Consument verplicht tot volledige depotstorting vóór inhoudelijke behandeling

  • Home >>
  • Energie >>
De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Jaarrekening    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: voorbeslissing   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 947838/1231935

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument diende een klacht in over een ongebruikelijk hoog bedrag van € 1.981 op de jaarrekening van 2024, en stelde geen volledige jaarrekening te hebben ontvangen. Zij was bereid slechts € 100 in depot te storten. De Geschillencommissie Energie oordeelde dat de consument verplicht is het volledige openstaande bedrag in depot te storten, conform het reglement. Dit biedt de ondernemer zekerheid voor betaling indien diens vordering gegrond wordt verklaard. Omdat de consument geen financiële ontheffing heeft onderbouwd, ziet de commissie geen reden om af te wijken van het standaardbedrag. Het geschil wordt pas inhoudelijk behandeld na storting van het volledige depotbedrag.

De volledige uitspraak

Samenvatting

Het geschil betreft het op de jaarrekening van 2024 door de ondernemer in rekening gebrachte verbruik.

De consument heeft op 22 november 2024 de klacht bij de ondernemer ingediend.

De consument heeft een bedrag van € 1.981,– niet betaald.

Standpunt van de consument

Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

De consument heeft geen volledige jaarrekening ontvangen. Op haar verzoeken om een volledige jaarrekening te mogen ontvangen heeft de ondernemer niet gereageerd. Ook is sprake van een ongebruikelijk hoog bedrag.

De consument weet niet hoe het bedrag van € 1.981,– tot stand is gekomen, maar is wel bereid een bedrag van € 100,– in depot te storen in afwachting van de beoordeling van het geschil door de commissie.

De consument vraagt zich af degene die de ondernemer vertegenwoordigd wel bevoegd is.

Standpunt van de ondernemer

Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

Een depotbedrag is voor de ondernemer wel een vereiste voor het in behandeling nemen van het geschil door de commissie. Mede omdat de consument in haar klacht niet specifiek is geweest ziet de ondernemer graag een zekerheidsstelling

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Het reglement van de commissie bepaalt dat de commissie, voor zover de consument de betaling van een goed of dienst waarover het geschil gaat, achterwege heeft gelaten, in de regel zal verlangen dat de consument een bedrag ten hoogste gelijk aan het nog openstaande bedrag bij haar deponeert.

Kern van de geschillenregeling is dat de ondernemer moet gedogen dat een geschil door de commissie wordt behandeld, als de consument dit wenst. Hiertegenover staat dat de ondernemer verzekerd moet zijn van de betaling van datgene dat volgens de commissie verschuldigd is. Die zekerheid wordt verkregen door de in het reglement van de commissie voorgeschreven depotstorting. De consument lijdt hierdoor geen nadeel, omdat zij het depotbedrag terugkrijgt indien en voor zover de vordering van de ondernemer wordt afgewezen. Op die gronden is de consument in beginsel verplicht tot depotstorting. Van die verplichting kan geen ontheffing worden verleend enkel op de grond dat de depotstorting de consument slecht uitkomt of op grond van een inhoudelijke beoordeling van de vordering van de ondernemer door de commissie. Het past de commissie niet zich al een oordeel te vormen over het geschil voordat partijen hun standpunt hebben kunnen toelichten. De depotstorting staat naar zijn aard in beginsel los van een inhoudelijk oordeel over de vordering van de commissie en dient uitsluitend als zekerheid voor de betaling van de vordering van de ondernemer.

Slechts in het geval door de consument voldoende aannemelijk is gemaakt dat hij niet over de financiële middelen beschikt om de verlangde depotstorting te doen, kan er naar redelijkheid en billijkheid aanleiding bestaan gehele of gedeeltelijke ontheffing te verlenen.

De consument heeft weliswaar verzocht om geen depotstorting te hoeven doen, maar dit verzoek is verder niet onderbouwd met stukken waaruit van haar financiële onvermogen blijkt, zodat de commissie geen inzicht heeft gekregen in de inkomens- en vermogenspositie van de consument. De gronden van het ontheffingsverzoek zijn met name inhoudelijk van aard en nu niet aan de orde. De commissie ziet dan ook geen grond om de consument te ontheffen van een depotstorting. De commissie zal daarbij uitgaan van een bedrag van in totaal € 1.981,–, zijnde het bedrag van de openstaande jaarrekening. De commissie ziet geen gronden om het depotbedrag te beperken tot het door de consument voorgestelde bedrag.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie bepaalt dat de consument gehouden is een bedrag van € 1.981,– in depot bij de commissie te storten alvorens het geschil door de commissie inhoudelijk kan worden behandeld.

De betaling dient plaats te vinden binnen 4 weken na de verzenddatum van deze beslissing.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. F.C. Schirmeister, voorzitter, mevrouw mr. W.N. Kip, mevrouw mr. E.J.P.J.M. Kneepkens, leden, op 22 juli 2025.

Opslaan als PDF