Consument krijgt vergoeding voor onterecht opzegging overeenkomst door verhuizing buurman

  • Home >>
  • Energie >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Energie    Categorie: Overeenkomst    Jaartal: 2020
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: ten dele gegrond   Referentiecode: 7972/15030

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over

De consument klaagt over de onjuiste afmelding van de consument als klant van de ondernemer en de verdere gevolgen daarvan. Zonder zelf op te zeggen is het contract beëindigd doordat zijn buurman bij de verhuizing per ongeluk het huisnummer van de consument heeft doorgegeven. De consument is het niet eens met de jaarnota en eindnota en wil dit niet betalen. De ondernemer is ongevraagd geconfronteerd met de ongelukkige gang van zaken en heeft er alles aan gedaan om het administratief juist te verwerken. Volgens de ondernemer is er dan ook geen aanleiding om de eindnota en de jaarnota te corrigeren. De commissie oordeelt dat het op de weg van de ondernemer ligt om te controleren of zijn contractant, waarvan geen opzegging is ontvangen, daadwekelijk was verhuisd, aangezien de verhuizing werd gemeld door iemand met een andere naam dan de contractant. Het is begrijpelijk dat de aan de consument gezonden eindnota en de jaarnota tot verwarring, vragen en onbegrip bij de consument heeft geleid. De commissie oordeelt dat de ondernemer een vergoeding á € 400,– voor het door de consument ondervonden hinder moet betalen.

Volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil
Het geschil betreft de onjuiste afmelding van de consument als klant van de ondernemer en de verdere gevolgen daarvan

De consument heeft op 29 maart 2019 de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

De consument heeft een bedrag van € 841,91 onbetaald gelaten en dit bedrag bij de commissie in depot gestort.

Standpunt van de consument
Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

De consument kreeg begin september 2018 een bericht van de ondernemer waarin hij werd gefeliciteerd met zijn verhuizing. Daarvan was geen sprake en dat heeft de consument direct aan de ondernemer bericht.
Achteraf bleek dat een (nieuwe) buurman van de consument een verkeerd adres, te weten het adres van de consument, had opgegeven bij de melding van zijn verhuizing bij zijn energie leverancier. De consument kreeg bericht van de overstap. De stroomlevering door de ondernemer werd beëindigd en hij zou stroom van een andere leverancier geleverd krijgen. Op verzoek van de consument nam de buurman, in het bijzijn van de consument, contact op met de ondernemer en kon deze slechts met zeer veel moeite overtuigen dat er iets was misgegaan.

De consument heeft zich meerdere malen tot de ondernemer gewend met de vraag hoe deze ongewenste overstap zo snel mogelijk ongedaan kon worden gemaakt. Daarop werd aan hem verteld dat dit alleen kon door het aangaan van een nieuw contract. De consument is daartoe overgegaan omdat hij anders werd bedreigd met afsluiting.

Het nieuwe contract voorzag in een termijnbedrag van € 165,–. De eerste termijn bedroeg € 107,– omdat in de eerste maand nog stroom door de andere leverancier werd geleverd en de ondernemer alleen warmte leverde.

In maart 2019 ontvangt de consument een jaarnota waarin staat dat hij een bedrag van € 841,91 moet bijbetalen. Uit de jaarnota werd niet duidelijk welke bedragen de consument in de betreffende periode aan de ondernemer had betaald. De consument heeft 11 maanden een bedrag van € 166,– en één maand een bedrag van € 108,– aan de ondernemer voldaan. Nu daarvan op de jaarnota niet blijkt is deze niet correct. Ook blijkt uit de eindnota niet van de betalingen van de consument van in totaal € 1.934,–. Op de eindnota werd een bedrag van € 75,25 aan de consument terugbetaald.

Op de jaarnota werd een totaal bedrag aan betalingen vermeld van € 1.577,94, terwijl in werkelijkheid een bedrag van € 1.858,80 (1.934 – 75,25) door hem is voldaan. De consument vroeg zich af waar het verschil, te weten het bedrag van € 280,86 is gebleven. Uit de nota die de consument op 28 maart 2019 heeft ontvangen blijkt dat de consument in de maanden april – augustus 2018 een bedrag van € 107,49 heeft betaald, maar dat is onjuist, zoals blijkt uit de bankafschriften van de consument.

De consument heeft de ondernemer verzocht de jaarnota te corrigeren. Er werd medegedeeld dat men daarmee bezig was en dat het drie weken ging duren. Na twee weken belde de consument opnieuw met de ondernemer en vroeg naar de stand van zaken. Er werd medegedeeld dat er een fout was gemaakt, de correctie was zakelijk ingestoken. Een nieuwe correctienota zou weer drie weken op zich laten wachten.

De ondernemer stelde ten onrechte dat sprake was van een contract met een variabele looptijd. Dat is onjuist, de consument heeft altijd een vast contract gehad. Bij de consument bestaat het vermoeden dat de ondernemer de accounts van hem en die van de buurman die het verkeerde huisnummer bij zijn verhuizing heeft opgegeven, door elkaar haalt. De opzegging is door de consument pas in september 2018 ontvangen en niet al in april 2018.

