Consument niet ontvankelijk in klacht tegen ondernemer, contract lag bij andere B.V.

  • Home >>
  • Recreatie >>
De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Recreatie    Categorie: (Niet) Ontvankelijkheid    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Niet-ontvankelijkverklaring   Uitkomst: niet-ontvankelijk   Referentiecode: 393643/538572

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Een consument diende een klacht in bij de Geschillencommissie Recreatie over de beëindiging van een jaarplaats. Hij gaf echter expliciet aan geen uitspraak te willen tegen de contractspartij [naam] B.V., maar tegen een andere ondernemer. Uit de overgelegde overeenkomst bleek dat de jaarplaats uitsluitend was overeengekomen tussen de consument en [naam] B.V., en niet met de genoemde ondernemer. Omdat er geen contractuele relatie bestond, verklaarde de commissie de klacht niet-ontvankelijk. De consument kan binnen 14 dagen alsnog aangeven of hij zijn klacht tegen [naam] B.V. wil voortzetten.

De volledige uitspraak

NIET-ONTVANKELIJKVERKLARING
Geschillencommissie Recreatie

Wraking

Op 20 april 2025 heeft de consument een wrakingsverzoek ingediend met als wrakingsgrond dat de behandeling van zijn zaak te lang duurt.

Bij bericht van 23 april 2025 aan het secretariaat heeft de voorzitter van de commissie mede namens de leden van de commissie aangegeven dat de commissie niet berust in het wrakingsverzoek.

Bij bindend advies van 24 april 2025 heeft de wrakingscommissie de consument niet-ontvankelijk verklaard in zijn wrakingsverzoek.

Onderwerp van het geschil

Beëindiging jaarplaats op het terrein van de ondernemer.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De consument heeft aangegeven geen uitspraak van de commissie te willen ontvangen tegen [naam] B.V., maar tegen de [ondernemer] B.V., hierboven vermeld als ondernemer.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De ondernemer heeft geen standpunt ingenomen met betrekking tot de ontvankelijkheid van de consument in zijn klacht tegen de ondernemer. Wel heeft de ondernemer zijn inhoudelijke standpunt aan de commissie kenbaar gemaakt, ervan uitgaande dat de [naam] (dus niet de ondernemer) de aangeschreven partij zou zijn.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Aangezien de consument expliciet heeft aangegeven geen uitspraak van de commissie te willen ontvangen tegen [naam] B.V., maar tegen de ondernemer, heeft de commissie de klacht ingenomen tegen de ondernemer.

Op verzoek van de commissie heeft zowel de consument als de ondernemer de overeenkomst inzake de betreffende jaarplaats toegestuurd. Daaruit blijkt dat de overeenkomst tot stand is gekomen tussen [naam] B.V. en de consument. Er is dus geen overeenkomst tot stand gekomen tussen de ondernemer en de consument. Dat maakt dat dat de consument niet-ontvankelijk is in zijn klacht tegen de ondernemer.

Mocht de consument er alsnog akkoord mee zijn dat zijn klacht wordt ingenomen tegen [naam] B.V., dan zou de klacht alsnog ingenomen kunnen worden tegen die partij. De consument dient dat dan binnen een termijn van 14 dagen aan het secretariaat te laten weten.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De consument wordt in zijn klacht tegen de ondernemer niet-ontvankelijk verklaard.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Recreatie, bestaande uit de heer mr. H.A. van Gameren, voorzitter, mevrouw J. Hagedoorn, mevrouw mr. J.M. Huijsman-Hartkamp, leden, op 6 mei 2025.

 

 

 

 

Opslaan als PDF