De ondernemer, als bij uitstek deskundige had de toestand van de ondervloer moeten beoordelen en de consument moeten waarschuwen voor “schotelen”

  • Home >>
  • Afbouw >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Afbouw    Categorie: Informatie    Jaartal: 2013
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: AFB08-0009

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 17 oktober 2007 tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het verrichten van werkzaamheden (aanbrengen en afsealen van een siergrind vloer) tegen de daarvoor door de consument te betalen prijs van € 5.196,95.   De overeengekomen werkzaamheden zijn uitgevoerd omstreeks eind november 2007. De consument heeft op 14 december 2007 de klacht voorgelegd aan de ondernemer. De consument heeft een bedrag van € 1.250,– niet betaald en bij de commissie gedeponeerd.   Standpunt van de consument   Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak – en voor zover relevant – als volgt.   De vloer is niet goed gelegd. Naar de wanden toe loopt de vloer in de kamer op, waardoor kasten niet recht tegen de muur kunnen worden geplaatst. Bij het afsealen zijn halen ontstaan in de seallaag door het inwasbord. Bij brief van haar gemachtigde d.d. 18 januari 2008 zijn nog een aantal andere klachten geformuleerd, maar daar komt de consument in het klachtformulier verder niet op terug.   Ter zitting heeft de consument verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.   Het probleem is begonnen met de vloer van de het toilet. Die wilde niet hard worden en de ondernemer heeft die klacht aanvankelijk niet tot tevredenheid opgelost, waardoor we wel drieëneenhalve maand zonder benedentoilet hebben gezeten. Bovendien kregen we ook nog eens een rekening van € 6.300,–, terwijl een bedrag van € 5.200,– was afgesproken. Dat stapelt zich op en dan ga je nog eens kijken wat er nog meer aan problemen is. Was de klacht ten aanzien van de vloer van het toilet voortvarend opgelost, dan hadden we het oplopen van de vloer en de halen vermoedelijk wel geaccepteerd. Ik kan me er wel bij voorstellen dat iemand van buiten de klacht weinig opvallend vindt, maar wij kijken er elke dag tegenaan en als je deze puntjes eenmaal hebt opgemerkt, dan blijf je ze zien. Het stoort ons dat de kast alleen tegen de muur geplaatst kan worden door er bierviltjes onder te leggen.   We hebben het huis op 16 november 2007 gekocht en meteen opdracht gegeven om deze vloer te leggen. Die wilden we er graag in hebben. Het was een bestaand huis, dus ten aanzien van de vloer kunnen we niet bij een aannemer reclameren. De vloer was kaal en de muren waren kaal, dus de ondernemer had kunnen constateren dat de cementdekvloer naar de wanden toe iets opliep. Herstel van de vloer lijkt ons geen optie. Dan zou de hele vloer eruit moeten en het materiaal is nauwelijks te verwijderen.   De consument heeft geen idee omtrent een redelijke oplossing voor het geschil.   Standpunt van de ondernemer   Het standpunt van de ondernemer luidt – voor zover relevant – in hoofdzaak als volgt.   Het probleem met het oplopen van de vloer tegen de plint wordt veroorzaakt door de cementen ondervloer. De grindvloer wordt met de cementdekvloer meegelegd. Er is geen uitvlakmassa. De halen in de vloer zullen na uitdroging nagenoeg verdwijnen. Overigens heeft de ondernemer deze niet kunnen waarnemen.   Ter zitting heeft de ondernemer verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.   Het leggen van een grindvloer blijft handwerk. Als je handwerk wilt gaan bekijken om iets te vinden, vind je altijd wel wat. De seallaag zit in, tussen het grind. Halen zijn dan nauwelijks waar te nemen. Als er bij strijklicht al iets van halen is te zien, dan is dat inherent aan het gebruikte materiaal en de afwerking, een eigenschap van dit type vloer en geen gebrek. Een vloer als deze leg je 8 mm dik. Dat is te weinig om oneffenheden in een vloer uit te vlakken of een gebrek aan de cementdekvloer (zoals het ‘schotelen’ langs de wanden) te ondervangen. Als de woning helemaal leeg was geweest bij het opnemen van het werk, hadden we wellicht bij de randen van de vloer kunnen zien dat die opliep. Maar om dat te verhelpen zou de hele vloer geëgaliseerd moeten zijn en dan praat je over een ander kostenplaatje.   Het herstelwerk dat in de brief van 12 februari 2008 staat vermeld is uitgevoerd. Ik vind dat ik recht heb op mijn geld, zeker nadat ik al € 750,– heb gecrediteerd.   Deskundigenrapport   De door de commissie ingeschakelde deskundige heeft blijkens zijn rapport, voor zover thans van belang, het volgende vastgesteld.   