Consument heeft ook BOVAG garantie bij mondelinge overeenkomst, nu er niet schriftelijk is afgezien van garantie

  • Home >>
  • Voertuigen >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Voertuigen    Categorie: Bevoegdheid    Jaartal: 2017
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 106981

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 20 september 2016 tussen partijen totstandgekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van een gebruikte auto, een Alfa Romeo Alfa GT, datum eerste toelating 19 november 2004, kilometerstand 110562, tegen de daarvoor door de consument te betalen prijs van € 4.600,– inclusief € 10,25 wegens leges en € 484,75 wegens afleverkosten. De levering vond plaats op of omstreeks 20 september 2016. De consument heeft op 29 oktober 2016 de klacht schriftelijk voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument

Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

Eén maand na aankoop heeft de motor van de auto het begeven. Deze dient gereviseerd te worden. Volgens door de consument geraadpleegde derden heeft de motor eerder schade gehad. De ondernemer weigert kosteloos herstel uit te voeren.

De consument betwist dat hij met te weinig olie heeft gereden.

Ter zitting heeft de consument verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.
Bij de aankoop is niet over garantie gesproken. Bij de reparatie van de injectoren heb ik ingestemd met een gedeeltelijke bijdrage in de kosten, omdat ik een aantal injectoren uit voorzorg heb laten vervangen. Daar kan ik geen garantie op verlangen. De kwestie van de garantie wordt een nietes-welles spelletje. De koopovereenkomst is niet op schrift gesteld.

Het blok moet ooit een keer oververhit zijn geweest. De auto staat inmiddels al een half jaar stil en de kosten lopen maar door. Inmiddels heb ik zo’n € 600,– aan kosten uitgegeven aan een auto die het niet doet. De ondernemer heeft nooit aangeboden om te herstellen.

De consument heeft geen vertrouwen meer in de auto en verlangt de ontbinding van de koopovereenkomst.

Standpunt van de ondernemer

Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

De auto is gekocht “zoals gezien, bereden en akkoord bevonden”, voor een bedrag van € 4.105,–. Garantie is niet overeengekomen.

Bij aankoop is de consument gewaarschuwd dat auto’s van dit type een hoger olieverbruik kennen dan andere auto’s. De consument heeft 3.000 kilometer met de auto gereden. De motorschade is ontstaan door te weinig smering als gevolg van het rijden met een te laag oliepeil. De oorzaak van de schade ligt daarom in de risicosfeer van de consument.

Ter zitting heeft de ondernemer verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.
Ons primair standpunt is dat er is afgezien van garantie. U ziet dat op de factuur in de regel over garantie onder “Duur mnd.” Een cijfer “0” is geprint. Daaruit blijkt dat geen garantie is verleend. Dat is tijdens het verkoopgesprek ook verteld aan de consument en daarom staat op de factuur “Gekocht zoals gezien, bereden en akkoord bevonden.”

Overigens heeft de ondernemer nog aangeboden om het blok te repareren.

De opgave van extra kosten in dit stadium van de procedure is te laat. Bovendien worden die kosten niet onderbouwd.

Deskundigenrapport

De door de commissie ingeschakelde deskundige heeft blijkens zijn rapport, voor zover thans van belang, het volgende vastgesteld.
Er is geen sprake van een defect, maar van een vergevorderd stadium van slijtage aan de draaiende delen. Dit heeft bij cilinder 3 tot het uitlopen van het lager geleid. Thans zijn er geen direct aanwijsbare factoren aan te wijzen zoals bijv. een gebrekkige smering door een te laag olieniveau.

Bij de auto is het originele serviceboekje aanwezig dat in 2004 bij de aflevering is afgestempeld. Er is echter geen periodiek onderhoud ingevuld. Het eerst ingevulde onderhoud staat op 05-12-2012. Vervolgens heeft de ondernemer onderhoud uitgevoerd. Dit onderhoud werd geverifieerd o.a. door de kap van de distributieriem te demonteren. Zichtbaar is dat deze riem recent werd vervangen.

