Consument laat op oneigenlijke gronden de betaling van de factuur achterwege

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Schadeherstelbedrijven    Categorie: Prijs    Jaartal: 2018
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 113554

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 26 oktober 2016 tussen partijen totstandgekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het verrichten van overeengekomen werkzaamheden.
De werkzaamheden zijn verricht in de daarop volgende 12 maanden.

De consument heeft een bedrag van € 2.600,– niet betaald en bij de commissie gedeponeerd.

De consument heeft de klacht op 22 september 2017 voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument

Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

Ik heb een jaar moeten wachten op het herstellen van mijn auto. Wekelijks ben ik bij het herstelbedrijf geweest om te vragen of de auto al klaar was. Iedere keer was er wel iets waardoor vertraging ontstond. Het herstelbedrijf wil geen officiële factuur afgeven en aan mij overhandigen. Hij wil dat ik zwart betaal. Toen ik om een factuur vroeg heeft hij een nepfactuur gemaakt. Bij navraag aan de leverancier van onderdelen voor mijn auto is zichtbaar dat deze niet overeenkomen met de nepfactuur. De leverancier van de onderdelen rekent geen BTW. Waarom moet ik die wel betalen aan het herstelbedrijf?

De consument geeft aan een factuur van de ondernemer te verlangen welke exact overeenkomt met de vastgelegde opdracht en de gebruikte onderdelen, en met de 13,3 gewerkte uren.
 
Standpunt van de ondernemer

Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

De consument had zijn klacht niet moeten indienen bij de Geschillencommissie Schadeherstelbedrijven, maar bij de Geschillencommissie Voertuigen. De Geschillencommissie Schadeherstelbedrijven is niet bevoegd om van het geschil kennis te nemen. Om proceseconomische redenen wordt dan ook verzocht om het geschil/de procedure te verwijzen naar de Geschillencommissie Voertuigen.

In 2017 verzocht de consument aan de ondernemer om zijn auto, een Pontiac Fiero op te halen uit [plaatsnaam]. Ik heb aangegeven dat daar € 175,– kosten aan verbonden zouden zijn. Hierop volgde een boze reactie dat dit veel te duur was. Vervolgens is bovengenoemd voertuig door een garagehouder te [plaatsnaam] opgehaald, waar de auto van de consument zou worden gerepareerd.
Een aantal weken later kwam de consument bij de ondernemer in de werkplaats, daar de
garagehouder uit [plaatsnaam] wel de motor van de Pontiac Fiero aan het lopen had gekregen,
maar niet in staat was gebleken het voertuig algeheel goed te krijgen. De consument informeerde naar de kosten voor het gereedmaken van het voertuig + een APK keuring. De ondernemer gaf hierop aan dat het voertuig eerst goed lopend gemaakt moest worden, omdat deze onregelmatig liep en een CO van 9.6 had (moet minder dan 3,5 zijn). Vervolgens werden er door de ondernemer prijzen opgevraagd op chassis nummer, voor de reparatie van de Pontiac Fiero. Aan de hand van deze prijzen is door de ondernemer een zeer schappelijke offerte opgesteld. Belangrijk is het om te vermelden dat hierbij door de ondernemer niet was voorzien dat er motorisch veel bijkomende werkzaamheden zouden moeten worden verricht, aangezien aan de ondernemer was meegedeeld dat de garagehouder uit [plaatsnaam] de motor had klaargemaakt! Op de opgegeven prijs van circa € 1.500,– werd door de consument aan de ondernemer een akkoord gegeven. De onderdelen moesten worden besteld in Amerika en bij binnenkomst hiervan bleek dat de meeste onderdelen verkeerd waren.

De prijzen van de juiste onderdelen bleken aanzienlijk duurder dan de aangeleverde. Op de
voet van art. 9 lid 2 van de van toepassing zijnde Algemene Voorwaarden heeft de ondernemer de werkzaamheden onmiddellijk stilgelegd om nader overleg te plegen met de consument, hetgeen is geschied. Er werd een nieuwe, zéér scherpe prijs van € 2.500,– afgesproken, waarna de werkzaamheden werden hervat. De werkzaamheden zijn na lange tijd wachten op de juiste onderdelen na ontvangst daarvan hervat.

Nadat de Pontiac Fiero klaargemaakt was, wilde de consument dat de raamlikkers in de deuren ook vervangen moesten worden en wel gratis! (Normaal gerekende prijs € 500,–!) Hierop hebben wij gratis de door de consument zelf aangeleverde raamlikkers geplaatst. Ook wilde hij het voorscherm gratis gespoten hebben, met de opmerking dat dit voor ons toch niets zou kosten (Normaal gerekende prijs € 300,–!).
Het voorscherm hebben we uiteindelijk tegen een kostprijs van € 100,– gespoten, waarmee de consument akkoord is gegaan. Tevens hebben we de niet werkende audioapparatuur in de auto van de consument op zijn verzoek kosteloos gerepareerd. Op zijn vraag of we de plek van de audioapparatuur in het voertuig kosteloos wilden ombouwen/verplaatsen, hebben we aangegeven dat dit binnen de afgesproken kostprijs niet haalbaar was. Op nacalculatie was dat wel mogelijk, dit werd echter geweigerd door de consument.

