Commissie: Rijopleidingen
Categorie: Ontbinding overeenkomst
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: gegrond
Referentiecode:
1204812/1293724
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
Een consument sloot in augustus 2024 een rijlespakket bij een rijschool. Tussen september 2024 en februari 2025 volgde hij rijlessen bij een instructeur, maar hij was niet tevreden over deze instructeur en vroeg daarom om een andere. Volgens de consument werd telefonisch toegezegd dat dit geregeld kon worden, maar daarna bleef een nieuwe instructeur uit ondanks meerdere verzoeken. Uiteindelijk stelde de consument de rijschool op 17 mei 2025 schriftelijk in gebreke en gaf hij de rijschool vier weken de tijd om de overeenkomst alsnog na te komen. De rijschool reageerde hier niet inhoudelijk op en bood ook geen andere instructeur aan. Daarom besloot de consument de overeenkomst te ontbinden en vroeg hij terugbetaling van het vooruitbetaalde lespakket, minus de rijlessen die al waren gevolgd. In totaal had hij € 2.992 betaald en 17,5 uur rijles gehad tegen een tarief van € 60 per uur. De consument berekende dat hij recht had op € 1.942 terug. De rijschool stelde dat het niet duidelijk was dat de consument een andere instructeur wilde en verwees naar de algemene voorwaarden waarin staat dat er geen recht op restitutie bestaat. De commissie stelde vast dat uit de correspondentie blijkt dat de consument meerdere keren om een andere instructeur had gevraagd en dat de rijschool hier ook op had gereageerd. Daardoor mocht de consument erop vertrouwen dat een andere instructeur zou worden geregeld. Omdat dit na de ingebrekestelling niet gebeurde, mocht de consument de overeenkomst volgens de algemene voorwaarden ontbinden. De klacht werd daarom gegrond verklaard. De rijschool moet € 1.942 terugbetalen en daarnaast € 77,50 aan klachtengeld vergoeden.
De uitspraak
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft de tussentijdse beëindiging rijlesovereenkomst.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
In augustus 2024 heeft de consument bij de ondernemer een rijlespakket afgesloten. Tussen september 2024 en februari 2025 heeft de consument lessen gevolgd bij [de rijinstructeur]. Omdat hij niet tevreden was over [de rijinstructeur], heeft hij om een andere instructeur gevraagd. Telefonisch werd toegezegd dat dit mogelijk is. De consument is daarna echter aan het lijntje gehouden en de rijschool heeft, ondanks herhaald verzoek, geen nieuwe instructeur aangeboden.
Op 17 mei heeft de consument de ondernemer schriftelijk en via de mail in gebreke gesteld. Volgens de overeenkomst had de ondernemer 4 weken de tijd om de overeenkomst alsnog na te komen. Sinds het versturen van de brief heeft de consument geen reactie meer gehad.
De consument wil de vooruitbetaalde lessen + de betaalde examengelden vergoed krijgen. In totaal is 2992,– euro betaald. Er zijn 17,5 uur aan rijlessen gevolgd. In 2024 (toen de overeenkomst gesloten werd) kostte 1 uur aan rijles € 60,–. De consument maakt aanspraak op € 2.992,– – (17,5 x € 60) = € 1.942,–.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Het was de ondernemer niet duidelijk dat de consument een andere instructeur wenste. Uit de algemene voorwaarden die de consument heeft ondertekend, volgt dat er geen recht op restitutie bestaat. Desalniettemin heeft de ondernemer op 9 juli 2025 aangeboden om een bedrag van € 1.953,25 in vier termijnen van € 488,31 aan de consument over te maken. Omdat bleek dat de consument een klacht had ingediend, is de ondernemer niet langer bereid om de restitutie te doen.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Uit art. 8 lid 2a van de toepasselijke algemene voorwaarden van de ondernemer blijkt dat een leerling bij een pakket praktijkopleiding, een pakket praktijkopleiding kan ontbinden, zodra de verkeerschool toerekenbaar tekortschiet in de nakoming. Daarvoor is dan vereist dat de leerling de verkeersschool schriftelijk in gebreke heeft gesteld om alsnog binnen vier weken de pakket praktijkopleiding goed na te komen (art. 8.2b). Als dat niet gebeurt, heeft de leerling recht op teruggave van het vooruitbetaalde geld onder aftrek van al genoten lessen, administratiekosten en betaalde examengelden (art. 8.2f).
De consument heeft de ondernemer per brief van 17 mei in gebreke gesteld wegens het uitblijven van de rijlessen met een andere instructeur. De ondernemer heeft niet (inhoudelijk) op deze brief gereageerd. De commissie volgt de ondernemer niet in zijn stelling dat het hem niet duidelijk was dat de consument een andere instructeur wenste. Uit de stukken blijkt immers dat de consument hierover diverse mails aan de ondernemer heeft gestuurd en dat de ondernemer daarop 24 februari per whatsapp op heeft gereageerd. De commissie is na lezing van deze correspondentie van oordeel dat de consument er terecht op heeft kunnen vertrouwen dat de ondernemer hem een andere instructeur ter beschikking zou stellen.
Omdat zulks ondanks voornoemde ingebrekestelling niet is gebeurd, heeft de consument de pakket praktijkopleiding rechtsgeldig kunnen ontbinden. De consument heeft daardoor recht op terugbetaling van het vooruitbetaalde geld onder aftrek van al genoten lessen, administratiekosten en betaalde examengelden. De ondernemer heeft de berekening van dat bedrag door de consument niet weersproken en niet aangegeven dat er aanspraak gemaakt wordt op administratiekosten.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is en zal het door de consument berekende bedrag worden toegewezen.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De ondernemer dient binnen 14 dagen na kennisgeving van deze uitspraak een bedrag van € 1.942,– te betalen aan de consument.
Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 77,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Rijopleidingen, bestaande uit de heer mr. B.J. Tideman, voorzitter, de heer R. Romijn en mevrouw mr. E.J.P.J.M. Kneepkens, leden, op 23 oktober 2025.