Naar het oordeel van de deskundige is er op basis van zijn waarnemingen geen enkele aanleiding om te veronderstellen dat de ondernemer heeft ‘gesjoemeld’. Het aangetekende onderhoud werd daadwerkelijk uitgevoerd.

Er is sprake van een vergevorderd stadium van slijtage aan de draaiende delen. Slijtage die over de jaren is ontstaan en zal zijn beïnvloed door de kwaliteit van het al dan niet uitgevoerde onderhoud en de gebruiksomstandigheden gedurende de leeftijd.

De beoordeling van de bevoegdheid

Het geschil vloeit voort uit een overeenkomst tot koop en verkoop van een gebruikte auto. Het  standpunt van de consument komt erop neer dat de auto niet voldoet aan de koopovereenkomst (non-conform is), zodat de ondernemer deze alsnog moet repareren.

De ondernemer heeft als eerste verweer de bevoegdheid van de commissie betwist door te stellen dat bij aankoop van de auto geen BOVAG-garantie is overeengekomen.

De commissie overweegt dienaangaande als volgt.
Artikel 4, lid 3 van het Reglement Geschillencommissie Voertuigen luidt:
“Indien het een geschil betreft met betrekking tot een overeenkomst van koop en verkoop van een gebruikt voertuig is de Commissie bevoegd het geschil te behandelen indien de koper niet uitdrukkelijk schriftelijk heeft verklaard af te zien van BOVAG-garantie en
• waarbij de koopprijs van de gebruikte auto tenminste € 4.500,– bedraagt of indien het aankoopbedrag weliswaar minder bedraagt dan € 4.500,–, maar wel meer dan 35% van de oorspronkelijke cataloguswaarde van de auto bedraagt;
• (…)”

Bij de stukken heeft de commissie geen schriftelijke koopovereenkomst aangetroffen. Volgens mededeling van de consument ter zitting is van de koop ook geen schriftelijke overeenkomst opgesteld. Aan de factuur kan op dit punt geen bewijskracht worden toegekend, want dit betreft een eenzijdig door de ondernemer opgesteld stuk, dat niet door de consument is ondertekend. Volgens de factuur handelt de ondernemer overigens onder toepasselijkheid van de BOVAG-voorwaarden. Op grond van artikel 15, lid 3 van die voorwaarden verleent de ondernemer bij aankoop van een gebruikte auto BOVAG-garantie. De ondernemer stelt dat de consument daarvan heeft afgezien. Ter voorkoming van discussies hierover is in de BOVAG-voorwaarden (artikel 15, lid 3) en in het reglement van de commissie opgenomen dat dit uitsluitend schriftelijk kan. Nu de koopovereenkomst niet op schrift is gesteld, is aan het schriftelijkheidsvereiste niet voldaan. In dat geval moet de commissie ervan uitgaan dat bij aankoop BOVAG-garantie is verleend. De commissie is dan ook van oordeel dat zij bevoegd is om kennis te nemen van dit geschil.

De inhoudelijke beoordeling

De consument neemt het standpunt in dat de gekochte auto niet aan de overeenkomst beantwoordt.
Hiervan is sprake, wanneer de auto niet de eigenschappen bezit die de consument daarvan mocht verwachten. Hij mag in elk geval verwachten dat de auto voor een normaal gebruik geschikt is. De auto is gekocht op 20 september 2016 en de schade is gebleken op 22 oktober 2016, zodat het gebrek zich binnen zes maanden na aankoop heeft voorgedaan. Wanneer binnen zes maanden na aankoop blijkt dat de auto een gebrek heeft waardoor deze niet voor een normaal gebruik geschikt blijkt te zijn, wordt dat gebrek vermoed bij aflevering al aanwezig te zijn geweest (artikel 7:18, lid 2 Burgerlijk Wetboek).

Uit het rapport van de deskundige blijkt dat bij cilinder 3 een lager is uitgelopen, waardoor een motorschade is ontstaan. De oorzaak hiervan is gelegen in een verregaande slijtage. De deskundige merkt op dat er geen direct aanwijsbare factoren aan te wijzen zoals bijv. een gebrekkige smering door een te laag olieniveau.

