Consument niet eens met verplichte 0,5 uur extra opvang vanwege ruimere openingstijden

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Kinderopvang    Categorie: Openingstijden    Jaartal: 2017
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 2017-107766

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

De consument klaagt, kort samengevat, erover dat het aantal in rekening te brengen uren verplicht is verhoogd.
De ondernemer heeft de openingstijden verruimd waardoor de consument nu 0,5 uur extra opvang moet afnemen per dag, maar maakt hier geen gebruikt van en wil de oude uren handhaven. Echter, de consument heeft een nieuwe overeenkomst met de ondernemer afgesloten voor een andere vorm van opvang. De commissie verklaart de klacht ongegrond.

De consument heeft de klacht op 21 november 2016 schriftelijk voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument

Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

De consument heeft twee kinderen bij de ondernemer in de kinderopvang voor drie dagen per week. Per dag opvang wordt 10,5 uur gerekend. Door een uitbreiding in de openingstijden wordt per 1 januari 2017 per opvang dag 11 uur gerekend. De consument wordt nu gedwongen extra te betalen terwijl hij niet meer opvang afneemt.
De consument wil bij de oude regeling blijven waarin per opvangdag 10,5 uur wordt gerekend.

Ter zitting heeft de consument verder nog – in hoofdzaak – het volgende naar voren gebracht.

De consument is tevreden over de opvang bij de ondernemer. De consument heeft een lopende overeenkomst met de ondernemer die de ondernemer niet zo maar eenzijdig kan wijzigen. De consument stelt met een beroep op artikel 15 van de branchevoorwaarden dat de ondernemer geen omstandigheden heeft aangevoerd die een wijziging van de overeenkomst toestaan. Weliswaar is er dit jaar geen verhoging van het tarief doorgevoerd, maar die zal volgend jaar volgen. De ondernemer stelt steeds dat er geen tariefswijziging is toegepast, maar de consument betaalt nu wel meer.
De consument is ook lid van de oudercommissie. De gewijzigde openingstijden zijn daar ter sprake gekomen, echter niet in combinatie met een verhoging van de factuur.

Standpunt van de ondernemer

Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

Op het contract met de consument zijn de branchevoorwaarden en de aanvullende algemene voorwaarden van toepassing verklaard.
Vanaf 2017 heeft de ondernemer de openingstijden van haar verschillende vestigingen geharmoniseerd en op grond van artikel 5 lid 1 van de aanvullende algemene voorwaarden zijn de openingstijden van onder meer de vestiging waar de kinderen van de consument worden opgevangen gewijzigd. De opvangduur is voor de consument gewijzigd van 10,5 uur naar 11 uur. Ter tegemoetkoming aan de ouders is besloten geen standaard prijsverhoging van 2,9% toe te passen.
De consument kan op grond van artikel 11 van de aanvullende algemene voorwaarden, wanneer deze de wijziging als negatief ervaart, het contract opzeggen.
De ondernemer is de consument nog tegemoet gekomen door tot en met maart 2017 een korting van 5% toe te passen.
De consument heeft zijn contract inmiddels gewijzigd naar een 52 weken contract.

Ter zitting heeft de ondernemer verder nog – in hoofdzaak – het volgende naar voren gebracht.

De ondernemer is blij te horen dat de consument tevreden is over de geboden zorg.
De ondernemer is van mening dat zij op grond van artikel 5 van de aanvullende algemene voorwaarden het contract mag wijzigen. De ondernemer verwijst voorts naar artikel 21 van de branchevoorwaarden dat wijzigingen in het contract mogelijk maakt. De ondernemer heeft een fout gemaakt bij de aankondiging van de wijziging. Dit had twee maanden van te voren moeten gebeuren. De ondernemer heeft de wijziging wel per 1 januari 2017 laten ingaan. Dat heeft te maken met toeslagen. De consument heeft de wijziging van de openingstijden voorgelegd aan de oudercommissie. De ondernemer beschikt alleen over de reactie van de consument.
Het contract van de consument is gewijzigd. De consument heeft behoefte aan twee dagen opvang per week en om de week een extra dag erbij, in plaats van 3 dagen opvang per week Dat is bij de ondernemer mogelijk, maar dan moet wel een ander type contract voor 52 weken worden afgesloten.

De ondernemer verzoekt daarom de klacht ongegrond te verklaren.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Partijen hebben overeenkomsten gesloten voor opvang van de twee kinderen van de consument.

Per 1 januari 2017 heeft de ondernemer de openingstijden van de opvanglocatie waar de consument voor zijn twee kinderen gebruik van maakt uitgebreid naar 11 uur per dag. Als gevolg van deze wijziging wordt per opvang dag niet 10,5 maar 11 uur in rekening gebracht.

De commissie constateert dat de oudercommissie bij de wijziging van de openingstijden buiten beeld is gebleven. Er is door de oudercommissie geen advies uitgebracht, althans ter zitting konden partijen niet aangeven of advies is gevraagd en uitgebracht.

De uitbreiding van de openingstijden is bij brief van 17 november 2016 aan de consument meegedeeld. In artikel 5 lid 1 van de Aanvullende algemene voorwaarden [naam kinderopvang] (versie maart 2014) is bepaald dat [naam kinderopvang] gerechtigd is de openingstijden te wijzigen, mits deze wijziging tenminste 2 maanden voor de ingangsdatum schriftelijk aan de ouders wordt meegedeeld. Gebleken is dat de wijziging van de openingstijden per 1 januari 2017 is ingegaan, zodat de ondernemer de verruiming van de openingstijden voor 1 november 2016 kenbaar had moeten maken.

Het antwoord op de vraag of de ondernemer op grond van artikel 15 c.q. artikel 21 van de Algemene voorwaarden voor Kinderopvang Dagopvang en Buitenschoolse opvang 2016 (de branchevoorwaarden) de openingstijden mocht verruimen kan in het midden blijven nu de consument per 1 januari 2017 een nieuwe overeenkomst met de ondernemer is aangegaan. De consument wilde een ander vorm van opvang – waarbij een ander type overeenkomst hoort – en heeft dat gekregen. Voor deze nieuwe overeenkomsten gelden nieuwe voorwaarden waarmee de consument door ondertekening van de overeenkomsten op 21 december 2016 akkoord is gegaan.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Kinderopvang en Peuterspeelzalen op 6 maart 2017.