Als gevolg van de fout van de buurman ontving de consument ook een welkomstbericht van het waterbedrijf. Dat probleem werd binnen 15 minuten opgelost. Het waterbedrijf gaf daarbij ook aan dat het haar fout was dat zij niet had geverifieerd of de mededeling van de buurman wel juist was.

Het verbaasde de consument dat de vermeende opzegging niet gelijk ongedaan werd gemaakt, maar dat er een nieuw contract moest worden gesloten. Om de dreigende afsluiting af te wenden werd de consument verwezen naar de netbeheerder, omdat de ondernemer er naar zijn zeggen niets aan kon doen dat er was opgezegd.

Ook blijft men hameren op het feit dat sprake is van een variabel contract.

In september 2019 ontving de consument wederom een felicitatiemail van de ondernemer, met daarop de mededeling dat de consument nu al weer een jaar op zijn nieuwe adres woont en dat het wellicht tijd is om het maandbedrag aan te passen. Opmerkelijk, omdat de consument al eerder het maandbedrag had aangepast naar aanleiding van de hoge jaarafrekening.

Het bevreemdt de consument dat op de eindafrekening stroom van oktober € 2919,– wordt vermeld dat het te ontvangen bedrag van € 75,20 niet zal worden overgemaakt aangezien er nog een openstaand bedrag van € 1.016,91 zou openstaan. Merkwaardig, omdat de eindafrekening in eerste instantie dateerde van 9 oktober 2018 en de consument het bedrag reeds had ontvangen. Kennelijk wijzigt de ondernemer een bestaande nota als haar dat goed uitkomt.

Standpunt van de ondernemer
Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

De consument heeft blijkens het klachtformulier de volgende klachten:

1. De consument wordt begin september 2018 ten onrechte gefeliciteerd met de nieuwe woning en aanmelding, terwijl niet hij maar een buurman een overstap van energie in gang heeft gezet;
2. De consument moest zich na deze omissie opnieuw aanmelden voor een nieuwe overeenkomst met de ondernemer. Toen is een maandbedrag van € 165,– afgesproken. Voor de geforceerde overstap betaalde hij een bedrag van € 166,–. Dit bedrag zou niet vermeld zijn op de reguliere jaarnota van 2019;
3. De consument heeft in maart 2019 een nieuwe jaarnota ontvangen met een bij te betalen bedrag van € 841,91. De op deze jaarnota in rekening gebrachte termijnbedragen lopen niet synchroon met zijn betalingen;
4. De consument geeft aan iedere maand € 165,– in plaats van € 107,– te hebben betaald en verzoekt om een gecorrigeerde jaarnota.

Ad 1.
De consument was van af 15 augustus 2005 klant van de ondernemer. Door een onjuiste aanmelding van een van zijn buren werd haar energielevering conform de geldende wet- en regelgeving per 17 september 2018 afgemeld bij de ondernemer en aangemeld bij een andere leverancier. Na de afmelding heeft de ondernemer de eindnota per 25 september 2018 opgemaakt met betrekking tot de periode 16 maart 2018 – 17 september 2018. Aangezien de ondernemer ook warmte aan de consument levert, welk contract nog niet opzegbaar was, heeft de ondernemer zich op de eindnota beperkt tot het elektriciteitsverbruik van de consument.

In geval van een nieuwe aanmelding vindt automatisch een felicitatie met de nieuwe woning van de nieuwe contractant plaats. Dat was in dit geval ten onrechte.

Ad 2., 3. en 4.
De ondernemer heeft de reguliere jaarnota over de periode 16 maart 2017 tot 20 maart 2018 in maart 2018 aan de consument gestuurd. Op basis van het energieverbruik van de consument is een nieuw maandbedrag van € 166,– vastgesteld. Een bedrag van € 58,51 voor stroom en een bedrag van € 107,49 voor warmte.

Bij de eindnota van 25 september 2018 is het hierboven genoemde bedrag gespecificeerd. Het te betalen termijnbedrag bestaat uit meerdere componenten. De overeenkomst voor de levering van warmte bleef bestaan en om die reden is in eerste instantie op de jaarnota van 2019 over de periode april 2018 – september 2018 alleen het bedrag van € 107,49 vermeld.

Na herstel van de leveringsovereenkomst per 24 september 2018 is vanaf de maand november 2018 tot en met maart 2019 een termijnspecificatie van € 165,– gegeven. Na de verrekening van de ontvangen bedragen en de totale verbruikskosten resteerde een door de consument te betalen bedrag van € 588,91 exclusief het eerste termijnbedrag van € 253,–. Dit bedrag is op juiste wijze berekend volgens de ondernemer. De consument heeft in totaal een bedrag van € 1.853,80 voldaan, terwijl de verbruikskosten met inbegrip van de 1e termijn, € 2.695,71 bedroegen.

