Consument op juiste wijze geïnformeerd over kosten gepaard gaande met realiseren eigen watermeter bovenhuis.

  • Home >>
  • Water >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Water    Categorie: Informatieverstrekking    Jaartal: 2017
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 106250

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de gang van zaken en kosten betreffende de aanvraag om een nieuwe wateraansluiting.

De consument heeft op 19 september 2016 de klacht schriftelijk voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument

Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

Het geschil betreft de aanvraag voor het plaatsen van een nieuwe aansluiting/watermeter voor het bovenhuis van de consument. De eerste klacht gaat over het begrip ‘maatwerkofferte’. De ondernemer stelt namelijk dat indien het gaat om een niet standaardaansluiting, de aanvrager alsdan een maatwerkofferte zal ontvangen. Het verzoek was het plaatsen van een eigen watermeter in de meterkast van het bovenhuis. De ondernemer heeft geconcludeerd dat de aanvrager zelf een loodgieter moest regelen en bekostigen voor een deel van de werkzaamheden. Dat is in strijd met wat de ondernemer beschrijft in zijn handleiding aanvraag van een nieuwe aansluiting op het openbare drinkwaternet waarin de ondernemer stelt dat een maatwerkofferte wordt aangeboden bij een niet standaardaansluiting. De tweede klacht gaat over het feit dat de consument achteraf ernstig haar twijfels heeft of het überhaupt wel nodig was dat er een nieuwe aansluiting moest komen. Bij nader onderzoek en volgens het eigen algemene reglement van de ondernemer is in principe één aansluiting per perceel toegestaan. De ondernemer had volgens de consument ter plekke tot de conclusie moeten komen dat het om een uitbreiding ging van een reeds aanwezige aansluiting in het benedenhuis (specifiek in de kelder). Helaas zijn alle werkzaamheden reeds voltooid en moet beoordeeld worden in welke mate de ondernemer de aanvraag wel of niet juist beoordeeld heeft en de consument onterecht op zeer hoge kosten heeft gejaagd. Nadat de aanvraag is gedaan heeft de zwager van de consument tezamen met een medewerker van de ondernemer ter plekke gekeken wat er moest gebeuren. Toen is namens de ondernemer naar voren gebracht dat er vanaf de straat (hoofdleiding) een leiding gelegd moest worden naar de ingang van de kelder en dat er in de kelder direct een (hoofd)kraan gemonteerd moest worden. Vervolgens diende de consument zelf een loodgieter in te schakelen om vanaf die hoofdkraan in de kelder de leiding te verlengen tot in het bovenhuis waarna een monteur van de ondernemer is langsgekomen om aldaar de watermeter te plaatsen (en ook daar een kraan te monteren). De consument heeft aan de ondernemer voor een nieuwe aansluiting het bedrag van
€ 1.060,– moeten betalen (inclusief btw) en aan de door haar ingeschakelde loodgieter een bedrag van € 1.030,12, derhalve in totaal € 2.090,12. Indien er in de kelder van nummer 22 een aftakking had kunnen worden gemaakt (dus een wijziging van een bestaande aansluiting) dan had dat de consument slechts € 117,66 gekost. Aldus heeft de consument in totaal € 2.090,12 minus
€ 117,66 = € 1.972,46 teveel betaald, hetgeen de ondernemer haar dient te compenseren. De ondernemer had destijds een veel goedkopere oplossing dienen aan te bieden, te weten een wijziging/aftakking van een reeds bestaande aansluiting.

Ter zitting is namens de consument verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.

De initiële klacht betreft het feit dat wij op onze eigen kosten een stijgleiding moesten laten maken vanaf de kelder naar het bovenhuis; dat vind ik bijzonder en ik vraag me af waarom er geen maatwerkofferte is uitgebracht door de ondernemer. Daarnaast had achteraf gezien de reeds bestaande aansluiting in de kelder van nummer 22 kunnen worden uitgebreid, dat willen zeggen daar had een aftakking kunnen worden gemaakt naar het bovenhuis, hetgeen vele malen goedkoper zou zijn geweest. De stelling van de ondernemer hier ter zitting dat de waterleidingbuizen alsdan niet zouden voldoen aan de daartoe gestelde normen is nieuw en niet eerder naar voren gebracht en verder vind ik dat de ondernemer er zelf voor verantwoordelijk is dat waterleidingbuizen zouden moeten voldoen aan die norm. Dat kan niet voor rekening van de consument worden gebracht.

