Consument ontvankelijk: klacht mag inhoudelijk behandeld worden

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Ontvankelijkheid    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: voorbeslissing   Uitkomst: ontvankelijk   Referentiecode: 1282100/1311247

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument vindt dat hij te veel gasverbruik in rekening heeft gekregen over 2023 en 2024. De ondernemer vond dat de consument niet‑ontvankelijk was, maar de commissie is het daar niet mee eens.
De commissie stelt vast dat de consument pas op 23 oktober 2024 voor het eerst echt heeft geklaagd. Hij heeft zijn klacht op 29 juli 2025 bij de commissie ingediend, dus binnen de termijn van 12 maanden. Daarom is hij ontvankelijk.
De consument vroeg ook om vrijstelling van het storten van het openstaande bedrag in depot. Hij zegt dat hij dat niet kan betalen, maar heeft dit onvoldoende onderbouwd. De commissie bepaalt dat hij wél een deel moet storten: 1.300 euro. Pas als dat bedrag binnen drie maanden is betaald, wordt de klacht inhoudelijk behandeld.

De volledige uitspraak

Samenvatting
De consument is van mening dat de ondernemer hem te veel verbruik van gas in rekening heeft gebracht op de jaarrekeningen van 2023 en 2024.
Verder vraagt de consument om ontheffing van de verplichting om het aan de ondernemer verschuldigde bedrag in dept te storten.

Beoordeling
De eerste vraag die de commissie moet beantwoorden is of de consument kan worden ontvangen door de commissie.
De ondernemer meent met een beroep op het reglement van de commissie dat de consument niet ontvangen kan worden in zijn klacht.
De commissie deelt dat standpunt niet.
Uit de stukken blijkt dat de consument per mail contact heeft gezocht met de ondernemer op 20 februari 2024 over de hoge rekening die hij heeft ontvangen. De commissie leest daarin niet dat de consument een klacht indient.
Op 1 maart 2024 vraagt de consument aan de ondernemer om de geschatte standen waarop de rekening is gebaseerd, te vervangen door de werkelijke meterstanden. Ook daarin leest de commissie geen klacht.
Op 23 oktober 2024 klaagt de consument per mail uitdrukkelijk over het te hoge gasverbruik dat hem in rekening is gebracht. Naar het oordeel van de commissie heeft de consument voor het eerst geklaagd op 23 oktober 2024.
De consument heeft vervolgens zijn klacht bij de commissie aanhangig gemaakt op 29 juli 2025.
Artikel 6 van het reglement van de commissie bepaalt dat een consument alleen kan worden ontvangen door de commissie als hij zijn klacht binnen 12 maanden indient na de datum waarop hij voor het eerst heeft geklaagd bij de ondernemer.
De consument heeft zich binnen de geldende termijn gericht tot de commissie en is daarom ontvankelijk. De inhoudelijke beoordeling van de klacht kan op een andere zitting aan de orde komen.

Met betrekking tot het verzoek om ontheffing overweegt de commissie het volgende.
De ondernemer stelt zich op het standpunt dat de consument het volledige nog openstaande bedrag van
€ 2.615,34 moet storten in het depot bij de commissie voordat het geschil kan worden behandeld.

Het reglement van de commissie bepaalt dat in de regel een geschil inhoudelijk wordt behandeld als de consument een bedrag bij de commissie deponeert dat gelijk is aan het nog openstaande factuurbedrag. De commissie kan echter een hele of gedeeltelijke vrijstelling van die verplichting verlenen.

De consument geeft aan niet over voldoende financiële middelen te beschikken om aan de eis van de ondernemer te voldoen.

De consument heeft weliswaar gegevens verstrekt over zijn financiële situatie, maar die informatie is niet onderbouwd met stukken waaruit zijn huur en inkomen kunnen blijken.
Naar het oordeel van de commissie heeft de consument onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij helemaal niets in depot kan storten en is van oordeel dat hij onder de gegeven omstandigheden in ieder geval een bedrag van € 1.300,- zal moeten betalen.
Dat bedrag moet binnen 3 maanden in depot gestort zijn, wil het geschil in behandeling worden genomen.

Op grond van het voorgaande is de consument ontvankelijk in de klacht.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
Verklaart de consument ontvankelijk.

De commissie stelt het te storten depotbedrag vast op € 1.300.- en bepaalt dat de consument dat bedrag in depot moet storten binnen 3 maanden na verzending van deze beslissing.
Na ontvangst van het depotbedrag zal de zaak inhoudelijk op de zitting worden behandeld. Als dat bedrag binnen de termijn van 3 maanden niet is betaald, zal de klacht verder niet in behandeling worden genomen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit mevrouw mr. I.E. de Vries, voorzitter, de heer R.A. Timmer, de heer H.H. van der Linden, leden, op 27 november 2025.

Opslaan als PDF