De consument is bij de inschrijving voor de opleiding onvoldoende dan wel onjuist voorgelicht; de ondernemer is niet bereid gebleken een redelijk voorstel te doen ter oplossing van het geschil.

  • Home >>
  • Particuliere Onderwijsinstellingen >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Particuliere Onderwijsinstellingen    Categorie: Informatie    Jaartal: 2016
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 98515

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

De consument heeft op 28 juli 2015 een overeenkomst met de ondernemer gesloten, betrekking hebben op de opleiding [naam van de opleiding] met als startmoment september 2015. Het geschil betreft de vraag of de ondernemer de examenvoorwaarden gewijzigd heeft en of de ondernemer daartoe gerechtigd was op grond van hetgeen partijen overeengekomen zijn. Vervolgens is de vraag of de consument eventueel recht heeft op compensatie en zo ja, welke.

De consument heeft een bedrag van € 728,– niet betaald en bij de commissie gedeponeerd.

De consument heeft op 16 september 2015 de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument

Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

De ondernemer heeft zonder enige vorm van overleg de examenregeling gewijzigd en een door de Associatie voor Examinering af te nemen examen gewijzigd in een door de ondernemer zelf af te nemen examen. De ondernemer had tenminste een overgangsregeling in het leven moeten roepen voor consumenten, die reeds één of meer modules met een met goed gevolg afgenomen examen bij de Associatie voor Examinering afgesloten hebben.

Door reeds het examengeld voor het eigen examen in rekening te brengen ontneemt de ondernemer in feite de consument ook de mogelijkheid om op eigen gelegenheid te kiezen voor een examen van de Associatie voor Examinering.

Bovendien heeft de ondernemer door hierover niet duidelijk te zijn misleidende voorlichting gegeven en is sprake van oneerlijke handelspraktijken.

Een door de ondernemer gedaan voorstel tot terugbetaling van examengeld en cursusgeld heeft de consument niet geaccepteerd, omdat zij een beslissing van de commissie wil.

Ter zitting heeft de consument verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.

De consument was onaangenaam verrast toen bleek dat zij niet meer in de gelegenheid was om een examen van de Associatie voor Examinering af te leggen. Zij heeft immers eerder examens bij de Associatie voor Examinering gehaald en wil op dezelfde voet haar opleiding completeren. De consument kan weliswaar op eigen gelegenheid een examen bij de Associatie voor Examinering regelen, maar in het cursusgeld is al examengeld inbegrepen, zodat in dat geval tweemaal voor een examen betaald zou worden.

De consument zou het liefste het FRA-examen, betrekking hebbend op financiële rapportage, doen.

Het heeft de consument ook gestoord dat zij, terwijl partijen in overleg zijn, door een deurwaarder wordt benaderd met betrekking tot het nog openstaande cursusgeld. Zij vindt dat niet passend. Dat was ook de reden dat het aanbod van de ondernemer niet geaccepteerd is, het door de deurwaarder gevorderde bedrag was nog aanzienlijk hoger dan het terug te betalen bedrag.

De consument verlangt het aanbieden van de module FRA met als keuze het afleggen van een examen afgenomen door de Associatie voor Examinering en terugbetaling van het cursusgeld ad € 220,– en als dat niet mogelijk is ontbinding van de overeenkomst, zodat zij elders de door haar gewenste opleiding kan volgen.

Standpunt van de ondernemer

Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

De ondernemer heeft in november 2015 besloten om cursisten die al waren begonnen met de door de consument gevolgde opleiding te compenseren door creditering van de kosten voor het interne examen. Daarmee konden deze consumenten zonder extra kosten een examen afleggen bij de Associatie voor Examinering.

De consument wilde daar echter geen gebruik van maken.

De ondernemer heeft vervolgens aangeboden om ook het reeds door de consument betaalde cursusgeld ad € 220,– te restitueren, overigens zonder van mening te zijn daartoe ook werkelijk gehouden te zijn. Dit voorstel is ingetrokken nu het tot een zitting van de commissie is gekomen.