De ondernemer is ongevraagd geconfronteerd met deze ongelukkige gang van zaken en heeft alles in het werk gesteld om een en ander administratief te verwerken. Voor de ondernemer bestaat er dan ook geen aanleiding de eindnota en de jaarnota te corrigeren.

De door de consument gedane betalingen zijn op juiste wijze verwerkt en de ondernemer heeft zijn vordering diverse malen toegelicht.

Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.

In deze zaak klaagt de consument over de onterechte beëindiging van de tussen hem en de ondernemer bestaande overeenkomst tot de levering van energie, in het bijzonder de levering van elektriciteit.

Zonder zelf op te zeggen of ook maar de indruk willen wekken te willen opzeggen is het contract beëindigd als gevolg van het feit dat een derde partij bij een verhuizing een onjuist huisnummer, te weten het huisnummer van de consument heeft opgegeven.

De commissie is hogelijk verbaasd dat het kennelijk, in weerwil van de voor het overstappen, inhuizen en verhuizen op de energiemarkt geldende regels, mogelijk is gebleken dat een melding van een derde tot gevolg kan hebben dat een energieovereenkomst, zonder dat ook maar sprake is geweest van enige wilsuiting van de consument tot opzegging kan leiden.

Naar het oordeel van de commissie ligt het niet alleen op de weg van de netbeheerder en de andere leverancier, maar ook op de weg van de ondernemer om in een geval als het onderhavige te controleren of zijn contractant, waarvan hij geen opzegging had ontvangen, inderdaad was verhuisd. Immers de verhuizing werd gemeld door iemand met een andere naam dan die van de contractant.

Het op naam van de consument sturen van een felicitatiemail door de ondernemer is dan ook hoogst nalatig.

Dit klemt te meer nu slechts sprake was van de opzegging van het contract voor de levering van energie en niet dat van het leveren van warmte. Hoe kon dat laatste contract gewoon blijven doorlopen als sprake zou zijn van een verhuizing? Kortom, er rinkelden vele bellen, maar die hebben niet tot een adequate reactie van de ondernemer geleid.

De ondernemer heeft niet weersproken dat er volgens hem een nieuw contract moest worden gesloten, terwijl het bestaande contract niet was opgezegd en derhalve gewoon had kunnen doorlopen. Ook dit valt te ondernemer aan te rekenen.

Bovendien was, naar de consument stelt en door de ondernemer in zijn verweerschrift niet wordt betwist, sprake van een contract voor bepaalde tijd en niet van een contract met een variabele looptijd.

Het is op grond van het bovenstaande dus alleszins begrijpelijk dat de aan de consument gezonden eindnota en de jaarnota die beide waren gebaseerd op een niet gedane, maar wel door de ondernemer administratief verwerkte opzegging tot verwarring, vragen en onbegrip bij de consument en zijn partner hebben geleid, zoals ook uit de stukken genoegzaam is gebleken.

Gelet op het bovenstaande acht de commissie een vergoeding voor het door de consument ondervonden ongerief passend en geboden en stelt zij deze naar billijkheid vast op een bedrag van € 400,–.

De voorgaande klachtenonderdelen zijn derhalve gegrond.

De consument klaagt voorts nog over de hoogte van de door de ondernemer in rekening gebrachte bedragen op de jaarnota 2019. De consument stelt dat hij een dergelijk hoger verbruik niet kan hebben gehad mede gelet op de samenstelling van het gezin. Volgens vaste rechtspraak van de commissie is het niet aan de ondernemer om een verklaring voor de hoogte van het energieverbruik van de consument te geven. De ondernemer heeft er immers geen weet van wat zich achter de voordeur van de consument afspeelt en dat gaat hem ook niet aan. Van gemotiveerde bezwaren van de consument tegen de door de ondernemer op de eindnota en de jaarnota 2019 gehanteerde meterstanden is de commissie niet gebleken. Over de juistheid van de meterstand wordt niet geklaagd. Dit onderdeel van de klacht is derhalve ongegrond. Gelet hierop zal het depotbedrag aan de ondernemer worden overgemaakt.

De commissie heeft de klacht van de consument grotendeels gegrond verklaard en ziet om die reden geen reden om de veroordeling van de ondernemer tot vergoeding van het klachtgeld en/of de in rekening te brengen behandelingskosten te matigen.

Derhalve wordt beslist als volgt

Beslissing
De ondernemer betaalt aan de consument een vergoeding van € 400,–. Betaling dient plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies.

De commissie wijst het meer of anders verlangde af.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie zal aan de ondernemer een bijdrage in de behandelingskosten van het geschil in rekening worden gebracht.

Het depotbedrag wordt aan de ondernemer overgemaakt.

Aldus beslist en vastgelegd door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit mr. F.C. Schirmeister, voorzitter, mr. Sj. S. Bakker en drs. P.C. Hoogeveen-de Klerk, leden, op 29 april 2020.