Commissie: Energie
Categorie: Eindafrekening / Verbruik
Jaartal: 2023
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
224284/230854
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
Consument is het niet eens met de jaarnota over 2022. Het in rekening gebracht verbruik en het verbruik
zoals weergegeven op de website is niet juist omdat zij van 20 augustus 2022 tot en
met 29 september 2022 en van 3 december tot en met 29 januari 2023 in het buitenland verbleef/afwezig
was.
De uitspraak
Beoordeling
Consument is het niet eens met de jaarnota over 2022. Het in rekening gebracht verbruik en het verbruik
zoals weergegeven op de website is niet juist omdat zij van 20 augustus 2022 tot en met 29
september 2022 en van 3 december tot en met 29 januari 2023 in het buitenland verbleef/afwezig was.
De ondernemer heeft verweer gevoerd. Het verbruik wordt gemeten en geregistreerd met behulp van
gecertificeerde en geijkte meters. Ten behoeve van het beantwoorden van deze geschilklacht is de
aanwezige meter uitgelezen en zijn de meetgegevens geanalyseerd.
Deze meetgegevens geven het daadwerkelijke verbruik van consument weer en daar dient vanuit te
worden gegaan, temeer daar deze meters gecertificeerd en geijkt zijn. Er is ook geen enkele reden om te
twijfelen aan de juistheid van de meter en het door die meter geregistreerde daadwerkelijke verbruik. Het
gemeten daadwerkelijke verbruik van 0,002 GJ tot (op koude dagen incidenteel) 0,006 GJ op de dagen dat
consument naar haar eigen zeggen afwezig is geweest, komt overeen met een verbruik ten behoeve van
de warmhoud component in de aanwezige afleverset. Het verbruik zoals weergegeven in de app
wijkt in sommige gevallen deels af van het daadwerkelijke verbruik, als gevolg van het niet dagelijks
doorgeven van de data aan onze servers. Dan wordt het verbruik door de app/software geschat en die
schatting wordt dan in de app getoond. Dit is echter niet wat er daadwerkelijk wordt gefactureerd. Er wordt
maandelijks betaald aan de hand van een voorschotnota en aan het eind van elk jaar (en in het geval van
een verhuizing de einstand) wordt het daadwerkelijke verbruik gefactureerd middels de jaarnota/eindnota
op basis van de meterstanden. Daarbij wordt het daadwerkelijk verbruik verrekend met de (betaalde)
voorschotnota’s. Op basis van het verhaal van consument lijkt te worden gesuggereerd dat er in december
2022 door haar meer of te veel is verbruikt is, maar dat is dus het gevolg van een eerdere schatting van de
app/software. Het een en ander is in ieder geval gecorrigeerd door middel van de jaarnota over 2022. Op
de jaar- en eindnota, gecombineerd met alle voorschotnota’s, kunt u zien dat logischerwijs alleen het
daadwerkelijke verbruik is betaald.
Met betrekking tot het gestelde meerverbruik in de door consument genoemde perioden van afwezigheid,
het volgende: het verbruik in de maand augustus (naar eigen zeggen was consument afwezig van 20 t/m
31 augustus) 2022: Het verbruik in augustus 2022 bedraagt 0,36 GJ. Het verbruik in augustus 2021
bedroeg 0,48 GJ. Het verbruik van augustus 2022 ligt daarmee 25% lager dan het verbruik in augustus
2021. Er kan daarom niet zonder meer gesteld worden dat het verbruik tijdens afwezigheid hoger ligt dan
tijdens aanwezigheid. Het verbruik in de maand september (naar eigen zeggen was consument afwezig
van 1 t/m 29 september) 2022: het verbruik in september 2022 bedraagt 0,109 GJ, wat overeenkomt met
gemiddeld 0,004 GJ per dag, wat overeenkomt met het gemiddeld verbruik van het warmhoudcomponent
in de aanwezige afleverset. Er zijn geen afwijkingen geconstateerd en geen hoog verbruik geconstateerd.
Het verbruik in de maand december (naar eigen zeggen was consument afwezig van 3 t/m 31 december)
2022: het verbruik in december 2022 bedraagt 0,28699 GJ, waarvan 0,19001 GJ in de 3 dagen dat
consument wel thuis was en 0,097 GJ in de 28 dagen dat consument (naar eigen zeggen) niet thuis was.
