De door de ondernemer aangebrachte vloer voldoet niet aan de daar aan te stellen eisen en de oorzaak gelegen is in het niet uitvoeren van voorbereidende werkzaamheden

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Schilders-, Behangers- en Glaszetbedrijf    Categorie: Ondeugdelijk werk (non conformiteit)    Jaartal: 2019
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 117558

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 25 juli 2017 tussen partijen gesloten overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot appliqueren van vloersystemen tegen de daarvoor door de consument te betalen prijs van € 7.589,73.
De overeenkomst is uitgevoerd op of omstreeks 9 april 2018.

De consument heeft een bedrag van € 4.262,23 niet betaald en bij de commissie gedeponeerd.

Standpunt van de consument

Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

De werkzaamheden zijn niet deugdelijk uitgevoerd. Er zitten oneffenheden in de vloer, de vloerdikte is niet volgens afspraak en er zijn veel beschadigingen in de woning.

Ter zitting heeft de consument verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.

De ondernemer heeft voorafgaand aan de uitvoering van de werkzaamheden geen melding gemaakt van de gebreken in de vloer (scheurvorming en oneffenheden in de ondervloer) en ook niet gewezen op de risico’s hiervan voor de aan te brengen vloer. Er is afgesproken een gladde vloer van de kwaliteit zoals de door de ondernemer bij onze vrienden in Hengelo aangebrachte vloer, die bovendien qua hoogte zou aansluiten op de houten vloer. Er is geen vertrouwen meer in de ondernemer. Daarom wordt ook niet langer verzocht om de ondernemer te verplichten om de noodzakelijke herstelwerkzaamheden uit te voeren, maar om een schadevergoeding. Voor de hoogte van de schadevergoeding dient aansluiting gezocht te worden bij de door de deskundige begrote herstelkosten.

De consument verlangt (thans) vergoeding van zijn schade.

Standpunt van de ondernemer

Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

Het werk is nog niet af en dus ook niet opgeleverd. Oneffenheden in de ondervloer zijn nooit volledig weg te werken met een rolcoating. De vloerdikte is niet volgens afspraak. Op verschillende plaatsen in de woning is de door de consument gewenste vloerdikte ook niet te realiseren. De vermelding van een vloerdikte van 2 mm in een van de e-mails is een verschrijving. Als je voor een rolcoating hebt gekozen en betaald, zoals het geval is, mag je niet de kwaliteit van een gietvloer verwachten.

Ter zitting heeft de ondernemer verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.

De bij de vrienden van de consument aangebrachte vloer is een coatingvloer, die glad is gelegd. Voorafgaand aan de werkzaamheden is aan de consument melding gemaakt van de gebreken in de ondervloer, namelijk oneffenheden en scheurvorming. Deze oneffenheden konden niet weggeschuurd worden. Het is inderdaad beter dat de resterende werkzaamheden door een ander schildersbedrijf uitgevoerd worden.

Deskundigenrapport

De door de commissie ingeschakelde deskundige heeft blijkens zijn rapport, voor zover thans van belang en in hoofdzaak, het volgende vastgesteld.

Er is geen sprake van een eindresultaat omdat de werkzaamheden nog niet zijn afgerond. Er zijn oneffenheden in de ondervloer aanwezig, waardoor ook de aangebrachte rolcoating niet strak is. In de offerte zijn geen werkzaamheden opgenomen om eventuele oneffenheden en/of scheuren te herstellen. Er zijn onvoldoende voorbereidende werkzaamheden uitgevoerd, waardoor er geen strakke betrouwbare basis is gecreëerd. Naar het oordeel van partijen was bij het referentieobject in Hengelo sprake van een strakke en egale afwerking. De gebreken in de vloer kunnen worden hersteld door het uitvoeren van de in het deskundigenrapport omschreven verbeterpunten. De deskundige heeft een inschatting gemaakt van de hieraan verbonden kosten.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De conclusies en aanbevelingen van de door de commissie benoemde deskundige komen de commissie zowel feitelijk als vaktechnisch overtuigend voor. Dit betreft zowel de geconstateerde gebreken als de geadviseerde verbeterpunten. Partijen hebben deze conclusies en aanbevelingen als zodanig ook niet weersproken. De commissie neemt het deskundigenrapport dan ook in zoverre over.

