Consument had mededelingsplicht met betrekking tot vereiste vergunning in verband met werkzaamheden aan metrolijn.

  • Home >>
  • Verhuizen >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Verhuizen    Categorie: Informatie    Jaartal: 2013
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: VER03-0030

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 5 maart 2003 tussen partijen totstandgekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het uitvoeren van een verhuizing op 31 maart 2002 en het opslaan van een inboedel tegen de daarvoor door de consument te betalen prijs van € 2.020,–.   De consument heeft op 1 april 2003 de klacht voorgelegd aan de ondernemer.   Standpunt van de consument   Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt. Op 31 maart 2003 wordt de inboedel van de consument voor 90% ingepakt, maar niet ingeladen omdat de ondernemer niet beschikt over de benodigde ontheffing tijdelijk parkeren/tijdelijk blokkeren van de rijweg bij het woonadres van de consument te Amsterdam. De consument was niet op de hoogte van het feit dat een ontheffing vereist was om te kunnen verhuizen en stelt zich op het standpunt dat de ondernemer als erkende verhuizer hiervan op de hoogte had dienen te zijn. De consument heeft de ondernemer meer dan 24 uur de tijd gegeven om de benodigde ontheffing alsnog te verkrijgen. De ondernemer is daarin niet geslaagd. Op 1 april heeft de consument de ondernemer in verzuim gesteld en de gesloten overeenkomst met de ondernemer ontbonden.   De consument verlangt dat de commissie de klacht gegrond verklaart en bepaalt dat de ondernemer een vergoeding aan de consument betaalt van € 4.938,16 als volgt gespecificeerd: – € 1.450,04 voor het inhuren van een andere verhuizer, die wel over een vergunning kon beschikken; – € 494,40 hotelkosten omdat een geplande vakantie moest worden opgeschort; – € 48,– en € 2.020,– wegens onverschuldigde betalingen aan de ondernemer; – € 925,– wegens door de consument gemaakte kosten van een advocaat.   Standpunt van de ondernemer   Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.   De verhuisdatum is in onderling overleg vastgelegd op 31 maart 2003. Overeengekomen werd dat de verhuiskosten en de kosten van 3 maanden opslag tevoren zouden worden voldaan. Aan die voorwaarden heeft de consument voldaan. Op 28 maart 2003 heeft de ondernemer een parkeerontheffing aangevraagd, gelijktijdig met twee andere aanvragen voor andere adressen. De twee ontheffingen voor de andere adressen werden verleend. De vergunning voor het woonadres van de consument werd niet verstrekt in verband met de aanleg van de Noord Zuidlijn te Amsterdam. Er is getracht contact op te nemen met de consument, doch dat is wegens zijn afwezigheid niet gelukt voor 31 maart 2003. Volgens de gemeente Amsterdam zijn alle bewoners in de straat waar de consument woonachtig was op de hoogte gesteld van de beperkingen in het betreffende gebied wegens de bouw van de Noord Zuidlijn. Men is geadviseerd om met leveranciers hierover contact op te nemen. Bedrijven zijn niet door de gemeente Amsterdam ingelicht. Op onze vraag op 31 maart 2003 aan de consument waarom hij ons niet over de problematiek heeft geïnformeerd, luidde zijn antwoord dat hij de brief terzijde heeft gelegd in verband met het feit dat hij de Nederlandse taal niet machtig is. Dit laatste bevreemdt ons omdat de consument ons niet heeft verzocht de verhuisovereenkomst in de Engelse taal op te stellen. De consument was op de hoogte van het feit dat er een ontheffing moest worden gevraagd. Dit blijkt uit de verhuisofferte. Afgezien van het feit dat de consument de bewuste brief van de gemeente Amsterdam heeft genegeerd, was de situatie ter plekke zodanig gewijzigd vergeleken met die op de dag van het taxatiebezoek (5 maart 2003) dat de consument had moeten begrijpen dat het uitvoeren van de verhuizing problemen zou opleveren. Wij hebben nog getracht om de verhuizing ondanks het ontbreken van de vergunning uit te voeren, doch dat werd door de politie verhinderd. Uit niets blijkt dat de andere verhuizer wel op tijd over de vergunning zou kunnen beschikken. De consument is niet ingegaan op onze voorstellen tot uitvoering van de verhuizing op een ander tijdstip tussen 19.00 en 07.00 uur. De betreffende vergunning zou 2 X 24 uur na aanvraag worden verstrekt. De ondernemer is van oordeel dat hij geen wanprestatie heeft gepleegd en geen enkele vergoeding aan de consument verschuldigd is   Beoordeling van het geschil   De commissie heeft het volgende overwogen.   