Consument verlangt onterecht een vergoeding voor geannuleerde vliegtickets

  • Home >>
  • Reizen >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Reizen    Categorie: Annulering    Jaartal: 2021
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: Ongegrond   Referentiecode: 34361/52997

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over

De consument heeft twee tickets bij de ondernemer gekocht. Door corona werd deze vlucht geannuleerd. Daarna zijn twee andere tickets geboekt. Echter, twee uur voor vertrekt werd de vlucht weer geannuleerd. De consument verlangt de betaalde bedragen terug. De ondernemer geeft aan dat de normale annuleringsregels gelden en dat de tweede geannuleerde vlucht niet voor rekening van de ondernemer komt. Er zijn geen annuleringsregels die van toepassing zijn die de consument recht geven op een vergoeding. De commissie oordeelt dat er sprake is van losse tickets en er is geen sprake van een pakketreis of een gekoppelde reisovereenkomst. De consument kan daarom geen aanspraak maken op een vergoeding. Verder was sprake van non-refundable tickets, wat betekent dat de consument enkel op de betreffende datum kon vliegen en er geen wijzigingsmogelijkheid bestond. De klacht is ongegrond.

Volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil
Het geschil vloeit voort uit een op 7 maart 2020 met de ondernemer totstandgekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van een vliegreis voor twee personen van Moskou (Rusland) via Frankfurt (Duitsland) naar Toronto (Canada) op 10 maart 2020 respectievelijk 11 maart 2020 met terugvlucht van Toronto naar Frankfurt op 29 mei 2020 van € 240,46 + € 1.237,72 = € 1.478,18.

De consument heeft de klacht eerst voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Bij de ondernemer zijn twee tickets gekocht voor een vliegreis van Frankfurt naar Toronto met vertrek op 11 maart 2021. We bevonden ons in Iran en hadden allereerst een vlucht van Teheran naar Frankfurt geboekt. In verband met de Corona-pandemie werd de vlucht uit Iran naar Frankfurt geannuleerd. Daarop zijn twee tickets geboekt van Iran naar Moskou en van Moskou naar Frankfurt. Echter twee uur voor vertrek werd ook de vlucht van Teheran naar Moskou geannuleerd, omdat alleen passagiers met een verblijfvergunning voor Rusland mee mochten. De tickets zijn bij de ondernemer gekocht met Vliegticketgarantie en Refund Protect. Daarom dient een vergoeding plaats te vinden.
Er is op 11 maart 2020 nog een verzoek gedaan de vlucht naar Toronto om te boeken naar 14 maart 2020, omdat er dan een vlucht van Teheran naar Frankfurt zou zijn maar dat kon volgens de ondernemer niet omdat de vertrekdatum al zou zijn verstreken.

De consument verlangt een vergoeding van € 1.478,18, zijnde het betaalde bedrag voor de tickets.

Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

In dit geval bestaat geen recht op terugbetaling van de beide tickets vanuit Moskou naar Frankfurt en van Frankfurt naar Toronto omdat de vlucht die daaraan voorafging Teheran-Moskou geen deel uitmaakte van de reisovereenkomst. Het was niet de luchtvaartmaatschappij die vervolgens de vluchten vanuit Moskou respectievelijk Frankfurt annuleerde maar de consument. In een dergelijk geval gelden de normale annuleringsregels.
Er zijn geen annuleringsregels die van toepassing zijn, die de consument recht geven op een vergoeding. Daar is zelfs geen sprake van als het een reisverbod betreft.

Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.

De consument wilde van Teheran (Iran) naar Toronto (Canada) reizen. Bij de ondernemer waren door de consument al in een eerder stadium twee tickets gekocht voor een vliegreis van Frankfurt (Duitsland) naar Toronto die op 11 maart 2021 zou vertrekken. In verband met de Covid-19-problematiek is het aantal vluchten gereduceerd en het betekende dat de consument niet van Teheran naar Frankfurt kon reizen. Daarom heeft de consument een oplossing gezocht door via Moskou te reizen. Echter twee uur voor vertrek werd ook de vlucht van Teheran naar Moskou geannuleerd omdat alleen passagiers met een verblijfvergunning voor Rusland mee mochten. Een en ander had tot gevolg dat de consument niet tijdig in Frankfurt kon zijn voor de vlucht naar Toronto die op 11 maart 2020 vertrok.

De commissie stelt voorop dat in dit geval sprake is van de aankoop van ‘losse’ tickets en er is geen sprake van een pakketreis of een gekoppelde reisovereenkomst. De consument heeft voor het traject Teheran-Frankfurt geen tickets van de ondernemer betrokken. Het betekent dat het de eigen verantwoordelijkheid van de consument was om tijdig in Frankfurt aanwezig te zijn. Door niet op 11 maart 2020 in Frankfurt aanwezig te zijn heeft de consument de betreffende luchtvaartmaatschappij niet in de gelegenheid gesteld om de consument van Frankfurt naar Toronto te vervoeren. Het betekent dat de consument geen aanspraak kan maken op een vergoeding van de ticketkosten Frankfurt-Toronto, want de consument heeft zogeheten non-refundable tickets aangeschaft.

Want ook het beroep van de consument op de ticketgarantie en de refund-mogelijkheid falen. Allereerst geldt dat de ticketgarantieregeling betrekking heeft op een faillissement van een luchtvaartmaatschappij. Daarnaast meent de consument in aanmerking te komen voor de refund-mogelijkheid omdat sprake zou zijn van vastlopen van openbaar vervoer. De refund-mogelijkheid heeft echter een beperkte strekking en het beroep daarop kan al niet succesvol zijn omdat vluchten per luchtvaarmaatschappij -anders dan de consument heeft gesteld maar niet nader heeft onderbouwd- niet onder het begrip ‘openbaar vervoer’ vallen.

Tot slot bestond er voor de consument geen recht om de tickets met vertrekdatum 11 maart 2020 om te boeken. Allereerst was sprake van non-refundable tickets wat betekent dat de consument enkel op de betreffende datum kon vliegen en er geen wijzigingsmogelijkheid bestond. Verder was op het moment dat de consument wilde omboeken de vertrekdatum van 11 maart 2020 al gepasseerd, zodat de tickets met vertrekdatum 11 maart 2020 waren geëxpireerd en daarmee hun geldigheid hadden verloren. Het betekende dat die tickets geen enkele waarde meer vertegenwoordigden en er sprake moest zijn van een nieuwe boeking en niet van een omboeking.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Reizen, bestaande uit de heer prof. mr. A.W. Jongbloed, voorzitter, de heer J.H.M. Boshuis, de heer mr. B.W. Weilers, leden, op 9 maart 2021.