De consument verlangt dat de ondernemer aan haar de onnodig gemaakte kosten van € 1.972,46 dient te vergoeden/terug te betalen, alsmede een genoegdoening van € 500,– voor het bewust stilzwijgen van de ondernemer om deze zaak op te lossen.

Standpunt van de ondernemer

Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

Op 8 maart 2016 is door de consument een wijziging van de aansluiting aangevraagd. Een medewerker van de ondernemer heeft ter plaatse overleg gevoerd met een familielid van de consument om de mogelijkheden te bekijken. Er is toen gekozen voor een nieuwe aansluiting in de kelder van nummer 22, die vervolgens door een externe loodgieter zou worden doorgetrokken naar het bovenhuis nummer 44 van de consument. De ondernemer heeft een offerte uitgebracht conform zijn aansluitvoorwaarden. Op 15 september 2016 is de aansluiting aangelegd en op 21 september 2016 is de watermeter geplaatst door de ondernemer. Wanneer een aanvraag wordt ingediend op mijnaansluiting.nl worden enkele vragen gesteld die refereren aan de kop standaardaansluiting of niet standaardaansluiting in de aansluitvoorwaarden van de ondernemer. Aan de hand daarvan wordt bepaald of er een standaard- of maatwerkofferte moet worden gemaakt. Wanneer achteraf (ter plaatse bij een schouwing) blijkt dat het niet om een standaardaansluiting gaat, wordt alsnog een maatwerkofferte aangeboden. In de regel zijn huisaansluitingen standaardaansluitingen. Ook in dit geval en voor dit adres is sprake van een standaardaansluiting, hetgeen onder de daartoe gestelde voorwaarden valt. Aansluitingen worden alleen horizontaal bij panden naar binnen gebracht over een maximale afstand van drie meter binnen het pand. Voor dit adres waren de opties voor een eigen aansluiting een watermeterput buiten of een aansluiting en hoofdkraan in de kelder van nummer 22, hetgeen de goedkopere optie was. In overleg met het familielid van de consument is gekozen voor die laatste optie. De ondernemer heeft dus de aanvraag afgehandeld zoals van haar verwacht mag worden. De aansluitvoorwaarden zijn gehanteerd en in overleg met het familielid van de consument is voor de desbetreffende optie gekozen. Dat daar achteraf onduidelijkheden over zijn ontstaan vindt de ondernemer vervelend. Helaas is de ondernemer – nu de aansluiting reeds geplaatst is – niet meer in de gelegenheid om de opties nogmaals voor te leggen aan de aanvrager en verder te verduidelijken wat die inhouden. De ondernemer is echter van mening dat de door hem uitgegeven offerte door betaling is aanvaard, terwijl verder de werkzaamheden al zijn uitgevoerd (ook door een door de consument ingeschakelde externe loodgieter) zodat als de consument niet akkoord was geweest met de voorgestelde werkzaamheden het voor de hand had gelegen dat zij direct aan de bel had getrokken. Voor het te laat reageren/beantwoorden van de klacht van de consument biedt de ondernemer zijn excuses aan. De kosten van het geschil (€ 27,50) is de ondernemer bereid te vergoeden aan de consument.             

Ter zitting heeft de ondernemer verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.

