Consument biedt ondernemer geen mogelijkheid om monteur herstelplicht na te laten komen

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Thuiswinkel    Categorie: (non)conformiteit    Jaartal: 2019
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: Ongegrond   Referentiecode: 1570/6934

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over

De consument klaagt over de verrichte montagewerkzaamheden. De door de ondernemer gezonden monteur heeft de door de consument aangeschafte kaptafel niet goed gemonteerd. Daardoor moest de consument een nieuwe kaptafel bestellen en laten monteren door een nieuwe monteur. De consument wil hier een passende schadevergoeding voor krijgen. De ondernemer heeft bemiddeld tussen de monteur en de consument, maar uiteindelijk werd de klacht volgens de consument groter en ernstiger. De monteur heeft aangeboden om de klachten kosteloos te behandelen, maar dit wilde de consument niet. De commissie stelt dat de consument de ondernemer eerst in verzuim moest stellen, zodat de ondernemer een redelijke nakomingstermijn zou krijgen. De consument heeft de schade groter gemaakt, omdat zij de monteur niet de gelegenheid heeft gegeven om zijn klacht in te zien en zijn herstelplicht na te komen. De commissie oordeelt dan ook dat het niet redelijk is dat de consument een schadevergoeding zou krijgen. De commissie verklaart de klacht ongegrond.

Volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil
Het geschil vloeit voort uit een overeenkomst voor te verrichten montagewerkzaamheden met betrekking tot elders gekochte meubelelementen tegen een daarvoor door de consument te betalen bedrag.

Het montagewerk heeft plaatsgevonden op 5 april 2019.

De consument heeft de klacht al kort na de verrichte montagewerkzaamheden voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument
Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

De door de ondernemer gezonden monteur heeft de kledingkast en kaptafel eerst verkeerd en ondeugdelijk gemonteerd en geboord, waarna hij de meubels op kosten van de consument ook nog eens fout heeft gerepareerd. Dat is bevestigd door andere monteurs die de consument vervolgens voor correct herstel heeft ingeschakeld.
De ondernemer en de door haar gezonden monteur willen geen enkele vergoeding betalen en zij reageerden allebei boos en gefrustreerd. De consument voelt zich daardoor onveilig en geïntimideerd en wil de bewuste monteur -die bovendien niet integer is- niet meer in huis hebben. De consument heeft de politie geïnformeerd en zal de politie bellen als de monteur haar lastig dreigt te vallen, maar dat heeft hij gelukkig niet meer gedaan.
De consument kan desgewenst alles bewijzen. Als gevolg heeft de consument tegen betaling van (€ 188,– voor een nieuwe kaptafel plus € 35,– voor een andere monteur =) € 223,– een nieuwe kaptafel moeten bestellen en laten monteren.

De consument verlangt een passende schadevergoeding van ten minste (€ 268,66 plus € 223,–=) € 491,66.

Standpunt van de ondernemer
Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

De ondernemer heeft als bemiddelende organisatie de klacht behandeld. Naarmate de tijd vordert, wordt de klacht volgens de consument groter en ernstiger. De uitvoerende klusser heeft aangegeven dat de eis van de consument onredelijk is. De klusser heeft aangeboden om de klachten kosteloos te behandelen, maar de consument wil dat niet en daarom houdt de bemiddeling door de ondernemer op.

Beoordeling van het geschil
De commissie overweegt het volgende.

Voor zover de consument aangeeft zo nodig alles te kunnen bewijzen, heeft zij al voldoende gelegenheid gehad om eventuele bewijsmiddelen zo nodig te (laten) opmaken en/of in te brengen. De commissie zal de zaak nu beoordelen aan de hand van alles wat door partijen is ingebracht.

Als niet of onvoldoende bestreden dient tot uitgangspunt dat partijen een overeenkomst hebben gesloten voor bemiddeling bij te verrichten montagewerkzaamheden met betrekking tot elders gekochte elementen van een kledingkast en een kaptafel tegen een daarvoor door de consument betaald totaalbedrag van € 268,66.

De consument verlangt een door de ondernemer te betalen schadevergoeding en zij legt daaraan in hoofdlijn ten grondslag dat tekort is geschoten in de nakoming van de verplichting om de overeengekomen werkzaamheden bekwaam en deugdelijk te verrichten.

Met haar verweer dat zij slechts heeft bemiddeld, ontkent de ondernemer in feite dat die verplichting op haar rust.

De commissie overweegt dat bij gebreke van andere afspraken, inderdaad niet de ondernemer maar de bemiddelde monteur zich lijkt te hebben verbonden om die werkzaamheden te verrichten. Uit de aard van de door de ondernemer gestelde bemiddeling vloeit echter wel voort dat de ondernemer tegenover de consument instaat voor de vakkundigheid van de bemiddelde monteur, de deugdelijkheid van het door hem te verrichten werk en de door zijn doen of nalaten veroorzaakte schade. Hoe ver dat precies gaat, behoeft echter geen bespreking omdat de commissie de door de consument verlangde schadevergoeding blijkens het navolgende al niet toewijsbaar oordeelt.

Bij immateriële schade krijgt de benadeelde slechts in een beperkt aantal wettelijk bepaalde gevallen recht op een billijke vergoeding of smartengeld, maar zo’n geval is hier niet aannemelijk geworden. Zo kan de commissie bijvoorbeeld niet oordelen dat de ondernemer het oogmerk had om de consument te frustreren of verdriet te doen. Ook de door consument als intimiderend ervaren communicatie vormt onvoldoende grond voor een billijke vergoeding van immateriële schade of smartengeld.

Bij zowel immateriële schade als vermogensschade geldt bovendien meer algemeen dat een tekortkoming pas tot vergoeding verplicht als de schuldenaar in verzuim verkeert. Hier ontbreekt een daartoe vereiste schriftelijke ingebrekestelling en heeft de consument geen schriftelijke aanmaning met daarin een (alsnog) geboden redelijke nakomingstermijn uitgebracht. Bovendien heeft de consument hier uiteindelijk zelf aan de door de ondernemer bemiddelde monteur de gelegenheid onthouden om de klacht te bezien en zijn herstelplicht na te komen, waarna de consument vervolgens wel een derde heeft toegelaten voor herstel en montage van een nieuw meubel. De commissie oordeelt het dan ook niet redelijk en billijk dat de consument ter beëindiging van dit geschil enige schadevergoeding zou krijgen.

Nu de consument verder niets aanvoert dat een andere beslissing rechtvaardigt, brengt dit de commissie tot de slotsom dat de klacht uiteindelijk ongegrond is en zal de commissie het door de consument verlangde afwijzen.

De commissie beslist als volgt.

Beslissing
De commissie wijst het door de consument verlangde af.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Thuiswinkel, bestaande uit mr. M.G.W.M. Stienissen, voorzitter, mr. P.B. Vos en S.L.R. van Nuijs, leden, op 11 december 2019.