De notaris heeft bij het opmaken van het eerste ontwerp inzake de afhandeling van de nalatenschap veel fouten gemaakt. Klacht is gegrond en rekening moet worden gematigd.

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Notariaat    Categorie: Kwaliteit dienstverlening    Jaartal: 2019
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 120992

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de kwaliteit van de dienstverlening en de hoogte van de declaratienota.

Cliënt heeft een declaratienota van de notaris onbetaald gelaten. Overeenkomstig het reglement van de commissie heeft hij dit bedrag ad € 2.054,– bij de commissie in depot gestort.

Standpunt van de cliënt

Voor het standpunt van cliënt verwijst de commissie naar de overgelegde stukken en het klachtenformulier dat de commissie op 1 november 2018 heeft ontvangen.
In hoofdzaak komt de klacht op het volgende neer.

De cliënt stelt dat de notaris hem te veel in rekening heeft gebracht. Ondanks een verzoek daartoe heeft de notaris geen kostenopgave verstrekt. De enige opmerking die de notaris hierover heeft gemaakt is dat hij zijn declaratienota beperkt zou houden.

De cliënt verzoekt de nota van de notaris ad € 2.054,– te crediteren.

Ter zitting heeft de cliënt het standpunt nader toegelicht. Cliënt heeft de notaris opdracht gegeven tot het opmaken van een testament en het afhandelen van de nalatenschap van zijn vrouw. Cliënt stelt dat de notaris bij het opmaken van het eerste ontwerp van 1 maart 2018 inzake de afhandeling van de nalatenschap veel fouten heeft gemaakt. Nadat zijn dochter over het ontwerp vragen had gesteld, heeft de notaris het ontwerp in zijn geheel aangepast. Vervolgens is er nog een derde ontwerp gemaakt. De fouten die in het ontwerp van 1 maart 2018 waren opgenomen, hebben ook doorgewerkt in het door de notaris opgemaakte concept testament. Al met al is de cliënt van oordeel dat de notaris veel uren aan hem in rekening heeft gebracht voor ondeugdelijke werkzaamheden. Cliënt benadrukt nogmaals dat de notaris het bij het verkeerde eind heeft als hij stelt dat één dochter zou worden benadeeld door het opvragen van de legitieme portie. Cliënt heeft zijn zaken zo geregeld dat zijn beide dochters uiteindelijk gelijkelijk worden bedeeld.
Zowel cliënt als zijn dochters hebben aan de notaris naar aanleiding van het ontwerp van 1 maart 2018 vragen gesteld. Zij begrijpen niet waarom de notaris op dat moment het ontwerp niet heeft ingetrokken in plaats van in zijn e-mail van 12 maart 2018 te schrijven dat dit ontwerp bedoeld is om correcties in aan te brengen.

Standpunt van de notaris

Voor het verweer van de notaris verwijst de commissie naar de overgelegde stukken in het bijzonder de brief van 10 december 2018. In de kern komt het verweer op het volgende neer.

De notaris heeft op verzoek van de cliënt de afwikkeling van de nalatenschap van zijn vrouw overgenomen van een andere notaris. Het betrof een ingewikkelde zaak omdat de echtgenote één van haar dochters had onterfd. Via een ingewikkelde tweetraps-making waren de toen nog minderjarige kleinkinderen als mede erfgenaam aangewezen. Cliënt wenste de onterving zo mogelijk te corrigeren zodat beide dochters gelijkelijk zouden worden bedeeld.
De notaris heeft voor de afwikkeling van de nalatenschap concepten opgesteld, die vervolgens hebben geleid tot de akte van 11 juni 2018. Nadat het eerste ontwerp was opgesteld, bleek dat de onterfde dochter overwoog om een beroep te doen op haar legitieme deel, waardoor cliënt testamentair de enige erfgenaam werd. Vervolgens vroeg de dochter om twee nieuwe ontwerpen één waarbij zij wel en één waarbij zij niet een beroep deed op haar legitieme deel. Aan de hand van deze concepten heeft zij haar keuze gemaakt.
Het testament dat op 20 maart 2018 is opgemaakt bevatte de wensen van cliënt op dat moment. Daar cliënt, als gevolg van het feit dat zijn andere dochter eveneens een beroep deed op haar legitieme deel, enig erfgenaam werd, diende ook het concept testament met betrekking tot zijn nalatenschap aangepast te worden. Nadat de akte van afwikkeling van de nalatenschap was gepasseerd, is een nieuw testament getekend.
De notaris is van oordeel dat hij een gemodereerd tarief heeft gerekend voor een allesbehalve standaardboedelafwikkeling.