De ondernemer is niet in staat de door de consument gevraagde module FRA aan te bieden. Ook elders wordt die niet gegeven en ook de Associatie voor Examinering neemt over deze module geen examens meer af.

Ter zitting heeft de ondernemer verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.

De ondernemer heeft de door de consument aangehaalde problemen onderkend en een overgangsre-geling in het leven geroepen. Dat was overigens pas nadat de consument het geschil bij de commissie heeft aangemeld.

De ondernemer moet het antwoord schuldig blijven op de vraag waarom nog een aanzienlijk bedrag door de ondernemer ter incasso uit handen is gegeven aan de deurwaarder, terwijl de ondernemer aan de andere kant een deel van het cursusgeld wilde terugbetalen.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De consument heeft zich, na eerder cursussen van de ondernemer te hebben afgenomen, wederom voor een cursus bij de ondernemer gemeld. De consument ging er van uit dat de examinering, zoals ook eerder het geval was, zou verlopen via de Associatie voor Examinering. Bij de startbijeenkomst van de opleiding bleek echter, dat de inhoud van de opleiding, waarvoor werd opgeleid en het examen anders waren dan de consument mocht verwachten. De opleiding zou niet afgesloten worden met een examen Financiële Rapportage van de Associatie voor Examinering, maar met een door de ondernemer zelf ontwikkeld examen.

Naar het oordeel van de commissie mocht de consument er op vertrouwen dat de examinering op dezelfde voet als voorheen zou geschieden, althans mogelijk zou zijn. Volgens de aanvankelijke opgave van de ondernemer was dat niet aan de orde, het examengeld voor het door de ondernemer ontwikkelde examen was immers ook al verdisconteerd in het cursusgeld. De ondernemer is vervolgens niet bereid gebleken een overgangsregeling toe te passen. Dat de ondernemer dat later wel heeft gedaan, op een tijdstip nadat de consument het geschil al bij de commissie had gemeld, blijft daarbij voor de commissie buiten beschouwing.

De commissie is van oordeel dat de consument bij de inschrijving voor de opleiding onvoldoende dan wel onjuist is voorgelicht, terwijl de ondernemer niet bereid is gebleken een redelijk voorstel te doen ter oplossing van het geschil.

Daarom kan de consument in alle redelijkheid niet worden gehouden aan de tussen partijen gesloten overeenkomst.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.

De commissie acht gronden aanwezig om de tussen partijen op 28 juli 2015 gesloten overeenkomst te ontbinden. Dat betekent dat de consument niets verschuldigd is, terwijl de consument eventueel ont-vangen studiemateriaal aan de ondernemer dient te retourneren. Indien de consument het studiema-teriaal wenst te behouden en niet retourneert, kan de ondernemer daar een bedrag van € 116,60 inclusief 6% BTW voor in rekening brengen.

Het door de consument bij de commissie in depot gestorte bedrag zal aan de consument worden te-rugbetaald.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De overeenkomst d.d. 28 juli 2015 wordt ontbonden verklaard. Dit betekent dat de consument niets aan de ondernemer verschuldigd is en dat het door de consument betaalde bedrag ad € 220,– door de ondernemer aan haar terugbetaald moet worden. Betaling dient plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies.

Indien betaling niet tijdig plaatsvindt, betaalt de ondernemer bovendien de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de verzenddatum van het bindend advies.

Als de consument studiemateriaal heeft ontvangen dient zij dat aan de ondernemer te retourneren. Mocht de consument het materiaal niet binnen veertien dagen na de datum, waarop deze uitspraak is verzonden aan de ondernemer geretourneerd hebben, dan is de ondernemer gerechtigd daarvoor € 116,60 in mindering te brengen op het aan de consument terug te betalen bedrag.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 102,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie als bijdrage in de behandelingskosten van het geschil een bedrag verschuldigd van € 650,–.

Met in achtneming van het bovenstaande wordt het depotbedrag als volgt verrekend.
Het depotbedrag ad € 728,– zal aan de consument worden terugbetaald

Aldus beslist door de Geschillencommissie Particuliere Onderwijsinstellingen op 15 april 2016.