Commissie: Voertuigen
Categorie: (non)conformiteit / Herstel
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
1302951/1313753
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument kocht een gebruikte Volvo, maar kort na aflevering traden storingen op waardoor de auto soms niet startte en diverse waarschuwingslampjes gingen branden. Uit onderzoek bleek dat er inderdaad technische gebreken aanwezig waren. De consument wilde daarom de koop ontbinden, maar de ondernemer bood aan de auto op te halen, te repareren en vervangend vervoer beschikbaar te stellen. De consument weigerde deze nieuwe herstelmogelijkheid. De commissie oordeelde dat ontbinding alleen mogelijk is als de ondernemer voldoende kans heeft gekregen om het gebrek te herstellen. Omdat de consument de ondernemer die mogelijkheid niet wilde geven, werd de klacht afgewezen.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
Het geschil vloeit voort uit een op 18 juli 2025 tussen de consument en de ondernemer tot stand gekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van een gebruikte auto van het merk Volvo, type V40, tegen een door de consument te betalen prijs van € 14.000,-.
De overeenkomst is op 18 juli 2025 uitgevoerd.
De consument heeft de klacht op 2 november 2025 voorgelegd aan de ondernemer.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Heel kort na de aflevering gingen een aantal waarschuwingslampjes branden en viel de auto stil. Na een uur wachten startte de auto weer en kon de consument zijn weg vervolgen. Op 22 juli 2025 wilde de auto weer niet starten. De consument belde de ANWB, die maakte een rapport op en startte de auto. De consument bracht de auto vervolgens naar de ondernemer.
De ondernemer gaf aan de ABS-module te hebben vervangen. Daags na het ophalen van de auto ging het motorlampje weer branden. Ze bleven branden. Daarop liet de consument aan de ondernemer weten de koopovereenkomst te willen ontbinden. Het was een twee gebrek in korte tijd. De consument heeft de ondernemer schriftelijk bericht dat hij wil ontbinden.
De ondernemer is niet bereid de ontbinding te accepteren en wil een extra kans. Dat wil de consument niet. Hij heeft de ondernemer al van 22-29 juni de kans gegeven.
Ter zitting heeft de consument voor zover van belang nog het volgende naar voren gebracht.
Nadat de eerste herstelpoging niet was gelukt is de auto stilgezet en heeft de consument er niet meer mee gereden. De consument heeft geen vertrouwen meer in de auto en de ondernemer. Waarom zou het de tweede keer wel lukken. Ook de afstand maakt het moeilijk om de auto te brengen. De consument blijft bij zijn standpunt en geeft de ondernemer geen tweede kans.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De ondernemer begrijpt de brief waarin de koopovereenkomst wordt ontbonden niet. De ondernemer heeft toegezegd de auto bij de consument op te halen, vervangend vervoer ter beschikking te stellen en in zijn werkplaats te repareren. Dat aanbod deed de ondernemer meteen na de melding van het gebrek en dat staat nog steeds.
De ondernemer is niet bereid de auto terug te nemen en het aankoopbedrag aan de consument terug te betalen.
Ter zitting heeft de ondernemer voor zover van belang nog het volgende naar voren gebracht.
Uit de werkorder van destijds bleek dat bij het uitlezen van de auto dat de ABS sensor moet worden vervangen. Dat deed de ondernemer waarna het probleem opgelost leek.
Daarna heeft de ondernemer de auto nooit meer gezien. De ondernemer blijft bij zijn eerder gedane voorstel. De auto leent zich prima voor herstel.
Deskundigenrapport
De door de commissie ingeschakelde deskundige heeft blijkens zijn rapport het volgende vastgesteld.
Wij hebben het voertuig, een Volvo V40 uit 2013, uitgebreid onderzocht en geïnspecteerd. De inspectie bestond uit zowel een visuele controle van de voertuigcomponenten als een uitlezen van de voertuigsystemen met gespecialiseerde diagnostische apparatuur.
