Consument betwist eindafrekening vanwege hoog verbruik tijdens afwezigheid

  • Home >>
  • Energie >>
De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Eindafrekening    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 222573/231308

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Het geregistreerde verbruik komt voor rekening en risico van de consument. Nu niet ter discussie staat dat
de eindafrekening is opgesteld aan de hand van door de consument aangeleverde meterstanden, waarvan
niet is gesteld of gebleken dat deze onjuist zijn en een mogelijk defect aan de meter ook geen onderwerp
van geschil is.

De uitspraak

Beoordeling
Partijen hebben een geschil over de eindafrekening die betrekking heeft op slecht de laatste 18 dagen van
de totale periode van vier jaar waarin de ondernemer de energieleverancier van de consument is geweest.
Volgens de ondernemer zou de consument gelet op de door de consument doorgegeven meterstanden in
18 dagen tijd 3.038 kWh hebben verbruikt. Volgens de consument is dat onmogelijk, omdat hij 10 van die
18 dagen op vakantie is geweest en er in die vakantieperiode ook nog eens acht dagen lang een
stroomstoring is geweest. De consument verlangt om die reden een verklaring van de ondernemer voor dit
hoge aan hem in rekening gebrachte verbruik en betwist naar de commissie begrijpt om die reden de
hoogte van de eindafrekening.

De commissie oordeelt hieromtrent als volgt. Tussen partijen staat niet ter discussie dat het bij de
eindafrekening in rekening gebrachte verbruik tot stand is gekomen aan de hand van de door de
consument zelf aangeleverde meterstanden en de consument de juistheid van deze meterstanden niet
betwist.

Uitgangspunt is (op basis van de toepasselijke algemene voorwaarden) dat de met de meetinrichting
verkregen verbruiksgegevens voor partijen bindend zijn, tenzij blijkt dat de meter(s) niet correct
heeft/hebben gefunctioneerd. Dat de elektriciteitsmeter onjuist heeft gefunctioneerd is niet komen vast te
staan, temeer omdat de consument de meter niet heeft laten ijken en ook anderszins van gebreken niets is
gebleken. Als de consument van mening is dat de meter niet goed zou hebben gefunctioneerd dan had het
op zijn weg gelegen om dat ook concreet en gemotiveerd te onderbouwen, hetgeen hij echter heeft
nagelaten.

Aldus kan de commissie niet vaststellen dat de meter niet juist heeft gefunctioneerd zodat het
geregistreerde verbruik over de betreffende 18 dagen voor rekening en risico komt van de consument. De
ondernemer behoeft in dit geval geen verklaring te geven voor de omvang van het geregistreerde verbruik
van de consument, met name nu het erop lijkt dat die verklaring moet worden gezocht in omstandigheden
die niet door de ondernemer kunnen worden beïnvloed. De ondernemer heeft immers geen inzicht in de
gezinssamenstelling en het verbruikspatroon van de consument c.q. de mate van bewoning, alsmede de
hoeveelheid en aard van de apparatuur die door de consument wordt gebruikt. Dat het verder zowel
praktisch als fysiek onmogelijk moet worden geacht dat een dergelijk (hoog) elektriciteitsverbruik door de
consument zou kunnen zijn gerealiseerd en afgenomen is verder niet gebleken. Door de commissie is ter
zitting geopperd dat het hoge verbruik te maken zou kunnen hebben gehad met de storing die volgens de
consument tijdens de vakantie in zijn warmtepomp is opgetreden. Maar ook al zou dat de reden zijn, dat
maakt niet dat dat een reden is die maakt dat de consument niet gehouden is aan de ondernemer te
betalen voor het geregistreerde verbruik.

Ambtshalve toetsing
Voor de beoordeling van de klacht is artikel 9.1 van de Algemene Voorwaarden voor de levering van
elektriciteit en gas aan kleinverbruikers (versie 2013) van belang. Dit beding luidt als volgt: “9.1 Tenzij
schriftelijk anders is overeengekomen, stelt de leverancier de omvang van de levering vast op basis van de
gegevens verkregen met behulp van de meetinrichting die de netbeheerder de contractant ter beschikking
heeft gesteld.” Dit beding is door de commissie getoetst aan het Europese en Nederlandse
(consumenten)recht waarvoor ambtshalve toetsing geldt en de commissie acht dit beding niet in strijd met
deze regelgeving.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. D.P.C.M. Hellegers,
voorzitter, mevrouw mr. W.N. Kip, de heer drs. L. van Rootselaar, leden, op 11 januari 2024.

Opslaan als PDF