Consument moet eerst kans krijgen om vordering te betalen zonder extra kosten

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Kinderopvang    Categorie: Kosten    Jaartal: 2022
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 86013/132613

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over

De consument werkte voor de ondernemer en had een opvangovereenkomst met de ondernemer. Ze had ook een betalingsachterstand, die ze met een maandelijks bedrag afloste. Na het ontslag van de consument is de betalingsregeling niet meer nagekomen en heeft de ondernemer de vordering overgedragen aan de deurwaarder. Hiervoor zijn extra kosten in rekening gebracht. De consument heeft nog geprobeerd met de ondernemer in contact te komen, maar hier is geen reactie op gekomen. De consument is het niet eens met de extra kosten. De ondernemer stelt dat de consument haar eigen afspraken voor het aflossen meerdere keren niet is nagekomen. De consument gebruikte dreigende taal in het contact met de ondernemer. Toen is de zaak overgedragen aan de deurwaarder, die eerst nog geprobeerd heeft om zonder extra kosten tot een oplossing te komen. De commissie oordeelt dat niet gebleken is dat de consument eerst de kans heeft gekregen om de vordering te betalen zonder incassokosten. Omdat dit een wettelijke voorwaarde is mogen de extra kosten niet bij de consument in rekening worden gebracht. De klacht is gegrond.

Volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil
Het geschil betreft de incassokosten die bij de consument in rekening zijn gebracht met betrekking tot de invordering van het aan de ondernemer verschuldigde bedrag.

Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De consument heeft een achterstand in betalingen van de kinderopvang bij de ondernemer. De consument is tevens werkzaam geweest bij de ondernemer. Gedurende haar dienstverband bij de ondernemer bestond de afspraak dat de consument maandelijks € 50,– zou voldoen als aflossing op de openstaande vordering. Na beëindiging van het dienstverband en stopzetten van de kinderopvang is die regeling niet meer nagekomen. De vordering is vervolgens uit handen gegeven aan een deurwaarder. De consument heeft een brief ontvangen van de deurwaarder waarin zij wordt gesommeerd de openstaande vordering te voldoen en waarbij tevens incassokosten in rekening worden gebracht. De consument had dit niet aan zien komen want zij had kort hiervoor nog gemaild met de ondernemer en haar situatie voorgelegd.
Ze heeft daarop geen antwoord, reactie of herinneringsbrief gekregen. De consument is het absoluut niet eens met de extra kosten van de deurwaarder.

Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De consument heeft bij de ondernemer gewerkt en maakte gebruik van de opvang voor haar kind. Tijdens haar werkzame periode mocht zij € 50,– per maand betalen als aflossing op de openstaande schuld.
Toen de arbeidsrelatie was beëindigd, is op verzoek van de consument de afspraak gemaakt dat het resterende bedrag in vier maandelijkse termijnen betaald zou worden, de eerste termijn zou eind februari 2021 worden betaald. Bij de eerste termijn stelde de consument dat ze niet meer dan € 50,– per maand zou kunnen betalen en kwam daarmee haar eigen voorstel niet na. Op 26 februari 2021 is een mail ontvangen van de consument dat zij die maand geen budget had en dat zij € 70,– zou overmaken. Er werd echter € 50 euro,– overgemaakt. Hierop is een incassobureau ingeschakeld, omdat de communicatie tussen de ondernemer en de consument bleef steken in mailtjes en appjes en van de kant van de consument vol stonden met dreigende taal. Het incassobureau heeft op verzoek van de ondernemer in eerste instantie geprobeerd zonder rente en incassokosten voor de consument het bedrag te innen maar dit is niet gelukt. Er is toen een officiële zaak van gemaakt. Op dit moment heeft de consument een betalingsregeling lopen bij het incassobureau. Extra kosten worden door het incassobureau opgelegd.

Beoordeling van het geschil
Tussen partijen is niet in geschil dat de ondernemer een vordering heeft op de consument wegens een achterstand in betaling van de kinderopvangkosten. Evenmin is de hoogte van deze vordering in geschil.
De klacht van de consument richt zich uitsluitend tegen de door de deurwaarder in rekening gebrachte incassokosten.

Door de consument is een brief van de deurwaarder van 15 maart 2021 overgelegd, waarin wordt aangegeven dat de ondernemer zich tot de deurwaarder heeft gewend betreffende de openstaande vordering en waarin de consument in gebreke wordt gesteld. In de brief worden incassokosten van
€ 140,54 vermeerderd met 21% BTW, zijnde een bedrag van € 29,51, bij de consument in rekening gebracht. Dit is kennelijk de eerste aanschrijving door de deurwaarder aan de consument. Niet is gebleken van een eerdere brief.

Ingevolge art. 6:96 lid 6 BW zijn incassokosten eerst verschuldigd nadat de schuldenaar na het intreden van het verzuim, onder vermelding van de gevolgen van het uitblijven van betaling, vruchteloos is aangemaand tot betaling binnen een termijn van veertien dagen, aanvangende de dag na aanmaning. Er is de commissie niet gebleken dat de consument een dergelijke aanmaning heeft ontvangen, waarin haar dus de mogelijkheid is geboden alsnog de openstaande vordering te voldoen binnen een termijn van veertien dagen zonder dat de incassokosten verschuldigd zijn.

Nu aan deze wettelijke voorwaarde niet is voldaan, is de consument niet op een juiste wijze aangeschreven en mogen de incassokosten van € 140,54 vermeerderd met € 29,51 BTW niet bij de consument in rekening worden gebracht.

Ter zitting is door de consument weliswaar geciteerd uit een brief van een deurwaarder waarin haar de mogelijkheid werd geboden een vordering te voldoen zonder incassokosten, maar deze brief was gedateerd 23 augustus 2021 en betrof een vordering van € 1.900,–, zodat deze niet op onderhavige procedure van toepassing kan zijn, gelet op de hoogte van het bedrag en de datum van versturen.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie:

– verklaart de klacht gegrond;
– bepaalt dat de consument niet gehouden is tot betaling van de incassokosten van € 170,05 inclusief BTW;
– bepaalt dat de ondernemer binnen veertien dagen na verzending van dit bindend advies aan de consument een bedrag van € 25,– vergoedt ter zake van het door haar betaalde klachtengeld.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Kinderopvang, bestaande uit mevrouw mr. A.D.R.M. Boumans, voorzitter, mevrouw mr. S.A.M.F. Sjoukes, mevrouw mr. M.T.C.J. Nauta-Sluijs, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. M. Gardenier, secretaris, op 18 januari 2022.