De bedoeling van het inschakelen van de notaris was een antwoord te krijgen van de erfgenamen omtrent het al dan niet aanvaarden van de erfenis van hun overleden vader. De notaris deed vervolgens niets maar stuurde wel een nota.

  • Home >>
  • Notariaat >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Notariaat    Categorie: Kosten    Jaartal: 2019
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 121623

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de hoogte van de declaratie in relatie tot de geleverde diensten.

Cliënte heeft de declaratie van de notaris onbetaald gelaten. Overeenkomstig het reglement van de commissie heeft zij dit bedrag ad € 1.515,71 bij de commissie in depot gestort.

Standpunt van de cliënte

Voor het standpunt van cliënte verwijst de commissie naar de overgelegde stukken en het klachtenformulier dat de commissie op 30 november 2018 heeft ontvangen.
In de hoofdzaak komt de klacht op het volgende neer.

Cliënte heeft de declaratie, d.d. 14 mei 2018, met betrekking tot de werkzaamheden van de notaris over de periode december 2017 tot en met april 2018 van de notaris onbetaald gelaten in verband met de hoogte van de declaratie in relatie tot de geleverde diensten.
De bedoeling van het inschakelen van de notaris was een antwoord te krijgen van de erfgenamen omtrent het al dan niet aanvaarden van de erfenis van hun overleden vader. Cliënte heeft op verzoek van de notaris een concept-boedelbeschrijving gemaakt op 16 januari 2018. Daarna heeft zij niets meer van de notaris vernomen. Wanneer er enig contact was met het kantoor dan was dit op initiatief van cliënte of haar zaakwaarnemer.
Cliënte heeft op verzoek van de notaris een specificatie van de rekening ontvangen. Buiten een telefoongesprek met haar zaakwaarnemer op 21 februari 2018 staat er alleen “mail” als omschrijving van de activiteit in de maanden februari, maart en april 2018. Niet bekend is om welke mails het gaat.

De cliënte vordert een duidelijke uitleg van de urenstaat met een fysieke onderbouwing van het resultaat van de notaris. Zij verzoekt de commissie om kwijtschelding van de openstaande declaratie.

Standpunt van de notaris

Voor het verweer van de notaris verwijst de commissie naar de overgelegde stukken in het bijzonder de brief van 9 januari 2019.
In de kern komt het verweer op het volgende neer.

In de eerste plaats wenst de notaris zijn vordering tot betaling van de factuur d.d. 14 mei 2018, een bedrag van € 1.515,71 te vermeerderen met de inmiddels gemaakte incassokosten ad € 223,85.

Cliënte zit met een erfeniskwestie die niet eenvoudig is op te lossen als gevolg van animositeit tussen haar en de erfgenamen, ondersteund door een testament dat op onderdelen innerlijk tegenstrijdig is. De notaris heeft steeds in nauw overleg met (een vertegenwoordiger van) cliënte zijn werkzaamheden verricht. Cliënte heeft tot op heden geen inhoudelijke onjuistheden aannemelijk kunnen maken noch andere omstandigheden genoemd op basis waarvan de notaris het gefactureerde bedrag nog verder zou moeten matigen dan hij reeds heeft gedaan ten tijde van het opstellen van de betwiste factuur (met een bedrag van meer dan € 500,–).

De opdracht tot dienstverlening is door cliënte expliciet bevestigd en de tarieven en de algemene voorwaarden zijn haar ter hand gesteld.

De notaris weerspreekt in zijn verweer de klacht van cliënte dat er in de betreffende periode geen werkzaamheden ten behoeve van het dossier zijn uitgevoerd. Ter onderbouwing van de werkzaamheden heeft hij een aantal e-mails overgelegd.

Beoordeling van het geschil

De commissie beslist naar redelijkheid en billijkheid met inachtneming van de tussen partijen gesloten overeenkomst, waarbij zij als maatstaf voor het handelen van de notaris hanteert dat deze heeft gehandeld zoals verwacht mag worden van een redelijk bekwame en redelijk handelende notaris.