De commissie leidt hieruit af dat de oorzaak voor het motorfalen bij aflevering al aanwezig moet zijn geweest. Een gebrek aan smering sluit de commissie op grond van de bevindingen van de deskundige uit. Het moge zo zijn dat bij een auto die 12 jaar oud is en ruim 100.000 kilometer heeft gereden slijtage is opgetreden, maar een koper hoeft niet te verwachten dat die slijtage van dien aard is dat de auto na goed één maand niet meer kan rijden. Overigens is het aantal gereden kilometers naar het oordeel van de commissie niet zo hoog dat op grond daarvan al duidelijk was dat de motor economisch en technisch aan het eind van zijn levensduur was gekomen.

De commissie deelt dus het standpunt van de consument dat de auto niet aan de overeenkomst heeft voldaan. Afdoende is gebleken dat de ondernemer niet bereid is geweest de motorschade voor zijn rekening te herstellen. Dat blijkt ook uit de brief van de gemachtigde van de ondernemer d.d. 17 november 2016. De ondernemer is daardoor in verzuim geraakt en de consument komt het recht toe om de koopovereenkomst te ontbinden. Gelet op de korte periode waarin hij van de auto gebruik heeft kunnen maken zal de commissie bij de vaststelling van de omvang van de terug te betalen koopsom geen rekening houden met afschrijving of gebruikskosten.

Mocht de ondernemer niet bereid blijken te zijn om binnen de door de commissie vast te stellen termijn uitvoering te geven aan de ongedaanmakingsverplichtingen die door de ontbinding ontstaan (terugnemen van de auto tegen vrijwaring van de consument en terugbetaling van de koopsom), dan zal hij ter zake de nakoming van die verplichtingen terstond na afloop van de termijn in verzuim zijn en schadeplichtig tegenover de consument. In dat geval begroot de commissie de door de consument geleden schade op € 3.500,–, zijnde de naar verwachting te maken herstelkosten die samenhangen met de vervanging van de motor. De commissie is van oordeel dat de door de deskundige geschatte herstelkosten te laag zijn, omdat zij uitgaan van de aanschaf van een sloopmotor, terwijl gelet op het aantal gereden kilometers plaatsing van een (duurdere) revisiemotor eerder aan de orde is.

De door de consument gevorderde kosten in de vorm van verzekering en wegenbelasting wijst de commissie af, enerzijds omdat deze niet onderbouwd zijn en anderzijds omdat het maken van deze kosten voorkomen had kunnen worden door het kenteken van de auto te schorsen.

Het voorgaande voert de commissie dan ook tot na te melden beslissing.

Beslissing

De commissie verklaart zich bevoegd tot kennisneming van het geschil.

De koopovereenkomst betreffende de auto in kwestie d.d. wordt ontbonden verklaard. Dit betekent dat de ondernemer de auto terug dient te nemen, onder vrijwaring van de consument en met terugbetaling van de koopsom ad € 4.600,–. Eén en ander dient te geschieden binnen vier weken na verzending van deze beslissing.

Indien de ondernemer binnen de gegeven termijn geen uitvoering heeft gegeven aan deze beslissing, zal hij door enkel het verloop van de termijn in verzuim zijn geraakt ter zake deze verplichtingen en schadeplichtig jegens de consument.

Indien de ondernemer in verzuim blijft om de ongedaanmakingsverplichtingen na ontbinding na te komen, zal de consument gerechtigd zijn om naar eigen goeddunken over de auto te beschikken en zal de ondernemer aan de consument binnen acht dagen na afloop van de hierboven gegeven termijn een vergoeding dienen te betalen van € 3.500,–. Indien betaling van deze vergoeding niet tijdig plaatsvindt, betaalt de ondernemer bovendien de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de negende dag na afloop van de hierboven gegeven termijn.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 127,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie als bijdrage in de behandelingskosten van het geschil een bedrag verschuldigd van € 600,–.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen op 19 april 2017.