Het voormalige woonadres van de consument is gelegen aan de route van de toekomstige Noord Zuidlijn. Aan die lijn wordt te Amsterdam op diverse locaties gewerkt. Van de plannen van uitvoering en daarmede gaande wijzigingen op die locaties worden direct betrokkenen door de gemeente Amsterdam geïnformeerd. De commissie deelt niet de mening van de consument dat de ondernemer op de hoogte diende te zijn van de feitelijke situatie bij zijn woning. Het kan niet van verhuizers worden gevergd dat zij zich constant op de hoogte stellen van de ontwikkelingen op de route van de Noord Zuidlijn. De consument dient de verhuizer op de hoogte te stellen van die wijzigingen. Dat vloeit reeds voort uit art. 3 sub 4d van de algemene voorwaarden van de ondernemer. Die voorwaarden zijn aan de consument ter hand gesteld zoals blijkt uit de ondertekening van de offerte door de consument. (In feite is de door beide partijen ondertekende offerte de schriftelijke verhuisovereenkomst). Bovendien blijkt dat de gemeente Amsterdam de omwonenden heeft ingelicht over de situatie rondom de straat waar de consument woonachtig was en de bewoners heeft aangeraden eventuele leveranciers te informeren. Dat dit bericht van de gemeente de consument niet heeft bereikt komt niet voor risico van de ondernemer. Afgezien van het bovenstaande had het zonder meer op de weg gelegen van de consument om een wijziging van de situatie rondom zijn woning te melden bij de ondernemer gezien de aard van de door die ondernemer te leveren prestatie. De consument had zijn gestelde schade dienen te voorkomen, althans dienen te beperken door de ondernemer direct op 31 maart 2003 in de gelegenheid te stellen alsnog op korte termijn (niet slechts ongeveer 24 uur) de vereiste vergunning aan te vragen en te verkrijgen. De consument is kennelijk in paniek geraakt vanwege de direct na de verhuizing geplande vakantie. Hij heeft naar het oordeel van de commissie ten onrechte reeds op 1 april 2003 de verhuisovereenkomst ontbonden. Daarmee heeft de consument verhinderd dat de ondernemer op zo kort mogelijk termijn alsnog de benodigde vergunning kon krijgen. (Uit de met het andere verhuisbedrijf overeengekomene blijkt overigens dat ook pas op 3 april 2003 zou kunnen worden verhuisd op basis van een aanvrage op 1 april 2003).   De verhuizer heeft de inpakwerkzaamheden grotendeels verricht en is vanwege omstandigheden die hem niet kunnen worden verweten niet in staat gesteld om aan zijn verdere verplichtingen te voldoen. De verhuisprijs blijft deswege verschuldigd. Dit geldt niet voor de kosten betreffende de opslag ad € 498,– totaal. In zoverre is de klacht gedeeltelijk gegrond en voor het overige ongegrond.   Met betrekking tot het hierna te noemen bedrag van € 80,– voor door de ondernemer te betalen behandelingskosten het navolgende: de ondernemer had de onverschuldigde kosten betreffende de opslag (€ 498,–) reeds voor de behandeling van het geschil kunnen retourneren aan de consument.   Derhalve wordt als volgt beslist.   Beslissing   De ondernemer betaalt aan de consument een vergoeding van € 498,–. Betaling dient plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies. Indien betaling niet tijdig plaatsvindt, betaalt de ondernemer bovendien de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de verzenddatum van het bindend advies.   De commissie wijst het meer of anders verlangde af.   Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 20,– aan de consument te vergoeden ter zake van een gedeelte van het klachtengeld.   Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie als bijdrage in de behandelingskosten van het geschil een bedrag verschuldigd van € 80,–.   Aldus beslist door de Geschillencommissie Verhuizen, op 1 oktober 2003.