat hij onvoldoende heeft aangetoond dat hij het bedrag van € 1.221,53 niet kan betalen. Hoewel de consument documenten heeft overgelegd over zijn inkomen, vermogen en beëindigde WW‑uitkering, vindt de commissie dat zijn financiële situatie niet volledig duidelijk is: het is onbekend hoe hij zijn maandelijkse huur van € 641,- betaalt, er bestaat een spaarrekening waarvan het saldo niet is aangetoond en mogelijk komt hij in aanmerking voor een andere uitkering, zoals via de Participatiewet. Omdat niet vaststaat dat de consument het bedrag echt niet kan missen, moet hij het depotbedrag binnen één maand na verzending van de uitspraak storten. Pas na ontvangst van de volledige betaling wordt zijn klacht over het hoge en volgens hem onverklaarbare gasverbruik inhoudelijk behandeld; bij uitblijven van betaling wordt het dossier gesloten

De volledige uitspraak

Samenvatting

De commissie acht de door de consument overgelegde verklaringen niet voldoende om tot het oordeel te komen dat aan de consument ontheffing dient te worden verleend van de verplichting om een bedrag in depot te storten.

Beoordeling

Het geschil vloeit voort uit een op 27 juli 2024 met de ondernemer tot stand gekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van gas en elektra in de gebruiksperiode 10 juli 2024 tot en met 15 juli 2025 voor een bedrag van € 2.569,53.

De consument heeft de klacht eerst voorgelegd aan de ondernemer.

De consument betwist de door de ondernemer opgestelde jaarafrekening 2024/2025 wegens extreem en onverklaard gasverbruik. Hij zou een hoog bedrag moeten bijbetalen, namelijk € 1.201,53. Verder acht de consument de technische beoordeling onvolledig: er ontbreken rapportages, meetwaarden en onderbouwing. Ook is er volgens de consument sprake van tegenstrijdige en foutieve communicatie over telefonisch contact, ondanks zijn schriftelijk contactverzoek.
In verband met het bedrag dat de consument mogelijk nog verschuldigd is aan de ondernemer rijst de vraag of de consument een bedrag in depot moet storten bij de commissie.

De consument heeft aangegeven dat zijn financiële omstandigheden het niet toelaten dat hij een bedrag in depot stort. Hij beschikt momenteel niet over inkomen en geen vrij vermogen. Een depotstorting zou daarom leiden tot onevenredige financiële gevolgen. Daarom verzoek hij om ontheffing van de verplichting om een bedrag van € 1.201,53 in depot te storten.
De ondernemer is van mening dat de consument wel dat bedrag in depot dient te storten voordat het geschil door de commissie inhoudelijk kan worden behandeld.

De consument heeft diverse verklaringen overgelegd, te weten:

  • een ingevulde verklaring over inkomen en vermogen;
  • een recent bankafschrift waaruit blijkt dat hij geen vrij beschikbaar vermogen heeft;
  • de laatste betaalspecificatie van zijn WW-uitkering;
  • een document waaruit blijkt dat zijn WW-uitkering per begin januari 2026 is beëindigd.

De commissie acht de door de consument overgelegde verklaringen niet voldoende om tot het oordeel te komen dat aan de consument ontheffing dient te worden verleend van de verplichting om een bedrag in depot te storten.
Zo constateert de commissie dat niet blijkt op welke wijze de consument de maandelijkse huursom van
€ 641,- betaalt. Dit laat de mogelijkheid open dat de consument ook over een andere bankrekening beschikt.
Verder beschikt de consument over een spaarrekening waarvan niet duidelijk is geworden wat het saldo daarvan is. Verder wijst de commissie erop dat de WW-uitkering van de consument weliswaar is beëindigd maar dat de consument mogelijk wel in aanmerking komt voor een uitkering krachtens de Participatiewet.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie bepaalt dat de consument gehouden is het bedrag van € 1.221,53 in depot te storten en wel binnen een maand na verzending van deze uitspraak.

De commissie bepaalt dat na ontvangst van volledige betaling de klacht verder in behandeling zal worden genomen en dat bij gebreke daarvan het dossier zal worden gesloten zonder verdere behandeling.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer prof. mr. A.W. Jongbloed, voorzitter, de heer R.A. Timmer, mevrouw J.M.A. van Haren, leden, op 9 februari 2026.

 

 

Opslaan als PDF