In september 2017 kon de Pontiac Fiero door de consument worden opgehaald mits de rekening direct werd voldaan, aangezien deze reparatie de ondernemer al serieus geld (en arbeidsuren) had gekost in plaats van opgebracht. De consument werd hier kwaad over. Conform de gemaakte afspraken is op of omstreeks 16 september 2017 de factuur groot € 2.600,– aan de consument gezonden. Betaling van genoemde factuur bleef uit, reden waarom zijdens de boekhouder van de ondernemer bij brief d.d. 18 oktober 2017 een betalingsherinnering is gezonden, waarop de consument bij brief d.d. 23 oktober 2017 reageerde. Mede in verband met de garantie wilde de consument een volledig gespecificeerde factuur van de ondernemer. Die van 16 september 2017 zou niet voldoen, waarna de ondernemer een geheel gespecificeerde factuur d.d. 24 oktober 2017 naar de consument heeft gezonden. Bij het ophalen van de auto had de consument niet betaald en weigerde hij ter plekke af te rekenen, waardoor de ondernemer van haar recht van retentie gebruik heeft gemaakt. De door de ondernemer gerekende onderdeelprijzen zijn marktconform. De ondernemer is BTW-gerechtigd en dient derhalve BTW bij haar klanten in rekening te brengen.
De door de consument overgelegde stukken ten aanzien van de in zijn ogen juiste prijzen worden door de ondernemer bij gebrek aan wetenschap ontkend nu deze stukken niet nader gemotiveerd en geadstrueerd zijn. Daarbij komt dat door partijen een vaste prijsafspraak is gemaakt.

Bij aangetekende brief d.d. 7 december 2017, die eveneens per gewone post is verzonden, heeft de raadsman van de ondernemer de consument in gebreke gesteld terzake de betaling van de hoofdsom groot € 2.600,– inclusief BTW, en conform het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten aanspraak gemaakt op vergoeding van buitengerechtelijke incasssokosten groot € 401,–. De kosten zijn conform het Besluit aangezegd en verschuldigd door de consument bij non-betaling van de hoofdsom binnen 14 dagen na ontvangst. De kosten die de ondernemer dient te maken vallen onder de noemer vermogensschade. Ingevolge art. 17 lid 2 van haar Reglement kan de commissie een door één van partijen te betalen (schade)vergoeding en een betalingsverplichting vaststellen.
De ondernemer maakt aanspraak op vergoeding van een gedeelte van haar werkelijke kosten met betrekking tot deze procedure, waaronder het salaris van haar raadsman als bedoeld in artikel 22 van het Reglement van de commissie, zijnde vijfmaal het bedrag dat ingevolge artikel 8 aan de commissie verschuldigd is. Het betreft hier immers een bijzonder geval van een persoon die op volstrekt oneigenlijke gronden de zeer gemodereerde kosten aan zijn opdrachtnemer niet wil voldoen. Tot op heden staat de rekening nog open ter betaling en als gevolg daarvan de auto bij ons bedrijf.

De ondernemer verzoekt:
1. de consument in zijn klacht niet ontvankelijk te verklaren, danwel de klacht ongegrond te verklaren;
2. te bepalen dat het in depot door of vanwege de consument gestorte bedrag van
€ 2.600,– dient te worden overgemaakt naar de ondernemer;
3. te bepalen dat de consument aan buitengerechtelijke incassokosten aan de ondernemer verschuldigd is een bedrag van € 401,–, te betalen binnen 14 dagen na het ten deze te wijzen bindend advies;
4. te bepalen dat de consument de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van de ondernemer dient te vergoeden en het door uw commissie vast te stellen bedrag door de consument betaald dient te worden binnen 14 dagen na het ten deze te wijzen bindend advies.

Ter zitting heeft de ondernemer verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.

Het onbevoegdheidsverweer wordt ingetrokken.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De consument geeft aan een factuur van de ondernemer te verlangen welke exact overeenkomt met de vastgelegde opdracht en de gebruikte onderdelen, en met de 13,3 gewerkte uren.

