Consument weigert geldig vervoerbewijs te kopen en krijgt boete

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Openbaar Vervoer    Categorie: Vervoerbewijs    Jaartal: 2019
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: Ongegrond   Referentiecode: 161/15078

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over

De consument klaagt dat hij onterecht een boete van de controleur heeft gekregen. De consument geeft aan dat hij een kaartje bij de conducteur wilde kopen, maar dat niet heeft gedaan omdat de tram bomvol was en het te druk was om bij de conducteur in de rij te staan. De ondernemer geeft aan dat de controleur aan de consument heeft uitgelegd dat de consument zelf een kaartje moet kopen bij de conducteur. De consument was het hier niet mee eens en vond dat de controleur langs moest komen om kaartjes te verkopen. Na drie keer mededelen dat de consument een kaartje moest kopen, heeft de controleur de consument een boete gegeven. De commissie oordeelt dat de consument volgens de wet een geldig vervoersbewijs moet hebben bij gebruikmaking van het openbaar vervoer. De consument bevond zich in de tram zonder geldig vervoersbewijs en is voldoende in de gelegenheid gesteld om dit alsnog te halen. Dit heeft de consument niet gedaan, de boete is dan ook terecht gegeven. De klacht is ongegrond.

Volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil
Het geschil betreft het optreden van de controleurs van de ondernemer.

Standpunt van de consument
Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

Op vrijdag 29 maart 2019 kwam ik rond 15.00 uur uit het Maasstadziekenhuis en liep ik naar de tramhalte van lijn 2 bij station [naam station] te [plaatsnaam]. Ik stond op het perron te wachten en ik zag een aantal controleurs om mij heen.

De tram kwam en ik stapte tegelijk met de controleurs de tram in. Meteen na binnenkomst werd ik door een controleur om mijn vervoerbewijs gevraagd. Ik zei dat ik dat nog niet had en een kaartje wilde kopen bij de conducteur. De tram was bomvol en ik zei dat het te druk was om in de rij te gaan staan bij de conducteur. Toen kwam er een man die zich voordeed als politie. Ik moest mee naar buiten, weer terug op het perron. Ik heb dus niet gereisd. Buiten kreeg ik een boete van de controleur en ook nog een boete van de agent omdat ik mijn ID niet kon tonen en niet meewerkte.
Een andere controleur heeft dit allemaal zien gebeuren.
Ik wil de boete van € 54,– terug. Ook de medeplichtigheid van het liegen van de controleur moet worden achterhaald.
Dit is een complot tegen mij.

Standpunt van de ondernemer
Het standpunt van de ondernemer luidt kort samengevat als volgt:

Op de bewuste dag lukte het inchecken door de consument niet vanwege een te laag saldo op de OV-chipkaart. De controleur verwees de consument naar de conducteur even verderop in de tram om een kaartje te kopen. De consument vond het echter de taak van de conducteur om naar hem toe te komen om een kaartje te verkopen. De controleur legde hem uit dat dit niet de correcte manier was en zei dat als de consument geen kaartje ging kopen hij een boete zou ontvangen. Toen de consument voor de derde keer weigerde om een kaartje te gaan kopen is hem een procesverbaal aangezegd. Omdat de consument weigerde naar buiten te gaan heeft een politieman in burger zich gelegitimeerd en hem aangezegd mee te werken. Buiten heeft de consument het procesverbaal ontvangen.
De boete is terecht opgelegd.

Kennelijk heeft hij van de politie ook een boete gekregen.

De ondernemer verzoekt de klacht van de consument ongegrond te verklaren.

Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.

De consument moet op grond van artikel 70 van de Wet Personenvervoer 2000 en artikel 47 Besluit Personenvervoer een geldig vervoerbewijs hebben. Hij moet zich daar zo snel mogelijk van voorzien bij gebruikmaking van het openbaar vervoer.

In het voorliggende geval is dat niet gebeurd, volgens de consument omdat de tram bomvol was en er een rij was bij de conducteur.

Ter zitting was de controleur aanwezig die het procesverbaal heeft opgemaakt. Deze verklaarde onder meer dat het niet zó druk was in de tram dat de conducteur niet bereikt kon worden. In het gangpad stonden slechts enkele andere [controleurs van de ondernemer]. Ondanks de mededeling van de controleur – voor de derde keer – dat de consument een kaartje moest gaan kopen, bleef de consument zitten. Daarop heeft de controleur de consument een procesverbaal aangezegd.

De consument was helaas niet ter zitting aanwezig om zijn versie van de gebeurtenissen toe te lichten.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de consument zich in de tram bevond zonder geldig vervoerbewijs, dat hij voldoende in de gelegenheid is gesteld zich van een geldig vervoerbewijs te voorzien en dat hij van die gelegenheid geen gebruik heeft gemaakt.

Of de consument werkelijk gereisd heeft met de tram is niet relevant.

Dat betekent dat de klacht ongegrond zal worden verklaard.

Beslissing
De commissie verklaart de klacht ongegrond.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Openbaar Vervoer, bestaande uit mr. B. Hagendoorn, voorzitter, mr. D. van Setten en mr. P. Rijpstra, leden, op 11 december 2019.