Contractuele relatie partijen los van afspraken ondernemers

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Energie    Categorie: Switchprocedure    Jaartal: 2013
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: ENE07-0993

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft een ongevraagd uitgevoerde switch en de ongedaanmaking daarvan.

Standpunt van de consument

Het standpunt van de consument luidt als volgt.

De consument stelt, dat hij plotseling is geconfronteerd met een eindafrekening van de ondernemer. Hij stelt, dat hij nimmer de tussen partijen bestaande overeenkomst heeft opgezegd en dat de ondernemer blijvend gehouden is de overeenkomst na te komen. De ondernemer is daarmee in gebreke gebleven. Tijdens de periode dat in de visie van de ondernemer de levering was gestaakt is de ondernemer in die visie ten onrechte doorgegaan met het incasseren van bedragen.
Dat is eveneens onjuist. De consument heeft geen boodschap aan wat de energieleveranciers met elkaar afspreken. Het door hem gesloten contract met de ondernemer voorziet niet erin, dat op deze wijze een door de consument ongewild einde wordt gemaakt aan het contract. Tenslotte is het ten onrechte niet mogelijk, dat de switch in zijn geheel ongedaan gemaakt wordt. De consument heeft tevens een klacht tegen Oxxio ingediend. Hij wenst vergoeding van de door hem gemaakte kosten in verband met de behandeling van deze zaak. Hij begroot deze op twee dagdelen en een bedrag van € 255,–.

Standpunt van de ondernemer

Het standpunt van de ondernemer luidt als volgt.

De ondernemer heeft aangevoerd, dat het probleem vermoedelijk is ontstaan omdat X een verkeerde EAN-code heeft ingevoerd bij een nieuwe aansluiting. Door abusievelijk de EAN-code van de consument in te voeren is via het geautomatiseerd systeem – van alle leveranciers – bij de ondernemer gemeld, dat de consument geswitcht is en op basis van de door de netbeheerder aangeleverde gegevens is een eindafrekening opgemaakt. Toen bleek, dat sprake was van een abuis van X is de levering hervat. Voor het terugdraaien is technisch gezien geen mogelijkheid. De ondernemer verwijst de consument naar X.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De commissie stelt vast, dat de ondernemer niet het standpunt van de consument heeft bestreden, dat in de contractuele relatie van de ondernemer met de consument geen melding wordt gemaakt van de mogelijkheid, dat het contract beëindigd kan worden op grond van een melding van een derde.

Met de consument is de commissie van oordeel, dat de consument in beginsel geen enkele boodschap heeft aan de afspraken die de ondernemers met elkaar hebben gemaakt. Hij moet kunnen afgaan op hetgeen hij met de ondernemer heeft afgesproken. In zoverre is de klacht gegrond.

Voorts is het gebruikelijk in het handelsverkeer, dat indien sprake is van een omissie zaken kunnen worden teruggedraaid. Dat de ondernemer zich heeft geconformeerd aan een systeem, dat dat niet mogelijk maakt is iets, dat de consument evenmin regardeert. In zoverre is de klacht eveneens gegrond.

De commissie maakt daarbij evenwel de aantekening, dat niet goed is in te zien welke schade de consument, afgezien van het ongerief en ongemak, daardoor lijdt. Een en ander geldt te meer nu de consument tegen de veroorzaker van het hem aangedane “leed” eveneens een klacht heeft ingediend.

De commissie is van oordeel, dat de klacht derhalve gegrond is, maar dat er voor vergoeding van schade geen aanleiding is. Wel brengt dit oordeel mee, dat de ondernemer gehouden is het klachtengeld te vergoeden en is de ondernemer behandelingskosten verschuldigd geworden.

Beslissing

De commissie verklaart de klacht gegrond.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 25,– aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie als bijdrage in de behandelingskosten van het geschil een bedrag verschuldigd van € 25,–.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie en Water op 16 oktober 2007.