Om de werkzaamheden ter plaatse goed uit te voeren was de gekozen optie de enige mogelijkheid. Voor een nieuwe aansluiting op nummer 44 (het bovenhuis) was een stijgleiding nodig vanaf nummer 22 (de kelder). Het plaatsen van de stijgleiding behoort niet tot de werkzaamheden van de ondernemer, hetgeen ook gecommuniceerd is aan de consument en in de aansluitvoorwaarden is bepaald. De competentie van de ondernemer stopt in de kelder van nummer 22 (bij de hoofdkraan). De stijgleiding die van daaruit wordt doorgelegd naar het bovenhuis komt voor rekening en risico van de consument zelf waarna de ondernemer de watermeter en de stopkraan in het bovenhuis heeft geplaatst. Een uitbreiding c.q. aftakking van de reeds bestaande aansluiting in de kelder van nummer 22 was overigens ook niet mogelijk omdat die aansluiting/de buizen ontoereikend waren. Er zaten daar buizen van 20 mm en conform de huidige normen zou dat 25 mm moeten zijn. Daarvoor is bewust ook niet gekozen omdat er anders onvoldoende druk zou kunnen zijn. De consument heeft recht op een volwaardige aansluiting met volwaardige buizen. Een standaardaansluiting dient binnen maximaal 25 meter vanaf de hoofdleiding in de straat te worden aangelegd en de hoofdkraan dient maximaal 3 meter (horizontaal gemeten) inpandig te worden geplaatst.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De vraag in deze zaak is of de ondernemer op juiste wijze de consument heeft geïnformeerd over de (benodigde) werkzaamheden en daarbij behorende kosten ter zake de door de consument gewenste aansluiting op haar (leverings)adres. Anders dan de consument is de commissie van oordeel dat dat wel het geval is geweest. Zoals door de ondernemer genoegzaam is toegelicht, is sprake geweest van een standaardaansluiting (en dus geen maatwerkofferte). Van een standaardaansluiting is sprake als de benodigde aansluitleiding maximaal 25 meter is, gerekend vanaf de hoofdleiding in de openbare weg (waarvan in deze zaak sprake was), terwijl verder de hoofdkraan alsdan binnen een afstand van maximaal 3 meter horizontaal gemeten inpandig kan worden geplaatst (in deze zaak in de kelder van nummer 22). Dat blijkt ook uit de handleiding aanvraag van een nieuwe aansluiting op het openbare drinkwaternet van de ondernemer, terwijl verder uit de daarbij behorende bijlage 1 (over individuele woningen in de hoog-/stapelbouw) en de daarbij behorende tekeningen blijkt dat de hoofdkraan (in deze zaak in de kelder) ook het leveringspunt is van de ondernemer. Dat betekent dat de inpandig aan te brengen stijgleiding in opdracht en voor rekening en risico komt van de consument, hetgeen in deze zaak is aangebracht door de door de consument zelf ingeschakelde loodgieter. De wijze van aanpak en de daarbij behorende werkzaamheden zijn ook tussen partijen besproken geweest in het overleg dat ter plaatse is gevoerd door een familielid van de consument en een medewerker van de ondernemer. De werkzaamheden zijn ook aldus uitgevoerd, waarbij de aansluiting door de ondernemer tot en met de hoofdkraan in de kelder van nummer 22 is gerealiseerd en de stijgleiding verder is doorgelegd door de door de consument ingeschakelde loodgieter tot in het bovenhuis van nummer 44 waarna de ondernemer aldaar de stopkraan en watermeter heeft geplaatst. Dit is overigens ook een gebruikelijke gang van zaken bij een nieuw te installeren aansluiting bij hoog-/stapelbouw. Dat sprake zou kunnen zijn van een ander en goedkoper alternatief (uitbreiding/vertakking van de reeds bestaande aansluiting nummer 22) is uitdrukkelijk door de ondernemer gemotiveerd betwist en daarvan kon in de desbetreffende situatie geen sprake zijn. Dat de daartoe bestaande waterleidingbuizen in nummer 22 ook ontoereikend zouden zijn gelet op de bestaande normen vormt nog een extra argument waarom die optie niet tot de mogelijkheden zou hebben kunnen behoren. Verder heeft te gelden dat de consument destijds met de offerte en de wijze van aanpak/werkzaamheden akkoord is gegaan en die ook heeft laten uitvoeren en aldus heeft ingestemd met die gekozen optie voor een nieuwe wateraansluiting. Dat één en ander goedkoper en op een andere wijze zou kunnen worden uitgevoerd is in het licht van de toelichting en uitleg van de ondernemer niet gebleken. Aldus komt de commissie tot het oordeel dat de consument op juiste wijze is geïnformeerd, dat partijen in overleg met elkaar tot de gekozen optie en werkzaamheden zijn gekomen en dat van een andere en goedkopere reële optie tot realisering van een volwaardige wateraansluiting op het leveringsadres van de consument niet is gebleken. Dat betekent dat de klacht van de consument inhoudelijk ongegrond wordt bevonden.

De commissie zal ten slotte wel bepalen dat de ondernemer het door de consument betaalde klachtengeld zal vergoeden omdat de ondernemer dat in zijn verweerschrift ook heeft aangeboden.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

De ondernemer dient (conform zijn eigen aanbod) een bedrag van € 27,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld. 

Aldus beslist door de Geschillencommissie Water op 7 februari 2017.