Dat komt neer op een gemiddeld verbruik van 0,003 GJ per dag dat consument zegt afwezig te zijn
geweest, dit betreft het verbruik ten behoeve van het warmhoud-component in de aanwezige afleverset.
Het verbruik in de maand januari (naar eigen zeggen was consument afwezig van 1 t/m 26 januari) 2023:
het verbruik in januari 2023 bedraagt 0,835 GJ (100%), waarvan 0,756 GJ (90,54%) in de 5 dagen dat
consument klaarblijkelijk wel thuis was en 0,079 GJ (9,46%) in de 26 dagen dat consument (naar eigen
zeggen) niet thuis was. Het verbruik tijdens de afwezigheid van consument bedraagt 0,003 GJ per dag,
overeenkomend met het verbruik van het warmhoudcomponent in de aanwezige afleverset. Het verbruik
tijdens de aanwezigheid van consument bedraagt gemiddeld 0,1512 GJ per dag. In de klacht noemt
consument 29 januari 2023 als datum van haar terugkomst, echter, in een eerdere aan ons gerichte brief
van 27 juni 2023 noemt consument 26 januari 2023 als de datum van haar terugkomst (daar zit dus 3
dagen van verschil tussen). Deze laatste datum (26 januari 2023) lijkt evenwel meer voor de hand liggend
met de werkelijkheid, omdat deze datum overeenkomt met het geregistreerde daadwerkelijke verbruik van
consument.
Als consument nog steeds van mening is dat de jaarnota over 2022 onjuist is en/of het geregistreerde en
gefactureerde daadwerkelijke verbruik afwijkt van de werkelijkheid, zouden wij graag zien dat consument
aantoont en bewijst waarom en op basis waarvan zij die mening is toegedaan en dus waarop die
stellingname is gebaseerd. Met betrekking tot haar stellingname dat het verbruik tijdens haar afwezigheid
hoger was dan het verbruik tijdens haar aanwezigheid, is aan de verhouding tussen het verbruik op dagen
van haar vermeende afwezigheid (0,003 GJ tot 0,004 GJ per dag) en het verbruik op de dagen van haar
aanwezigheid (0,0124 GJ (augustus) tot 0,1512 GJ (januari) per dag) te zien dat deze stellingname onjuist
is. Ondernemer herkent de bewering dat er sprake is (geweest) van een ho(o)g(er) verbruik tijdens de
vermeende afwezigheid van consument dan ook niet.
De commissie is van oordeel dat de ondernemer in het verweer afdoende aannemelijk heeft gemaakt dat in
de jaarnota over 2022 het juiste verbruik in rekening is gebracht.
Uit de uitgebreide analyse van het gemeten verbruik tijdens de door consument gestelde periodes van
afwezigheid blijkt dat het geregistreerde verbruik gedurende die periodes ook daadwerkelijk veel lager was
dan het jaar daarvoor en in de meeste periodes overeenkwam met het gemiddeld verbruik ten behoeve van
de warmhoud-component in de afleverset. De consument heeft dit niet gemotiveerd betwist en ook
anderszins niet aannemelijk gemaakt dat het in rekening gebracht verbruik onjuist is. Voor zover het
verbruik in de app niet juist zou zijn begrijpt de commissie de uitleg van de ondernemer dat het
verbruik zoals weergegeven in de app in sommige gevallen deels af kan wijken van het
daadwerkelijke verbruik, als gevolg van het niet dagelijks doorgeven van de data aan onze servers. Dan
wordt het verbruik door de app/software geschat en die schatting wordt dan in de app getoond. Dit is echter
niet het verbruik dat wordt gefactureerd. Hoewel de niet altijd up to date vermelding in de app het
verwarrend kan zijn voor consumenten, blijft het gemeten werkelijk bepalend voor het verbruik dat wordt
gefactureerd op de jaarnota. Dat is, zoals uit het voorgaande volgt, correct gebeurt.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Beslissing
De commissie verklaart de klacht ongegrond.
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten
verschuldigd.
Deze behandelingskosten worden geheel betaald.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. R.H. Smits, voorzitter,
mevrouw mr. W.N. Kip, de heer drs. L. van Rootselaar, leden, op 21 december 2023.