Consument mag terras aanbouwen ondanks weigering van ondernemer

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Recreatie    Categorie: (non)conformiteit    Jaartal: 2020
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 20602/26864

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over

De consument klaagt over het niet mogen aanbouwen van een eigen terras. Bij navraag hierover gaf de ondernemer aan dat niemand meer mag aanbouwen, echter was dit bij een derde ineens toch wel toegestaan. De consument vindt dat er sprake is van ongelijke behandeling. De ondernemer geeft aan dat er van ongelijke behandeling geen sprake is. Alleen voor uitzonderlijke omstandigheden is het mogelijk om de caravans uit te breiden en volgens de ondernemer was er bij die derde daar sprake van. De commissie oordeelt dat gebleken is dat naast de derde ook andere huurders hun caravans hebben uitgebreid. Er kan worden vastgesteld dat er sprake is van chaos en ongelijkheid wat betreft de toestemming voor het aanbouwen. De afwijzing door de ondernemer van de aanvraag van de consument om een aanbouw van 4x4m op het eigen terras is onredelijk. De klacht is gegrond en de ondernemer moet de aanbouw van de consument toestaan.

Volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil
Het geschil gaat over een door de consument op het eigen terras gewenste aanbouw van 4x4m.

Standpunt van de consument
Bij de indiening van zijn klacht heeft de consument aangegeven dat de ondernemer de door hem in oktober 2019 aangevraagde aanbouw heeft afgewezen. Op 20 januari 2020 heeft daarover een gesprek plaatsgevonden met de ondernemer. De ondernemer heeft toen tegen hem gezegd dat er vanaf oktober 2019 niemand meer mag aanbouwen. Ongeveer 50 recreanten hebben uit het verleden wel een aanbouw bij hun caravan, maar de ondernemer wil daar een totale stop op doen. Tot grote verbazing van de consument wordt eind januari/begin februari 2020 een aanbouw bij een derde wel toegestaan. De consument vindt dat er sprake is van ongelijke behandeling. Dat gaat al jaren zo op de camping. De één mag alles en de ander niets.

Standpunt van de ondernemer
De ondernemer is in zijn verweerschrift van 15 april 2020 van mening dat de klacht van de consument moet worden afgewezen. Van belang is de bepaling in de huurovereenkomst van 11 januari 2018 tussen partijen, die als volgt luidt: “Er mogen geen aanbouwsels aan het kampeermiddel en/of schuur bevestigd worden, zoals b.v. een terrasoverkapping”. Van ongelijke behandeling is geen sprake.

Het beleid van de ondernemer is dat -overeenkomstig het bepaalde in de huurovereenkomst(en)- aanvragen tot uitbreiding dan wel vergroting van caravans, zoals die van de consument, worden afgewezen, tenzij er sprake is van uitzonderlijke omstandigheden. In het geval van de andere huurder waar de consument op doelt, te weten de heer [naam andere huurder 1], waren dergelijke uitzonderlijke omstandigheden aanwezig. Bovendien had [naam andere huurder 1] al in juni 2019, dus enkele maanden vóór de consument, een aanvraag ingediend, maar konden de bouwwerkzaamheden wegens omstandigheden pas in januari 2020 beginnen. Naast deze uitzondering is in het verleden slechts in één ander geval door de ondernemer toestemming gegeven voor het uitbreiden dan wel vergroten van een caravan.

Die situatie had betrekking op het rolstoelvriendelijk maken van een caravan. Het is juist dat huurders in het verleden zonder toestemming van de ondernemer aanbouwsels hebben gerealiseerd.

De ondernemer heeft ten aanzien van dergelijke aanbouwsels enige tijd geleden besloten om streng(er) te gaan handhaven.

Reactie van de consument op het verweerschrift
De consument heeft op 17 mei 2020 schriftelijk gereageerd op het verweerschrift. Hij blijft erbij dat er op de camping wel degelijk met meerdere maten gemeten wordt. De consument betwist ook dat er in het geval van [naam andere huurder 1] sprake is van uitzonderlijke omstandigheden. Volgens de consument is er sprake van pure belangenverstrengeling. [Naam andere huurder 1] heeft een caravanverhuurbedrijf, waardoor de ondernemer er dus een groot belang bij heeft dat [naam andere huurder 1] zijn aanbouw mag uitbreiden met een kantoor (van ongeveer 3x4m) voor diens bedrijf. Verder wijst de consument erop dat sinds de afwijzing van zijn aanvraag er ook al weer enkele schuurtjes en overkappingen op de camping zijn geplaatst die groter zijn dan toegestaan.

