Consument loopt tweedegraads brandwonden op bij laserbehandeling door onzorgvuldig handelen ondernemer

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Uiterlijke verzorging    Categorie: Schadevergoeding    Jaartal: 2021
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 31135/47950

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over

De consument klaagt over de door de ondernemer uitgevoerde laserbehandeling. De consument heeft door de laserbehandeling tweedegraads brandwonden opgelopen en hierdoor littekens overgehouden. De ondernemer betwist dit en verwijst naar de voorwaarden op grond waarvan zij niet aansprakelijk zijn voor verbranding en/of huidbeschadiging. Volgens de ondernemer is de consument in een periode van zes weken voor de behandeling in de zon geweest. De deskundige geeft aan dat de consument zeven weken voor de behandeling in de zon is geweest en doordat haar huid meer pigment vasthoudt het laserlicht door de huid van de consument sterker werd geabsorbeerd, waardoor brandwonden zijn ontstaan. De commissie oordeelt dat de ondernemer zijn aansprakelijkheid niet kan uitsluiten, het beding waarin dit is geregeld is nietig. De kringen die tijdens de behandeling zijn ontstaan, hadden aanleiding moeten geven om de behandeling meteen te staken. Nu dat niet is gebeurd, is de ondernemer aansprakelijk voor de schade die de consument lijdt. De klacht is gegrond.

Volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil
Het geschil vloeit voort uit een op 19 oktober 2019 door de ondernemer bij de consument uitgevoerde laserbehandeling (ontharing).

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De consument heeft een serie laserontharingsbehandelingen afgenomen bij de ondernemer. Bij de laatste behandeling stelt de consument tweedegraads brandwonden te hebben opgelopen. De consument geeft aan de behandeling littekens te hebben overgehouden. De consument wil het gehele bedrag dat zij voor alle behandelingen heeft betaald ad € 2.707,– terugkrijgen. Ook verlangt zij vergoeding van materiële schade ad € 425,– en immateriële schade ad € 3.000,–.

Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De ondernemer betwist dat de consument tweedegraads brandwonden heeft opgelopen. Verder beroept de ondernemer zich op haar algemene voorwaarden waarin de aansprakelijkheid voor verbranding en/of huidbeschadiging volledig wordt uitgesloten. Daarnaast stelt de ondernemer de consument te hebben gewezen op het risico van lichte verbranding en blaarvorming als gevolg van de behandeling. Verder is volgens de ondernemer, gezien de gebruinde huid van de consument op het moment van de behandeling, niet uit te sluiten dat de consument, tegen de instructie van de ondernemer in, in een periode van 6 weken voor de behandeling in de zon is geweest.

Deskundigenrapport
De deskundige constateert dat de consument zeven weken voor de behandeling in de zon is geweest. De consument heeft van nature een huid met meer pigment. Door de zon blijft dat pigment langer behouden. Daardoor werd de behandeling als meer pijnlijk ervaren omdat het laserlicht sterker door de huid werd geabsorbeerd. Hierdoor zijn tweedegraads verbrandingen ontstaan op de benen. In zulk soort gevallen is het gebruikelijk dat de behandelaar de behandeling stopt.

De tweedegraads verbrandingen en het pigmentverlies zijn onder begeleiding van een dermatoloog in het ziekenhuis behandeld. Hierdoor is het nagenoeg – op enkele plekken na – hersteld. Het is afwachten wat haar huid van de zomer nog zal ontwikkelen (misschien bruine vlekken). De huid is voor het oog genezen maar vertoont een wolkerig geheel. Het is afwachten of de huid later geen donkere vlekken ontwikkelt. Een paar bruine ronde vlekken zijn al zichtbaar in bikinilijn en rond de knieën.

Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.

De ondernemer kan zich niet beroepen op de het exoneratiebeding in de algemene voorwaarden. Aangezien dit beding ook de aansprakelijkheid uitsluit voor het geval sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid, is het beding in strijd met de wet en/of de goede zeden en daarom nietig.

Het verweer dat geen sprake zou zijn van tweedegraadsverbranding, maar slechts van een lichte eerstegraads verbranding, wordt weersproken door de foto’s van het letsel die door de consument in het geding zijn gebracht en door de bevindingen van de deskundige.

De stelling dat de consument zich niet aan het advies zou hebben gehouden om binnen 6 weken voor de behandeling uit de zon te blijven, is door de ondernemer op geen enkele wijze onderbouwd. Zoals de deskundige ook heeft aangegeven, heeft de consument van nature een huid met meer pigment. Dit had ook voor de behandelaar aanleiding moeten zijn om extra zorgvuldig te werk te gaan nu het bekend is dat een donkerdere huid gevoeliger is voor de laserbehandeling. De kringen die tijdens de behandeling zijn ontstaan, hadden aanleiding moeten vormen om de behandeling direct te staken. Nu dat niet is gebeurd, heeft de ondernemer niet gehandeld overeenkomstig de zorgvuldigheid die mocht worden verlangd. Voor de schade die de consument daardoor lijdt, is de ondernemer aansprakelijk.

Ten aanzien van de hoogte van die schade oordeelt de commissie als volgt. De noodzaak van de materiële schade, die bestaat uit hotelovernachtingen en reiskosten, is door de consument onvoldoende onderbouwd. Ten aanzien van de aan de ondernemer betaalde behandelkosten heeft de consument niet gesteld of aannemelijk gemaakt dat ook de eerdere behandelingen niet goed waren. De ondernemer zal daarom alleen de laatste behandeling moeten terugbetalen (€ 541,–). Verder is aannemelijk dat de consument als gevolg van een en ander pijn heeft geleden en daaraan enige tijd ontsierende littekens heeft overgehouden. Dit rechtvaardigt een vergoeding van immateriële schade voor het bedrag van € 500,–.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De ondernemer moet binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies aan de consument een bedrag betalen van € 1.041,–.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Uiterlijke Verzorging, bestaande uit de heer mr. H.F.R. Heemstra, voorzitter, mevrouw E.S. Keijzer, mevrouw drs. P.C. Hoogeveen-de Klerk, leden, op 12 februari 2021.