Commissie: Thuiswinkel
Categorie: Herroepingsrecht
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
1131318/1280644
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument kocht een Samsung‑telefoon en stuurde deze op 1 april 2025 terug binnen de herroepingstermijn. Hij toont aan dat hij het pakket heeft verzonden, maar niet dat de ondernemer het daadwerkelijk heeft ontvangen. Volgens de wet ligt het risico van terugzending bij de consument wanneer hij zelf het transport regelt. De ondernemer betwist ontvangst en de consument kan geen bewijs van aflevering bij de ondernemer overleggen. Daardoor heeft hij zijn herroepingsrecht niet rechtsgeldig uitgeoefend. Hoewel de ondernemer juridisch niets hoefde te doen, heeft hij uit coulance het abonnement geannuleerd, alle betaalde bedragen teruggestort en de BKR‑registratie verwijderd. De extra eisen van de consument vallen buiten de klacht of komen niet voor toewijzing in aanmerking. De klacht is ongegrond.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft de ontvangst van een retourzending.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De consument heeft bij de ondernemer een Samsung-telefoon besteld en ontvangen.
Op 1 april 2025 heeft de consument, tijdig, gebruik gemaakt van zijn herroepingsrecht en de telefoon retour gestuurd naar de ondernemer. Volgens de vervoerder is het pakket afgeleverd. De medewerker van het afleverpunt bevestigt mondeling dat het pakket correct is overhandigd aan de vervoerder. Dit blijkt uit bijgevoegd verzendbewijs.
De ondernemer weigert de herroeping te erkennen en beweert dat hij het pakket niet heeft ontvangen. Dat de retourzending niet is aangekomen, is niet aan de consument te wijten. Volgens wet- en regelgeving ligt het risico bij de verkoper na overdracht aan de vervoerder.
De consument verlangt dat de ondernemer de herroeping accepteert en het aankoopbedrag terugbetaalt, het abonnement stopt en dit doorgeeft aan een nieuwe aanbieder.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Op 27 maart 2025 heeft de consument via de ondernemer een telefoon met bijbehorend abonnement met een telefoonaanbieder besteld. Deze bestelling is op 28 maart 2025 bij hem afgeleverd.
De consument heeft aangegeven gebruik te maken van zijn herroepingsrecht. Hij stelt dat hij het toestel en de simkaart heeft geretourneerd, maar die retourzending is nooit door de ondernemer ontvangen. Het risico van terugzending ligt bij de consument. Het transport was door de consument zelf georganiseerd.
Ondanks dat de retourzending nooit bij de ondernemer is aangekomen en de consument sinds 14 mei 2025 niet meer heeft gereageerd op de verzoeken om nadere informatie of medewerking, heeft de ondernemer, zonder hiertoe juridisch gehouden te zijn, coulance betracht en het abonnement en de toestelbundel volledig geannuleerd, alle reeds betaalde bedragen aan de consument teruggestort en de BKR-registratie verwijderd. Gelet hierop zijn de nadere vorderingen onduidelijk.
Verzocht wordt de klacht ongegrond te verklaren.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Op grond van de wet (artikel 6:230o, lid 5 BW) dient de consument te bewijzen dat hij het product heeft geretourneerd wil hij zijn herroepingsrecht kunnen uitoefenen. Op grond van artikel 6:230s BW is het aan een consument om te zorgen voor terugzending van een artikel bij herroeping van een koopovereenkomst. Het is dus aan de consument om aan te tonen dat het product aan de ondernemer is teruggestuurd. In dat verband is niet voldoende dat de consument aantoont de zaak te hebben verzonden. De consument moet ook kunnen aantonen dat dit daadwerkelijk door de ondernemer is ontvangen. Niet is in geschil dat niet de ondernemer maar de consument zelf voor het transport heeft zorggedragen.
Het risico van terugzending ligt dus bij de consument. Uit niets blijkt echter dat het product door de ondernemer is ontvangen. De consument heeft hieromtrent niets aangevoerd.
In een van de toelichtingen op 14 mei 2025 stelt hij zelf dat de vervoerder heeft aangegeven dat er onduidelijkheid is over de precieze aflevering. De ondernemer heeft voorts betwist het product ontvangen te hebben. De consument heeft dus niet aangetoond dat het product daadwerkelijk door de ondernemer is ontvangen. Dit betekent dat hij niet aan zijn verplichting heeft voldaan het product aan de ondernemer terug te leveren, zodat de ondernemer ook niet gehouden is aan de eisen van de consument te voldoen. Al hetgeen de consument verlangt stuit hierop af. Dit geldt dus ook voor de aanvullende eis van schadevergoeding.
Gebleken is dat de ondernemer, om redenen van coulance, aan de verzoeken van de consument, zoals o.a. in het vragenformulier geformuleerd, is tegemoetgekomen. Met de ondernemer is de commissie dan ook van oordeel dat de ondernemer hiertoe is overgegaan zonder enige (wettelijke) gehoudenheid. In de reactie op het verweer heeft de consument nog meer klachten en eisen geformuleerd. De omvang van het geschil wordt gevormd door de klacht zoals geformuleerd in het vragenformulier en de op die klacht betrekking hebbende nadere onderbouwing waarnaar de consument in het vragenformulier verwezen heeft en waarop de ondernemer heeft kunnen reageren en heeft gereageerd. De nieuwe klachten die nadien zijn geformuleerd vormen dus geen onderdeel van de onderhavige klacht en vallen buiten de omvang van dit geschil en zullen niet worden besproken. Overigens zou al hetgeen de consument aanvullend eist, gelet op het voorgaande, niet voor toewijzing in aanmerking komen.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Thuiswinkel, bestaande uit mevrouw mr. I.K. Rapmund, voorzitter, de heer W.H.X. Amian, mevrouw mr. E.J.P.J.M. Kneepkens, leden, op 3 november 2025.