De commissie zal de vorderingen in conventie en reconventie gelijktijdig behandelen.

De commissie stelt vast dat niet wordt betwist, gelijk beide partijen in de stukken hebben aangegeven, dat er door cliënt een opdracht aan de notaris is verstrekt tot het opstellen van een verklaring van erfrecht. Daarnaast heeft cliënte als executeur testamentair de notaris verzocht bijkomende werkzaamheden te verrichten met betrekking tot het benaderen van de (andere) erfgenamen.
Niet weersproken is dat de notaris bij brief van 21 november 2017 op pagina 3 aan cliënte heeft geschreven dat “de kosten verbonden aan uw opdracht, inclusief de kosten die gemoeid zijn met het benaderen van de (andere) erfgenamen, op basis van de geldende uurtarieven bij u in rekening worden gebracht”. Bij deze brief heeft de notaris een overzicht van de uurtarieven en de algemene voorwaarden gevoegd.
De commissie heeft vastgesteld dat cliënte de eerste declaratie van 30 november 2017, waarbij dezelfde uurtarieven zijn gehanteerd, zonder protest heeft betaald. Zij was derhalve op de hoogte van de gehanteerde uurtarieven en heeft deze niet betwist.

De commissie is van oordeel dat de notaris voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij in de periode januari tot en met april 2018 werkzaamheden heeft verricht, waarvan een deel op verzoek van cliënte, zo blijkt uit de door de notaris overgelegde e-mails uit het dossier.
Gelet op de omvang van de werkzaamheden die de notaris heeft verricht, acht de commissie de declaratienota van 14 mei 2018 niet bovenmatig of onredelijk. De notaris kan dan ook aanspraak maken op betaling van deze werkzaamheden. Het daarbij gehanteerde uurtarief acht de commissie evenmin onredelijk.

Gelet op het vorenstaande zal de commissie de klacht van cliënte ongegrond verklaren en haar vordering afwijzen.

De notaris heeft in reconventie, naast betaling van de openstaande factuur, de inmiddels gemaakte incassokosten ad € 223,85 van cliënte gevorderd. Daarbij heeft de notaris een pro forma nota van de incasso gerechtsdeurwaarder overgelegd gedateerd op 8 januari 2019.
De commissie wijst het verzoek van de notaris tot betaling van deze incassokosten af. Daarbij overweegt zij dat dit nodeloos gemaakte kosten betreffen. Immers bij het aanhangig maken van de klacht op 30 november 2018 heeft de cliënte het openstaande bedrag van de declaratie van 14 mei 2018 bij de commissie is depot gestort. De notaris was aldus verzekerd van betaling van de factuur indien de klacht van de cliënte niet gegrond zou zijn.

Ter beëindiging van het geschil zal de commissie beslissen dat het depot, een bedrag van € 1.515,71 aan het kantoor van de notaris zal worden overgemaakt.

Hetgeen partijen voorts nog naar voren hebben gebracht behoeft geen bespreking nu dit niet tot een ander oordeel kan leiden.

Gezien het vorenstaande dient als volgt te worden beslist.

Beslissing

De commissie

– verklaart de klacht ongegrond;
– wijst de vordering in conventie van cliënte af;
– bepaalt dat cliënte een bedrag van € 1.515,71 aan de notaris verschuldigd is;
–   bepaalt dat het door cliënte aan de commissie betaalde depotbedrag aan de notaris wordt uitgekeerd;
–   wijst de vordering van de notaris voor wat betreft de gevorderde incassokosten in reconventie af;
–   wijst het anders of meer gevorderde af.

Aldus beslist op 24 januari 2019 door de Geschillencommissie Notariaat bestaande uit de heer mr. A.G.M. Zander, voorzitter, mevrouw drs. P.C. Hoogeveen-de Klerk en de heer mr. R.J. Holtman, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. W. Hartong van Ark, plaatsvervangend secretaris.