Beoordeling van het geschil
1. De commissie stelt allereerst vast dat de ondernemer niet heeft betwist dat sinds de afwijzing van de aanvraag van de consument er ook al weer enkele schuurtjes en overkappingen op de camping zijn geplaatst die groter zijn dan toegestaan, zoals de consument in zijn reactie van 17 mei 2020 heeft gesteld.

2. Verder is naar aanleiding van een mededeling van de consument tijdens de mondelinge behandeling gebleken dat er na [naam andere huurder 1] nog iemand op de camping zijn caravan mocht gaan uitbreiden/vergroten, te weten de heer [naam andere huurder 2]. Volgens mevrouw [naam derde] is [naam andere huurder 2] “er doorheen geglipt”. Dit had niet gemogen, maar er is niets meer aan te doen, aldus [naam derde].

3. De onder 1. en 2. genoemde feiten en omstandigheden duiden niet bepaald op een consistent beleid wat de ondernemer volgens de gemachtigde op de camping zou voeren. En ook de reden om [naam andere huurder 1] wel toestemming te geven voor zijn uitbreiding/vergroting van de caravan overtuigt de commissie niet. Niet gebleken is van een andere reden dan die door de consument in zijn reactie van 17 mei 2020 genoemd, te weten het hebben van een caravanverhuurbedrijf. Naar het oordeel van de commissie is dat enkele feit echter geen uitzonderlijke omstandigheid die tot afwijking van het bepaalde in de huurovereenkomst zou moeten (kunnen) leiden.

4. Het beeld dat op basis van de stukken en de mondelinge behandeling bij de commissie aldus oprijst over het beleid van de ondernemer, is een van betrekkelijke chaos en ongelijkheid. Ook over het streng(er) handhaven voor de situatie waarin huurders zonder zijn toestemming aanbouwsels hebben gerealiseerd, zoals gesteld in punt 10 van het verweerschrift, heeft de ondernemer tijdens de zitting geen duidelijkheid kunnen geven. Wel heeft de ondernemer ter zitting een nieuw, scherper beleid aangekondigd. De commissie vindt dat een verstandige zaak, maar dat beleid is er nu dus nog niet.

5. Onder de huidige omstandigheden vindt de commissie het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar dat de ondernemer zich jegens de consument beroept op de (hierboven onder “Standpunt van de ondernemer” weergegeven) bepaling in de huurovereenkomst om toestemming voor de gewenste aanbouw te weigeren. Vast staat immers dat die bepaling door de ondernemer jegens andere huurders (lees: in ieder geval [andere huurder 1] en [andere huurder 2]) niet ingeroepen is, terwijl naar het oordeel van de commissie niet gebleken is dat het om wezenlijk andere situaties gaat.

De conclusie van het bovenstaande is dat de afwijzing door de ondernemer van de aanvraag van de consument om een aanbouw van 4x4m op het eigen terras, de toets van de redelijkheid niet kan doorstaan. De ondernemer zal die aanbouw daarom moeten toestaan.

6. De klacht is dus gegrond. Dit brengt tevens met zich mee dat de ondernemer het klachtengeld aan de consument moet vergoeden en dat hij behandelingskosten aan de commissie verschuldigd is.

Het bovenstaande leidt tot de volgende beslissing.

Beslissing
De afwijzing door de ondernemer van de aanvraag van de consument om een aanbouw van 4x4m op het eigen terras kan de toets van de redelijkheid niet doorstaan. De ondernemer zal die aanbouw daarom moeten toestaan.

De ondernemer moet overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan de consument vergoeden in verband met het klachtengeld.

Tevens is de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Recreatie, bestaande uit mr. J.L. Sierkstra, voorzitter, drs. P.C. Hoogeveen-de Klerk en J. Hagedoorn-Wiarda, leden, op 3 september 2020.