Courtage verschuldigd omdat handelen consument als tussentijdse opzegging moet worden beschouwd.

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Waterrecreatie    Categorie: HISWA Voorwaarden Bemiddeling Vaartuigen    Jaartal: 2013
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 54174-3

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil heeft betrekking op de bemiddeling bij de verkoop van het vaartuig van de consument. De bemiddelingsovereenkomst is gesloten op 6 mei 2010.   De consument heeft een bedrag van € 2.320,50 onbetaald gelaten en bij de commissie in depot gestort.   Klager heeft de klacht op 21 november 2010 voor een eerste maal schriftelijk voorgelegd aan de ondernemer.   Standpunt van de consument   Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.   De ondernemer stelt ten onrechte dat de consument de bemiddelingsovereenkomst tussentijds heeft opgezegd doordat de consument een exclusieve verkoopopdracht met een andere jachtmakelaar is aangegaan. Dat is niet het geval. De ondernemer heeft dan ook ten onrechte een rekening gestuurd van € 2.320,55. De ondernemer reageert niet op de brieven van de consument, anders dan met het sturen van aanmaningen en het inschakelen van een incassobureau.   De consument verlangt een creditnota van € 2.320,50.   Standpunt van de ondernemer   Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.   In de bemiddelingsovereenkomst die met de consument is overeengekomen zijn de volgende punten van belang: – er is exclusiviteit overeengekomen; – de bemiddelingsovereenkomst is overeengekomen over de periode 6 mei 2010 tot 5 februari 2011; – de consument heeft getekend voor de ontvangst van de [branche]-voorwaarden.   De consument stelt zich op het standpunt dat de bemiddelingsovereenkomst door hem is opgezegd tegen de overeengekomen einddatum (5 februari 2011). Op zich is dat juist. Echter, feitelijk heeft de consument de beëindiging tegen een veel eerdere datum geëffectueerd. De consument heeft zijn vaartuig namelijk bij een andere jachtmakelaar in bemiddeling gegeven en daarmee de contractuele exclusiviteit geschonden. Die andere jachtmakelaar heeft de boot ook in de markt gezet. In de periode na 27 september 2010 heeft de andere jachtmakelaar de boot aangeboden via Internet, de eigen website, de eigen verkoophaven et cetera. De ondernemer is daarmee feitelijk buitenspel gezet.   Omdat de consument zijn contractuele verplichtingen heeft geschonden maakt de ondernemer aanspraak op: – een bedrag van € 2.320,50 op basis van artikel 13 de van toepassing zijnde [branche]-voorwaarden; – de door de ondernemer gemaakte kosten voor rechtsbijstand en incasso; – de door de ondernemer gemaakte kosten voor de procedure bij de geschillencommissie; binnen 14 dagen na dagtekening van de beslissing van de commissie.   Ter zitting heeft de ondernemer verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.   De boot van de consument lag tijdens de bemiddeling door de ondernemer in de haven van de consument. Zo werkt de ondernemer. De boot is verhuisd naar de jachthaven van de andere jachtmakelaar. Daardoor kon de ondernemer zijn werk niet meer doen. De ondernemer heeft de andere jachtmakelaar verzocht te stoppen met de bemiddeling, doch die gaf te kennen niet bekend te zijn met het exclusieve contract van de ondernemer.   Beoordeling van het geschil   De commissie heeft het volgende overwogen.   Partijen hebben een bemiddelingsovereenkomst gesloten waarop de [branche] Algemene Voorwaarden bemiddeling vaartuigen van toepassing zijn verklaard. Ingevolge artikel 13 lid 1 van deze voorwaarden is bij beëindiging van de bemiddelingsopdracht door opzegging of door het onbemiddelbaar worden van het object de opdrachtgever de door de bemiddelaar redelijk gemaakte kosten verschuldigd aan de bemiddelaar. De hoogte van de redelijk gemaakte kosten wordt bepaald door lid 2 van deze bepaling.   De ondernemer heeft op basis van artikel 13 van de van toepassing zijnde [branche]-voorwaarden een bedrag van € 2.320,50 bij de consument in rekening gebracht, omdat er volgens hem sprake is van een feitelijke tussentijdse opzegging van de overeenkomst door de consument. De consument ontkent dat. De commissie onderschrijft het standpunt van de ondernemer. Niet weersproken is dat de boot tijdens de periode dat deze in bemiddeling bij de ondernemer was, is verplaatst van de jachthaven van de consument naar de verkoopjachthaven van een andere jachtmakelaar, zonder daarvan mededeling te doen aan de ondernemer. Omdat de ondernemer geen toegang heeft tot deze verkoophaven, is het hem vanaf toen feitelijk onmogelijk gemaakt om voor de consument te bemiddelen bij de verkoop van de boot, zoals tussen partijen was afgesproken. Daarnaast is niet weersproken dat de andere jachtmaker de boot daadwerkelijk in bemiddeling heeft genomen, onder meer door de boot op Internet te koop aan te bieden. Naar het oordeel van de commissie dient het handelen van de consument gekwalificeerd te worden als een feitelijke tussentijdse opzegging van de bemiddelingsovereenkomst, zodat de ondernemer op grond van artikel 13 van de van toepassing zijn de [branche]-voorwaarden gerechtigd was kosten in rekening te brengen. Nu de hoogte van deze kosten, te weten € 2.320,50, verder niet door de consument wordt betwist, dient de consument dat bedrag aan de ondernemer te betalen.   De ondernemer kan geen kosten voor rechtsbijstand (incassokosten inbegrepen) vorderen, nu de consument een procedure bij de commissie heeft opgestart, zulks overeenkomstig artikel 17 lid 13 jo. artikel 14 lid 2 van de toepasselijke algemene voorwaarden. Ter toelichting zij vermeld dat de laagdrempelige en informele procedure bij de commissie, gericht op beslechting van het materiële geschil, zich slecht verhoudt met toekenning van buitengerechtelijke kosten. Ten aanzien van de kosten voor de procedure bij de commissie geldt ingevolge artikel 22 van het reglement van de commissie hetzelfde. Slechts in uitzonderlijke gevallen kent de commissie voor deze kosten een vergoeding toe. Van bijzondere omstandigheden is echter in dit geval niet gebleken.   Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.   Derhalve wordt als volgt beslist.   Beslissing   Het door de consument verlangde wordt afgewezen.   Het depotbedrag van € 2.320,50 wordt als volgt verrekend.   Het depotbedrag wordt overgemaakt aan de ondernemer.   Aldus beslist door de Geschillencommissie Waterrecreatie op 6 september 2011.