Tijdens onze inspectie zijn de volgende afwijkingen en gebreken vastgesteld:
– Het voertuig vertoont verschillende verstoringen op het instrumentenpaneel
– Het ABS- en ESP-systeem vertonen verstoringen op het instrumentenpaneel
Door het samenspel van vocht in de frontcamera en een defecte wielsnelheidssensor functioneren zowel de stabiliteits- als de veiligheidssystemen van het voertuig niet naar behoren. De frontcamera is essentieel voor functies zoals Pedestrian Protection, City Safety en andere IntelliSafe-systemen die afhankelijk zijn van visuele detectie van obstakels, voetgangers en voertuigen. Wanneer deze camera verstoord is door vocht, kan het voertuig objecten niet correct detecteren, waardoor automatische rem- en waarschuwingsfuncties uitvallen of onbetrouwbaar reageren.
Tegelijkertijd levert de defecte wielsnelheidssensor onjuiste gegevens aan de ABS- en ESP-systemen, die verantwoordelijk zijn voor het handhaven van grip, stabiliteit en correcte reminterventie tijdens accelereren, remmen en bochtenwerk. Door het ontbreken van betrouwbare inputs zijn er verstoringen aan het voertuig en kunnen de systemen niet adequaat corrigeren bij slipgevaar of onverwachte stuur- en rembewegingen.
Het gecombineerde effect van deze twee gebreken betekent dat het voertuig zowel actief (via IntelliSafe/City Safety) als passief (via ABS/ESP) niet adequaat kan reageren op kritieke verkeerssituaties. Dit leidt tot een verhoogd risico op verlies van controle over het voertuig, een verminderde bescherming van inzittenden en een directe bedreiging voor overige weggebruikers, zoals andere automobilisten, fietsers en voetgangers.
Tijdens de expertise is tevens geconstateerd dat de remmen duidelijke roestvorming vertonen, zowel op de remschijven als op andere zichtbare remcomponenten. De aard en verdeling van de roest zijn kenmerkend voor een voertuig dat langere tijd stil heeft gestaan. Dit wijst erop dat het voertuig gedurende een aanzienlijke periode niet of nauwelijks in gebruik is geweest.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
De consument klaagt in dit geschil over een gebrek dat zich vrijwel meteen na de aflevering van de auto voordeed en na een door de ondernemer uitgevoerde reparatie, niet bleek te zijn hersteld.
De consument is van mening dat hij de ondernemer de kans heeft gegeven om de auto te herstellen, maar de ondernemer daarin niet is geslaagd. De ondernemer verdient volgens de consument geen tweede kans.
De auto rijdt inmiddels goed, maar het vertrouwen in de auto is blijvend verdwenen.
De ondernemer voert gemotiveerd verweer.
De commissie volgt het standpunt van de ondernemer.
De commissie stelt voorop dat nu geen van de partijen gegronde en/of ernstige bezwaren tegen de rapportage van de door haar ingeschakelde deskundige naar voren heeft gebracht zij diens bevindingen zal overnemen en tot de hare zal maken.
Uit die bevindingen leidt de commissie dat sprake is van een storing of van een gebrek. Een gebrek dat zich voor herstel leent.
Uit de stukken blijkt dat de ondernemer uitdrukkelijk heeft aangeboden om het noodzakelijk herstel uit te voeren, daartoe de auto bij de consument te willen ophalen en de consument te voorzien van vervangend vervoer tijdens de reparatie. De consument heeft daar geen gebruik van willen maken.
Alvorens de ontbinding van een (koop-)overeenkomst te kunnen uitspreken, moet echter niet alleen sprake zijn van een tekortkoming in de nakoming van de betreffende overeenkomst, maar moet tevens komen vast te staan dat sprake is van verzuim van de ondernemer, namelijk dat deze (voldoende) gelegenheid heeft gekregen om het gebrek te herstellen en daartoe nochtans niet is overgegaan. Daarvan is in deze zaak geen sprake nu de consument de ondernemer niet in staat wil stellen om de koopovereenkomst na te komen en de auto niet voor herstel bij de ondernemer wil aanbieden. Dit brengt mee dat niet is voldaan aan de vereisten die de consument de bevoegdheid geven om een beroep op ontbinding van de koopovereenkomst te doen. Daarom dient het verlangde van de consument te worden afgewezen.
Op grond van het bovenstaande is de klacht van de consument ongegrond.
Derhalve wordt beslist als volgt.
Beslissing
De commissie wijst het door de consument verlangde af.
Aldus vastgelegd en beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit de heer mr. F.C. Schirmeister, voorzitter, mr. A. van Aldijk en R. Vlasveld, leden, op 19 mei 2026.