Consument krijgt geen vergoeding na omboeking van hotel

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Reizen    Categorie: Schadevergoeding    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 1082941/1262560

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De zaak gaat over een consument die kort voor vertrek te horen kreeg dat haar geboekte hotel zou sluiten en daarom akkoord ging met een vervangend hotel. Tijdens de vakantie bleek de omgeving van dit hotel volgens haar minder geschikt, met weinig voorzieningen en extra kosten voor eten, all-inclusive verzorging en een huurauto. Volgens de commissie had de consument vooraf voldoende informatie over het alternatieve hotel ontvangen en had zij zelf kunnen onderzoeken of de ligging en omgeving aan haar wensen voldeden. Omdat zij het aanbod heeft geaccepteerd en de reisorganisatie de reis volgens afspraak heeft uitgevoerd, is de klacht ongegrond verklaard.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft een pakketreis voor vier personen naar [land] met vertrek op 11 oktober 2024.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De consument kreeg twee en een halve week voor vertrek bericht dat er een omboeking van het hotel zou plaatsvinden. De consument kon kiezen voor het enige alternatief dat werd aangeboden of voor annulering van de reis. Voor die keuze had zij twee dagen de tijd. De consument heeft het alternatieve hotel gecheckt en is vervolgens akkoord gegaan met het aanbod. In eerste instantie beviel het hotel wel maar de omgeving, ligging en faciliteiten in het dorp waren niet vergelijkbaar met het eerder geboekte hotel.

Voor een restaurant moest de consument 30 minuten rijden over onverharde wegen. In de buurt was alles gesloten. Daardoor werd de consument verplicht om de all-inclusive formule van het hotel bij te boeken. De consument heeft bij de reisleiding ter plaatse geklaagd, maar die klacht is niet behoorlijk behandeld. De consument vraagt de reissom van € 2.420,00 terug en daarbij vergoeding van € 548,00 voor de gehuurde auto, € 700,– voor de upgrade naar all-inclusive en € 109,60 voor extra eten.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De ondernemer heeft de consument op 23 september 2024 laten weten dat de geboekte accommodatie al op 10 oktober de deuren zou sluiten. Het alternatief dat werd aangeboden was een upgrade in accommodatie met hetzelfde kamertype en op basis van dezelfde verzorging voor dezelfde prijs. De consument heeft de alternatieve accommodatie geaccepteerd en daarmee in een nieuwe reisovereenkomst tot stand gekomen. Die reisovereenkomst is zoals afgesproken uitgevoerd. De consument had zich goed kunnen oriënteren op het alternatief omdat de ondernemer haar een link heeft gestuurd met informatie.
De consument heeft voordat zij akkoord ging niet gevraagd naar andere mogelijkheden en heeft de ondernemer niet gezegd dat een van haar reisgenoten slecht ter been was. De ondernemer betwist dat er geen faciliteiten waren in de omgeving. Wel kan het zijn dat sommige faciliteiten in het naseizoen niet of minder beschikbaar zijn. De ondernemer vraagt daar op zijn website ook aandacht voor.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De consument is duidelijk teleurgesteld in de omgeving waarin de accommodatie ligt die zij als alternatief heeft geaccepteerd. De vraag is of de ondernemer daarvan een verwijt kan worden gemaakt en overweegt in dat verband het volgende.

De commissie neemt aan dat de consument beschikte over de nodige informatie over die accommodatie voordat zij het alternatief accepteerde. De ondernemer geeft dat aan en de consument heeft dat niet betwist. De commissie constateert dat de consument niet eerst met de ondernemer contact heeft opgenomen om te informeren of de tweede accommodatie in een omgeving lag die aan haar wensen voldeed. Als de faciliteiten in de omgeving van de accommodatie van zo groot belang waren als nu blijkt, dan had de consument dat eerst goed moeten uitzoeken voordat zij het alternatief accepteerde. De commissie gaat ervan uit dat dat mogelijk moet zijn geweest in de twee dagen bedenktijd die de consument zegt gekregen te hebben. Overigens zegt de consument wel dat de omgeving, ligging en faciliteiten in het dorp niet vergelijkbaar waren met die van het eerste geboekte hotel, maar onderbouwt dat verder niet.
Nu de ondernemer van die speciale wensen van de consument niet op de hoogte was, de consument over de alternatieve accommodatie is geïnformeerd en de consument het aanbod heeft geaccepteerd, is de commissie van oordeel dat de consument heeft gekregen wat zij in tweede instantie heeft geboekt. De ondernemer heeft die reisovereenkomst naar behoren uitgevoerd en er is naar het oordeel van de commissie geen reden om de consument een financiële tegemoetkoming te geven zoals gevraagd.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Reizen, bestaande uit mevrouw mr. I.E. de Vries, voorzitter, de heer J.J.M. Crijnen, de heer mr. J.H. Willems, leden, op 23 september 2025.

Opslaan als PDF