Uit het deskundigenrapport blijkt, kort gezegd, dat de door de ondernemer aangebrachte vloer niet voldoet aan de daar aan te stellen eisen (anders dan bij de referentievloer in Hengelo oneffenheden in de vloer) en dat de oorzaak gelegen is in het niet uitvoeren van voorbereidende werkzaamheden (egaliseren ondervloer).

Indien de ondernemer van mening is dat oneffenheden onvermijdelijk zijn, dan mag van de ondernemer worden verwacht dat hij de consument voor aanvang van zijn werkzaamheden informeert over de aanwezigheid van eventuele oneffenheden in de ondervloer en over de gevolgen hiervan voor de aan te brengen vloer (een niet of minder gladde vloer). Dit geldt te meer nu tussen partijen vast staat dat de referentievloer – eveneens een coatingvloer – wel strak en glad was. Partijen zijn het niet eens of de ondernemer de consument heeft gewezen op oneffenheden in de aan te brengen vloer. De commissie heeft aan de hand van de overgelegde stukken en naar aanleiding van wat partijen ter zitting hebben verklaard ook niet kunnen vaststellen wie in deze het gelijk aan zijn zijde heeft. Nu op de ondernemer de informatieplicht rust, ligt bij hem de ‘bewijslast’ dat deze informatie aan de consument is verstrekt en daarmee ook het ‘bewijsrisico’. De ondernemer heeft zijn stellingen op dit punt niet voldoende aannemelijk kunnen maken. Voor de onderhavige beslissing moet er dan ook worden uitgegaan dat de ondernemer de consument niet voor oneffenheden heeft gewaarschuwd.

Nu de referentievloer glad en strak was en de door de ondernemer bij de consument aangebrachte vloer niet, zoals blijkt uit het deskundigenrapport, is de conclusie dat de door de ondernemer aangebrachte vloer niet voldoet aan de redelijke eisen die de consument daaraan mag stellen.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is. De ondernemer dient derhalve het door de consument betaalde klachtengeld te vergoeden.

Nu partijen het er over eens zijn dat de ondernemer niet in de gelegenheid moet worden gesteld de nog resterende werkzaamheden uit te voeren, zal de commissie de resterende werkzaamheden begroten en dit bedrag, na aftrek van het nog niet aan de ondernemer betaalde factuurbedrag, bij wijze van door de ondernemer aan te consument te betalen schadevergoeding toewijzen. De commissie sluit hierbij aan bij de door de deskundige begrote ‘herstelkosten’ ter hoogte van in totaal € 17.500,- met uitzondering van de post van € 1.500,– voor het egaliseren van de vloeren, omdat deze werkzaamheden ook niet zijn opgenomen in de offerte van de ondernemer. De consument heeft de facturen van de ondernemer tot een bedrag van € 4.262,23 onbetaald gelaten. Het vorenstaand leidt tot de conclusie dat de ondernemer een schadevergoeding aan de consument dient te betalen van € 11.737,77 en dat het depotbedrag aan de consument dient te worden terugbetaald.

Wat partijen voor het overige nog hebben aangevoerd, leidt niet tot een andere beslissing.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De ondernemer betaalt aan de consument een vergoeding van € 11.737,77. Betaling dient plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 102,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

De commissie wijst het meer of anders verlangde af.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Met in achtneming van het bovenstaande wordt het depotbedrag van € 4.262,23 als volgt verrekend dat dit aan de consument zal worden terugbetaald.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Schilders-, Behangers- en Glaszetbedrijf bestaande uit:
mr. A.G.M. Zander, voorzitter, mevrouw mr. M.J. Boon en G.D.H. Scheers, leden, op 18 oktober 2018.