Contractoverneming tussen ex-echtelieden. Ex-vrouw heeft geen overeen- komst tot levering met energiebedrijf gesloten, Commissie onbevoegd te oordelen over schulden ex-man

  • Home >>
  • Energie >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Energie    Categorie: Overeenkomst    Jaartal: 2013
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: ON97.142c

De uitspraak:

Standpunt van de consument

Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak.

Het huis, waarin ik woon, is van mijn ex-man. De aansluiting van het gas staat ook op zijn naam. Vanuit de door mij bewoonde woning loopt de gasaansluiting door naar een deel van de woning, dat mijn ex-man verhuurt aan derden. De ondernemer weigert de aansluiting op mijn naam te zetten, omdat ik eerst de openstaande schulden van mijn ex-man aan de ondernemer moet betalen. Bovendien wil ik een eigen aansluiting alleen voor het door mij bewoonde deel van de woning. Feitelijk betaal ik thans de door mijn ex-man verschuldigde termijnbedragen, doch ik wens niet op te draaien voor het verbruik uit het verleden. De termijnbedragen zijn mijns inziens te hoog.

De consument verlangt te bepalen dat haar ex-man de op zijn naam staande afrekeningen dient te betalen (de Commissie verstaat daaronder: te bepalen dat de consument niet aansprakelijk is voor de op naam van haar ex-man openstaande schulden) en dat zij een eigen meter krijgt voor het door haar bewoonde deel van de woning. Voorts verlangt zij dat het termijnbedrag bepaald wordt op een acceptabel bedrag.

Standpunt van de ondernemer

Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak.

Voor overschrijving van de energielevering zijn er twee mogelijkheden. De eerste is "naamswijziging", waardoor alle lusten en lasten overgenomen worden. Dat komt er op neer dat de consument alle op naam van haar ex-man jegens de ondernemer openstaande schulden (f 3.182,50) moet betalen. De consument is daarvoor al deels hoofdelijk aansprakelijk, omdat het huishoudelijke schulden betreft uit de periode dat de ex-echtelieden samenwoonden. Voor het andere deel is zij ook al aansprakelijk, omdat het gaat om haar eigen verbruik na verbreking van de samenwoning.
De tweede mogelijkheid is het opzeggen van het oude contract en het sluiten van een nieuw contract. Bij deze optie vragen wij overlegging van het huur- of koopcontract van de woning. In dit geval kan de consument daaraan niet voldoen.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De Commissie neemt in aanmerking dat ingevolge haar Reglement zij in dit geval niet bevoegd is te beoordelen of de ondernemer vorderingen voor gasleverantie in het verleden heeft op de consument. Immers die vorderingen zijn gebaseerd op hoofdelijke aansprakelijkheid op grond van artikel 1:85 Burgerlijk Wetboek voor de periode dat de thans ex-echtelieden een gemeenschappelijke huishouding voerden en voor de periode daarna op onrechtmatige daad. De Commissie is – nu er geen overeenkomst bestaat tussen partijen – alleen bevoegd geschillen te beslechten voor zover betrekking hebbend op de totstandkoming van de aansluiting.

Anders dan de ondernemer als mogelijkheid oppert kan van een contractsoverneming geen sprake zijn, alleen al omdat er geen schriftelijke overeenkomst bestaat tussen de ex-echtelieden (artikel 6:159 Burgerlijk Wetboek).

De Commissie is van oordeel dat de ondernemer bij nieuwe contracten aansluiting mag weigeren indien hem bekend is dat van het betreffende pand door de aanvrager zonder recht of titel gebruik gemaakt wordt. Zij neemt daarbij in aanmerking dat hier kennelijk een geschil tussen ex-echtelieden speelt, waarbij de consument de woning dient te verlaten, doch dat feitelijk niet doet, en de ex-echtgenoot tot alimentatiebetaling gehouden is, maar dat ook niet doet. Onder die omstandigheden kan niet van de ondernemer verlangd worden dat hij met de consument een overeenkomst sluit en meer in het bijzonder de bestaande aansluiting wijzigt, nog daargelaten de vraag of hij zulks moet doen als hij pretendeert vorderingen betreffende gasleverantie voor dezelfde woning op de consument te hebben.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de verzoeken, voor zover de Commissie tot behandeling bevoegd is, afgewezen moeten worden. Het in depot gestorte bedrag dient aan de consument gerestitueerd te worden.

Beslissing

De Commissie, beslissende bij wege van bindend advies, is van oordeel dat zij niet bevoegd is te beoordelen in hoeverre de consument aansprakelijk is voor de schulden van haar ex-man en is voor het overige van oordeel dat de verzoeken afgewezen moeten worden.

Het depotbedrag wordt gerestitueerd aan de consument.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Openbare Nutsbedrijven op 13 januari 1998.