Ter plaatse werd op basis van visuele waarnemingen het oppervlak van deze vloer beoordeeld. Daarbij werd het navolgende waargenomen. Aan het oppervlak van de te beoordelen vloer ziet de 2-3 mm korrel eruit als een goed verlegde siergrindvloer. Dat tijdens deze handapplicatie zichtbare structuurverschillen aanwezig zijn, is inherent aan deze vloerafwerking. Aan de grensvlakken tussen de vloer en de wand is na meting met een precisie van 1 mm en een kaliberwig een afwijking van 4 mm gemeten. In de kozijnen en enkele inwendige hoekjes zijn wat slordigheden geconstateerd in het niet goed verdelen van het siergrind. De wisbanen, die onder invloed van strijklicht waarneembaar zijn, zijn te wijten aan de structuurverschillen tijdens de handapplicatie.   De deskundige komt op grond van zijn waarnemingen tot de navolgende bevindingen en conclusies. De aangetroffen siergrindvloer is qua uiterlijk een vlakke, verdichte vloer, bestaande uit een 2-3 mm korrel. Op de gemeten plaats bij de woonkamerkast valt de afwijking van de gemeten onvlakheid binnen de toleranties. De inwendige hoekjes en in kozijnen zijn plaatselijk niet netjes afgewerkt. De zichtbare structuurverschillen in de vloer zijn inherent aan deze vloerafwerking. Deze structuurverschillen manifesteren zich in de seallaag sterker, omdat de sealmassa in de open structuurlaag verder wegzakt dan in een dichte, gesloten laag. Hierdoor zijn deze zichtbaar in de eerder genoemde wisbanen. De deskundige is van mening dat door herstel de vermelde structuurverschillen kunnen worden weggenomen. Herstel van de siergrindvloer bestaat uit het repareren van de niet netjes uitgevoerde hoekjes en in de kozijnen. De vloer dient grondig gereinigd te worden, zodat men zeker is dat alle vuil uit de vloer verwijderd is. De dichtzetmassa is een acrylaat; dat droogt naar buiten toe uit en neemt de achtergebleven vervuiling mee naar het oppervlak. Bij het aanbrengen van de dichtzetmassa dient erop gelet te worden dat de dichtzetmassa gelijkmatig wordt aangebracht. Indien dit niet gebeurt, bestaat de kans op het wit uitslaan van de vloer. Om eventuele wisbanen aan het oog te onttrekken, dient na het aanbrengen van de dichtzetmassa de vloer te worden nagerold met een natte coating.   Beoordeling van het geschil   De commissie heeft het volgende overwogen.   Hoewel er in de verdeling van het grind op enkele plaatsen nog wat wordt aangemerkt, komt de deskundige toch tot de slotsom dat de vloer (en met name ook bij de woonkamerkast) binnen de tolerantienormen blijft. In dat geval bestaat naar het oordeel van de commissie geen grond om van de ondernemer een ingrijpend herstel te verlangen als door de deskundige voorgesteld. Daarbij merkt de commissie op dat de geconstateerde ‘halen’ inherent zijn aan de gekozen wijze van afwerking. Aan het rapport van de deskundige kan de commissie niet het oordeel ontlenen dat deze halen dermate grof en duidelijk zichtbaar zijn, dat de conclusie moet luiden dat de afwerking van de vloer niet voldoet aan de redelijke eisen van vakmanschap die men van de ondernemer mag verwachten. Ten slotte neemt de commissie in haar overwegingen mee dat de consument ter zitting ook heeft aangegeven dat de klacht in feite ondergeschikt was aan de klacht over de vloer van het toilet beneden, waar de ondernemer niet adequaat op heeft gereageerd.   De commissie is wel van oordeel dat de ondernemer bij het opnemen van het werk de toestand van de cementdekvloer had moeten beoordelen en had kunnen zien dat deze tegen de wanden opliep. Als bij uitstek deskundige had het op de weg van de ondernemer gelegen om de consument voor het optreden van het effect van ‘schotelen’ (oplopen van de vloer bij de wanden) te waarschuwen. In dat geval had overleg plaats kunnen vinden over een oplossing en in het uiterste geval had de consument voor een ander type vloer kunnen kiezen. In de omstandigheid dat de ondernemer dit heeft nagelaten, vindt de commissie aanleiding om de consument een financiële tegemoetkoming toe te kennen vanwege een verminderd esthetisch effect. De commissie zal deze vergoeding naar billijkheid vaststellen op € 400,–. Dat komt neer op een korting van om en nabij 7,5% op de aanneemsom en ligt qua bedrag ook ongeveer in het midden tussen wat de consument ter zitting als vergoeding voorstelde en hetgeen de ondernemer bereid bleek als vergoeding te voldoen.   Derhalve wordt als volgt beslist.   Beslissing   De ondernemer betaalt aan de consument een vergoeding van € 400,–. Betaling kan plaatsvinden door verrekening met het onder de commissie in depot gestorte bedrag.   Met in achtneming van het bovenstaande wordt het depotbedrag ad € 1.250,– als volgt verrekend. Aan de ondernemer wordt uitbetaald een bedrag van € 850,–. Aan de consument wordt terugbetaald een bedrag van € 400,–.   Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 75,– aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.   Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie als bijdrage in de behandelingskosten van het geschil een bedrag verschuldigd van € 230,–.   Aldus beslist door de Geschillencommissie Afbouw, op 14 oktober 2008.