Ter zitting heeft de notaris zijn standpunt toegelicht.
De notaris heeft cliënt geadviseerd om een testament op te maken voor de periode voordat de nalatenschap van zijn echtgenote was afgewikkeld. De bedoeling van cliënt was een testament op te maken waarbij zijn twee dochters op gelijke voet zouden erven. Het testament van cliënt moest de onterving van één dochter door zijn echtgenote repareren.
De notaris heeft erkend dat het eerste concept geen schoonheidsprijs verdiende omdat er kleinkinderen waren opgenomen, die later geen erfgenamen bleken te zijn. Dat de totaaltelling van de uit te keren erfdelen hoger uitkwam dan de omvang van de nalatenschap leek een fout, maar was een gevolg van de in het testament van de echtgenote opgenomen twee-trapsmaking. De notaris heeft, nadat de tweede dochter twijfelde of zij een beroep op haar legitieme zou doen, twee concepten opgesteld waaruit zij zou kunnen kiezen, waarbij hij haar heeft voorgehouden dat zij zich bij een keuze voor het opeisen van de legitieme portie fors in de vingers zou snijden.

Beoordeling van het geschil

De commissie beslist naar redelijkheid en billijkheid met inachtneming van de tussen partijen gesloten overeenkomst, waarbij zij als maatstaf voor het handelen van de notaris hanteert dat deze heeft gehandeld zoals verwacht mag worden van een redelijk bekwame en redelijk handelende notaris.

Ter zitting heeft de notaris erkend dat in het eerste ontwerp van de afwikkeling van de nalatenschap van de echtgenote van cliënt schoonheidsfouten zijn geslopen. Weliswaar kan de commissie het standpunt van de notaris volgen dat het eerste ontwerp van 1 maart 2018 moet worden gezien als een concept dat op basis van de opmerkingen van de cliënt nog moest worden aangepast, echter de commissie begrijpt de kritiek van de cliënt dat er in het concept wezenlijke vermijdbare fouten stonden die uiteindelijk hebben doorgewerkt in het eerste concept testament van cliënt. Er zijn uren aan het dossier besteed die wellicht bij grondige bestudering van het dossier niet gemaakt hadden hoeven worden. In zoverre kan de notaris onzorgvuldigheid worden verweten.

De cliënt heeft gevorderd dat de rekening van de notaris met een bedrag van € 2.054,– dient te worden gecrediteerd. De commissie is van oordeel dat deze vordering grotendeels moet worden afgewezen. De notaris heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat hij aan dit complexe dossier veel tijd heeft besteed, waarvan hij een deel niet in rekening heeft gebracht aan cliënt. Wel acht de commissie termen aanwezig om de openstaande rekening te matigen met een bedrag dat zij ex aequo et bono vaststelt op € 500,–.

Ter afwikkeling van het geschil bepaalt de commissie, gelet op al hetgeen hiervoor is overwogen, dat het bedrag van € 2.054,– dat de cliënt bij de commissie in depot heeft gestort, als volgt wordt verrekend: de commissie zal een bedrag van € 1.554,– uit het depot aan de notaris uitkeren. Het resterende bedrag van € 500,– zal aan de cliënt worden terugbetaald.

Nu de klacht van de cliënt gedeeltelijk gegrond wordt verklaard, ziet de commissie daarin aanleiding het kantoor van de notaris te veroordelen tot vergoeding van helft van het klachtengeld dat de cliënt aan de commissie heeft voldaan, te weten een bedrag van (€ 52,50:2=) € 26,25. Bovendien dient het kantoor van de notaris – overeenkomstig het reglement van de commissie – een bijdrage in de behandelingskosten aan de commissie te voldoen, welk bedrag de commissie met 50% zal matigen.

Hetgeen partijen voorts nog naar voren hebben gebracht behoeft geen bespreking nu dit niet tot een ander oordeel kan leiden.

Gezien het vorenstaande dient als volgt te worden beslist.

Beslissing

De commissie:
I.   verklaart de klacht gedeeltelijk gegrond;
II.  bepaalt dat cliënt een bedrag van € 1.554,– aan de notaris is verschuldigd;
III. veroordeelt de notaris tot betaling van de helft van het klachtengeld ad € 26,25 aan cliënt binnen twee weken na verzenddatum van dit bindend advies;
IV.  bepaalt dat uit het door de commissie van de cliënt ontvangen depot, ad € 2.054,–, aan de notaris wordt uitgekeerd een bedrag van € 1.554,–. Het restant, een bedrag van € 500,–, wordt op de rekening van de cliënt teruggestort;
V. de notaris wordt veroordeeld tot het betalen van een, door de commissie te bepalen, bijdrage in de behandelingskosten van het geschil, welk bedrag de commissie matigt met 50%;
VI. wijst het door partijen anders of meer gevorderde af.

Aldus beslist op 24 januari 2019 door de Geschillencommissie Notariaat.