Commissie: Energie
Categorie: Contract
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
1298828/1311466
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument verhuisde in juli 2022 maar vergat zijn warmtecontract op te zeggen. De ondernemer bleef daarom voorschotten en jaarafrekeningen sturen. Pas in juli 2025 meldde de consument zich af. Hij wilde alle betaalde bedragen terug, omdat hij de warmte niet meer gebruikte. De commissie begrijpt dat de verhuizing chaotisch verliep, maar vindt dat de ondernemer geen verwijt treft: er is nooit een opzegging ontvangen en de consument kreeg jarenlang e‑mails met nota’s en storingsmeldingen waaruit duidelijk bleek dat het contract doorliep. De ondernemer heeft ook niets geïncasseerd bij de nieuwe bewoner. Daarom hoeft de ondernemer niets terug te betalen. De klacht is ongegrond.
De volledige uitspraak
Samenvatting
Drie jaar geleden is kennelijk door de consument vergeten de met de ondernemer gesloten overeenkomst voor levering van warmte op te zeggen. De consument woont sindsdien elders. De ondernemer heeft gedurende die periode voorschotten en jaarrekeningen aan de consument berekend. De commissie oordeelt dat restitutie van het door de consument betaalde afgewezen wordt.
Beoordeling
De consument woont sinds 18 juli 2022 niet meer op het adres waar door de ondernemer warmte geleverd werd. Nadat hij contact opgenomen had met de ondernemer is hij op 28 juli 2025 afgemeld als afnemer. Hij vordert terugbetaling van alle voorschotten die hij sinds 18 juli 2022 heeft betaald, herziening van de eindfactuur ad € 1.079,41 en vergoeding van het klachtengeld.
De ondernemer stelt geen verhuisbericht ontvangen te hebben. Er is maandelijks een voorschot berekend. Bovendien zijn jaarnota’s en driemaal mededelingen over leveringsonderbreking via de e-mail aan de consument verstuurd, zodat hij steeds op de hoogte kon zijn van zijn doorlopende overeenkomst.
Ter zitting deelde de consument mee dat hij op een vervelende wijze vertrokken was uit zijn oude woning (inbraak, bedreiging door buren) en dat hij psychische problemen had.
De commissie begrijpt dat het vertrek uit de oude woning minst genomen geëmotioneerd verlopen is, maar dat opzegging van de overeenkomst met de ondernemer achterwege is gelaten. Wel bleek de consument afgemeld te zijn voor gas en elektriciteit, maar kennelijk is warmte vergeten. Dat kan de ondernemer niet verweten worden. Bovendien had de consument uit de diverse berichten van de ondernemer kunnen opmaken dat het contract doorliep. Anders dan ter zitting geopperd heeft de ondernemer, naar hij verklaarde, niets geïncasseerd bij de huidige bewoner van de oude woning van de consument. Er is dan ook geen aanleiding de vordering toe te wijzen.
De commissie merkt terzijde op dat de consument de mogelijkheden van verhaal op de huidige bewoner kan onderzoeken. Een vordering uit ongerechtvaardigde verrijking zou een optie kunnen zijn.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. R.J. Paris, voorzitter, de heer drs. G.J. Visser en de heer drs. E.J.M. Polman, leden, op 8 december 2025.