Consument oneens met tariefsverhoging en loopt betalingsachterstand op

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Kinderopvang    Categorie: Kosten    Jaartal: 2021
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: Ongegrond   Referentiecode: 25450/27309

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over

De consument klaagt over de tariefsverhoging per 1 januari 2021 door de ondernemer. De uur prijzen op de kinderopvang en de BSO hebben een onevenredige verhoging gekregen. Daarnaast is de bekendmaking van deze tarieven op een te laat moment geweest en is er geen akkoord aan de oudercommissie gevraagd. De ondernemer geeft aan tot een forse tariefverhoging over te gaan om zo de organisatie kostendekkend te houden. Volgens de ondernemer is de oudercommissie wel akkoord gegaan met de tariefsverhoging. De commissie oordeelt dat ondanks niet helemaal duidelijk is of de oudercommissie akkoord gaat met de tariefsverhoging, de oudercommissie geen klacht heeft ingediend. Hiermee stemmen zij met de tariefsverhoging in. Daarnaast blijkt niet dat de verhoging, voor de specifieke vorm van opvang en met de onderbouwing van de ondernemer, onredelijk is. De klacht is ongegrond.

Volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft de tariefsverhoging per 1 januari 2020.

Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De ondernemer heeft per 1 januari 2020 een onevenredige verhoging van de uurprijzen doorgevoerd op de kinderopvang en de BSO. De tariefstijgingen zijn disproportioneel (respectievelijk 18,75% en 18,06%) en niet te verantwoorden op basis van hun motivatie. Daarnaast is de bekendmaking van deze tarieven op een te laat moment geweest en is er eveneens geen akkoord gevraagd aan de oudercommissie en kloppen de notulen van het overleg met de oudercommissie niet.

Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

In november 2019 heeft de ondernemer een herberekening gemaakt van de kosten die door hem gemaakt worden. De ondernemer kwam tot de conclusie dat voor 2020 een forse tariefverhoging moest worden doorgevoerd om de organisatie kostendekkend te houden. De ondernemer biedt voor alle klanten flexibele opvang die per half uur te plannen is (geen dagdelen en geen vaste dagen), met gratis ontbijt tot 08.00 uur, lunch, luiers, drinken, koekjes, fruit, yoghurt, flesvoeding, johannesbroodpitmeel en glutenvrije producten wanneer dit nodig is. Ouder(s)/verzorger(s) geven uiterlijk donderdag 12.00 uur de opvang door voor de week erna via het digitale systeem Bitcare. Hierbij kiezen ouder(s)/verzorger(s) zelf de dag(en) en begin- en eindtijd per heel en half uur. De dagen en tijden kunnen iedere week anders zijn. Is er geen opvang nodig, dan vragen ouders niets aan en wordt er niets gefactureerd. Deze organisatievorm is zeer arbeidsintensief. In november 2019 is de tariefverhoging met de 5 oudercommissies besproken en zijn zij akkoord gegaan met de verhoging van € 4,– per half uur naar € 4,75 per half uur. Het nieuwe tarief is aan alle ouder(s)/verzorger(s) kenbaar gemaakt op 1 december 2019 middels een nieuwsbrief welke per mail naar de ouder(s)/verzorger(s) is gestuurd. Deze tariefverhoging is ingegaan op 1 januari 2020.

Op 2 maart 2020 heeft de consument een e-mail gestuurd waarin hij bezwaar maakt tegen deze tariefverhoging. Op 3 maart 2020 heeft de consument een e-mail naar de ondernemer gestuurd waarin aangegeven wordt dat hij de automatische incasso laat intrekken en de facturen heeft laten terugstorten. Op 4 maart 2020 zijn de facturen van de consument betreffende de maanden januari en februari 2020 gestorneerd. Op 19 maart 2020 heeft de consument op basis van het tarief van 2019 de facturen van januari en februari 2020 betaald. Daardoor is er een betalingsachterstand ontstaan. De ondernemer vangt 607 kinderen op. Naast de consument is er één andere ouder die de betaling op dezelfde wijze laat plaatsvinden. Dit betreft een ouder van dezelfde locatie. De ondernemer is een kleinschalige organisatie met 6 kleine locaties. Het tarief dat wordt gehanteerd is hard nodig om het bedrijf verder voort te kunnen zetten. Op dit moment wordt op de locatie waar de consument klant is een kwaliteitsslag doorgevoerd.
De ondernemer verwacht van de geschillencommissie dan ook dat, gezien het tijdstip van informeren en de instemming van de oudercommissies, de klacht ongegrond zal worden verklaard.

Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.

Ter zitting heeft de consument toegelicht dat hij sinds juli 2020 geen gebruik meer maakt van de kinderopvang van de ondernemer. Het geschil ziet dus op de kosten over de maanden januari tot en met juni 2020. De consument heeft deze maanden betaald op basis van de tarieven van 2019.

Verder licht de consument toe dat de klacht puur betrekking heeft op de tariefsverhoging en niet op de kwaliteit van de dienstverlening van de ondernemer, zodat de commissie zich alleen over dit punt zal uitlaten.

De consument stelt in zijn klacht dat er geen akkoord is van de oudercommissie op de tariefsverhoging.

De ondernemer geeft aan dat er wel instemming van de oudercommissie is. Uit de stukken die de commissie ter beschikking staan, blijkt dat de oudercommissie in eerste instantie heeft aangegeven niet akkoord te zijn met de tariefsverhoging. Of, zoals de ondernemer stelt, later wel sprake is geweest van instemming van de oudercommissie blijkt niet expliciet uit het dossier. Wat voor de commissie echter meer van belang is, is dat de oudercommissie geen klacht heeft ingediend tegen de tariefsverhoging. Daaruit moet worden geconcludeerd dat de oudercommissie heeft ingestemd met de tariefsverhoging of in ieder geval hiertegen niet is opgekomen en daarmee stilzwijgend of impliciet haar akkoord heeft gegeven.
Maar ook in het geval een oudercommissie negatief adviseert over een tariefsverhoging, kan een ondernemer in afwijking van dat advies toch besluiten de verhoging door te voeren indien de ondernemer aannemelijk maakt dat de tariefswijziging noodzakelijk is. Aan de commissie komt in dat geval slechts een marginale toetsing toe; op grond van artikel 1.66b van de Wet op de Kinderopvang wordt slechts getoetst of de ondernemer bij afweging van de belangen in redelijkheid tot zijn besluit heeft kunnen komen. Aan de ondernemer komt een bepaalde mate van vrijheid toe bij het bepalen van de tariefsverhoging, zolang deze binnen redelijke grenzen blijft.

Ook in onderhavige zaak dient te commissie zich te beperken tot een marginale toetsing. De commissie is van oordeel dat niet blijkt dat de tariefsverhoging, voor deze specifieke vorm van opvang en met de onderbouwing die de ondernemer daarvoor heeft gegeven, onredelijk is. Uit de algemene voorwaarden blijkt dat de tarieven jaarlijks kunnen worden aangepast. Het is te betreuren dat de ondernemer de verhoging van de tarieven volgens eigen beleid te laat heeft bekendgemaakt. Omdat geen opzegtermijn geldt en dus ook na het bekend worden van de nieuwe tarieven de opvang desgewenst tijdig voor het ingaan van de nieuwe tarieven kon worden beëindigd, heeft de te late bekendmaking geen financieel nadelige gevolgen gehad voor de consument. Mede gelet daarop kan deze te late bekendmaking niet tot gegrondverklaring van de klacht leiden.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie:

– verklaart de klacht van de consument ongegrond.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Kinderopvang, bestaande uit mevrouw mr. drs. E.I.P.M. Weijnen, voorzitter, de heer drs. T. Blom, mevrouw mr. M.T.C.J. Nauta-Sluijs, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. M. Gardenier, secretaris, op 20 april 2021.