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, alsmede op grond van de in zoverre niet weersproken inhoud van de producties, staat tussen partijen het volgende vast. Op of omstreeks 26 oktober 2016 is er een overeenkomst van opdracht tot stand gekomen waarbij partijen zijn overeengekomen dat de ondernemer diverse werkzaamheden aan de auto van de consument zou verrichten. Voor deze werkzaamheden is in eerste instantie door de ondernemer een prijs opgegeven van circa € 1.500,–. De voor de werkzaamheden benodigde onderdelen moesten worden besteld in Amerika en bij binnenkomst hiervan bleek dat de meeste onderdelen verkeerd waren. De prijzen van de juiste onderdelen bleken aanzienlijk hoger dan de prijzen van de aangeleverde onderdelen. Op de voet van art. 9 lid 2 van de van toepassing zijnde Algemene Voorwaarden heeft de ondernemer de werkzaamheden onmiddellijk stilgelegd om nader overleg te plegen met de consument. Er werd een nieuwe prijs van € 2.500,– tussen partijen afgesproken, waarna de werkzaamheden werden hervat. De werkzaamheden zijn na lange tijd wachten op de juiste onderdelen na ontvangst daarvan hervat. Nadat de auto van de consument klaargemaakt was, wilde de consument het voorscherm van de auto gratis gespoten hebben. De ondernemer heeft dit voorscherm vervolgens gespoten tegen een tussen partijen overeengekomen prijs van € 100,–. Nadat de werkzaamheden waren afgerond heeft de ondernemer conform de tussen gemaakte afspraken op of omstreeks 16 september 2017 een factuur ten bedrage van € 2.600,– aan de consument gezonden. Betaling van genoemde factuur bleef uit, waarna de boekhouder van de ondernemer bij brief d.d. 18 oktober 2017 een betalingsherinnering aan de consument heeft gezonden. Mede in verband met de garantie wilde de consument een volledig gespecificeerde factuur van de ondernemer, waarna de ondernemer een geheel gespecificeerde factuur d.d. 24 oktober 2017 naar de consument heeft gezonden. Bij aangetekende brief d.d. 7 december 2017, die eveneens per gewone post is verzonden, heeft de raadsman van de ondernemer de consument in gebreke gesteld terzake de betaling van de hoofdsom groot € 2.600,– inclusief BTW, en conform het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten aanspraak gemaakt op vergoeding van buitengerechtelijke incasssokosten ten bedrage van € 401,–.
De kosten zijn conform het Besluit aangezegd. Tot op heden staat de rekening nog open ter betaling en houdt de ondernemer de auto van de consument in retentie.

Tussen partijen staat niet ter discussie dat de ondernemer de overeengekomen werkzaamheden heeft afgerond. Naar het oordeel van de commissie is, gezien bovenstaande feiten en omstandigheden en mede gezien de overgelegde dossierstukken, waaronder de aan de consument verstrekte factuur d.d. 24 oktober 2017, niet gebleken dat de ondernemer op enigerlei wijze tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen voortvloeiende uit de tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst van opdracht, zodat de consument het overeengekomen bedrag ad € 2.600,– aan de ondernemer verschuldigd is. De commissie is van oordeel dat de consument in verzuim is komen te verkeren ten aanzien van de betaling van voornoemd bedrag ad € 2.600,–.

Met betrekking tot de vordering van de ondernemer tot vergoeding van incassokosten overweegt de commissie als volgt. Gezien het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten en in het licht van voorgaande vastgestelde feiten en omstandigheden acht de commissie een bedrag ter hoogte van € 385,– toewijsbaar.

De ondernemer maakt voorts ingevolge artikel 22 van het reglement van de commissie aanspraak op vergoeding van een gedeelte van haar werkelijke kosten met betrekking tot deze procedure, zijnde vijfmaal het bedrag dat de consument als klachtengeld aan de stichting heeft betaald. Derhalve verlangt de ondernemer vergoeding van 5 maal € 77,50 = € 387,50 van de consument, stellende dat de consument op volstrekt oneigenlijke gronden de rekening aan hem niet wil voldoen. De commissie merkt op dat de door partijen ter zake van de behandeling van het geschil gemaakte kosten gezien voornoemd artikel 22 voor hun eigen rekening komen, tenzij de commissie in bijzondere gevallen anders bepaalt. In een zodanig geval komen voor vergoeding door de geheel of gedeeltelijk in het ongelijk gestelde partij slechts in aanmerking de door de wederpartij in redelijkheid gemaakte kosten en wel tot een maximum van vijfmaal het bedrag dat ingevolge artikel 8 van het reglement van de commissie, aan de commissie verschuldigd is. De commissie is van oordeel dat er in casu sprake is van een bijzonder geval en acht de vordering van de ondernemer tot vergoeding van vijfmaal het bedrag dat de consument als klachtengeld aan de stichting heeft betaald toewijsbaar. Naar het oordeel van de commissie ontbeert de klacht van de consument in het licht van de door de commissie vastgestelde feiten en omstandigheden elke redelijke grondslag en heeft de consument geen geloofwaardige reden gegeven voor het onbetaald laten van de factuur van de ondernemer.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Met in achtneming van het bovenstaande wordt het depotbedrag als volgt verrekend. Het door de consument bij de commissie in depot gestorte bedrag wordt aan de ondernemer uitbetaald.
Daarnaast dient de consument een bedrag van (€ 385,– plus € 387,50 =) € 772,50 aan de ondernemer te betalen. Betaling dient plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies.

De commissie wijst het meer of anders verlangde af.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Schadeherstelbedrijven op 11 april 2018.