Consument krijgt geen vergoeding voor schade aan camper op parkeerterrein

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Voertuigen    Categorie: Schadevergoeding    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 538573/777360

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Een consument stelde dat zijn camper, geparkeerd op het terrein van de ondernemer voor garantiewerkzaamheden, daar een kras opliep ter waarde van circa €2.000. Hij vond dat de ondernemer hiervoor aansprakelijk was of op zijn minst een deel van de schade zou moeten vergoeden. De ondernemer wees aansprakelijkheid af en stelde dat de schade al aanwezig was bij inname en niet door een ander voertuig op het terrein was veroorzaakt. De Geschillencommissie Voertuigen oordeelde dat niet is aangetoond dat de schade ontstond terwijl de camper onder de zorg van de ondernemer stond. Omdat de consument de camper zelf had geparkeerd en het enkele feit dat dit op het terrein van de ondernemer gebeurde geen aansprakelijkheid schept, werd de klacht ongegrond verklaard.

De volledige uitspraak

BINDEND ADVIES
Geschillencommissie Voertuigen
Zaaknummer 538573/777360

Onderwerp van het geschil

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft schade aan een geparkeerde camper.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Er is een lange kras (voor circa € 2.000,– schade ontstaan) aan de rechterzijde camper van de consument veroorzaakt terwijl deze op het terrein van de ondernemer stond voor garantiewerkzaamheden en de consument op de ondernemer stond te wachten voor het innemen van de camper. De consument is teleurgesteld dat de ondernemer de aansprakelijkheid hiervoor van de hand wijst en vindt het merkwaardig dat de ondernemer maanden later pas heeft uitgezocht of de camper die ernaast stond de schade zou hebben veroorzaakt. De consument zou het ook gezien de klantrelatie passend vinden als de ondernemer een deel van de schade zou betalen.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De schade was aanwezig op het moment dat de camper voor de garantiewerkzaamheden in ontvangst is genomen. Er was op dat moment geen zorgplicht. Er zijn aanwijzingen dat de schade ook niet is veroorzaakt door de camper die er naast stond.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De schade is geconstateerd op het moment dat de ondernemer de camper in ontvangst nam om garantiewerkzaamheden uit te voeren. Wanneer en door wie de schade is veroorzaakt is niet duidelijk. Niet gebleken is dat de schade is ontstaan gedurende de periode dat de camper aan de zorg van de ondernemer was toevertrouwd. De consument heeft de camper zelf geparkeerd op een plek naar keuze. Het enkele feit dat de parkeerplaats waarop geparkeerd is aan de ondernemer toebehoort is geen reden om aan te nemen dat de daar geparkeerde voertuigen onder zijn verantwoordelijkheid vallen. Om die reden is er geen grond voor aansprakelijkheid van de ondernemer

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit de heer mr. B.J. Tideman, voorzitter, mevrouw R. Romijn, mevrouw mr. M.T. Buiting, leden, op 27 juni 2025.

De uitspraak die de commissie heeft gedaan, is bindend voor beide partijen en vormt het sluitstuk van de procedure. De commissie kent geen mogelijkheid om tegen de uitspraak in beroep te gaan of deze te herzien. Ook niet in het geval van nieuwe feiten of argumenten. U kunt wel binnen 2 maanden na de verzenddatum van de uitspraak aan de burgerlijke rechter vragen de uitspraak te vernietigen. De andere partij heeft die mogelijkheid ook.
De rechter kan de uitspraak vernietigen als hij vindt dat de uitspraak onaanvaardbaar is; inhoudelijk of door de wijze van totstandkoming. Wanneer de uitspraak niet binnen 2 maanden door een van de partijen aan de burgerlijke rechter is voorgelegd door dagvaarding van de andere partij, kan de uitspraak niet meer ongedaan gemaakt worden.

 

Opslaan als PDF