De onderneming heeft als afzender een vervoersovereenkomst met PostNL gesloten; commissie niet bevoegd

  • Home >>
  • Post >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Post    Categorie: Bevoegdheid    Jaartal: 2013
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: POS05-0103

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het niet nakomen van een gentleman agreement.   Standpunt van ondernemer   Het standpunt van TPG luidt in hoofdzaak als volgt.   In het onderhavige geval gaat het volgens TPG om een klacht van een consument als geadresseerde en in die hoedanigheid heeft de consument geen contractuele relatie met TPG. Klachten over vermiste en/of vertraagde post kunnen uitsluitend door de afzender (dat wil zeggen degene die met TPG een vervoersovereenkomst heeft afgesloten) worden ingediend.   Omtrent een mondelinge afspraak van de consument omtrent het kosteloos bewaren van voor hem bestemde post, merkt TPG op, dat een eenzijdige toezegging geen overeenkomst is en dat postbestellers niet bevoegd zijn TPG op eigen gezag te vertegenwoordiger. Bewaarovereenkomsten worden altijd schriftelijk aangegaan, aldus TPG.   Standpunt van de consument   Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.   De consument stelt, dat de commissie de klacht in behandeling heeft genomen en dat hij (consument) € 25,– voor klachtengeld aan de commissie heeft betaald. Onder deze omstandigheden is het volgens de consument onmogelijk, dat hij thans in zijn klacht niet-ontvankelijk zou worden verklaard.   Verder voert de consument aan, dat een mondelinge afspraak met een schriftelijke afspraak kan worden gelijkgesteld. Dat er wel degelijk een rechtsgeldige afspraak was blijkt volgens de consument uit het feit, dat TPG aan die afspraak ook een einde heeft gemaakt.   De consument acht de commissie bevoegd van zijn klachten kennis te nemen.   Beoordeling van het geschil   De commissie heeft het volgende overwogen.   Naar het oordeel van de commissie ziet de consument over het hoofd, dat een inname van een klacht door het secretariaat van de commissie en het betalen van het klachtengeld de beslissingsvrijheid van de commissie volledig in tact laat. De voormelde formele handelingen beogen enkel de ontsluiting van de toegang tot de commissie, die vervolgens in volle vrijheid en onafhankelijkheid tot een beslissing komt.   Uit de brief van 28 juli 2005 van TPG aan de consument leidt de commissie af dat TPG uit coulance de consument blijkbaar van dienst heeft willen zijn door de voor de consument bestemde post tijdelijk niet op zijn huisadres te bezorgen, maar kosteloos te bewaren op een TPG Post vestiging, waar de consument zijn post kon afhalen. In die brief wordt ook – en terecht – gesteld, dat TPG een bezorgplicht heeft. De afzenders van post geven TPG de opdracht om de post op het aangegeven adres te bezorgen. Om die reden – zo wordt voorts in de meergenoemde brief aangevoerd – heeft TPG besloten om de normale bestelwijze aan huis (bij de consument) weer te normaliseren. Daaraan werd toegevoegd, dat, indien de consument geen post op zijn huisadres wenste te ontvangen hij zou kunnen overwegen een postbuscontract af te sluiten.   De commissie is van oordeel, dat de consument in redelijkheid het tijdelijke karakter van de voormelde coulanceafspraak heeft moeten of in elk geval behoren te begrijpen. De dienst “Bewaarservice” wordt altijd schriftelijk aangegaan en bovendien zijn daaraan kosten verbonden. Bij de coulanceafspraak met de consument ontbraken beide elementen. De eerder genoemde brief van TPG aan de consument maakt duidelijk, dat TPG na enige tijd van een coulancegebaar de bezorgsituatie aan huis bij de consument weer wilde normaliseren. Aan die intentie stond naar het oordeel van de commissie geen rechtsregel in de weg.   Op grond van het ontbreken van een contractuele relatie tussen de consument en TPG dient de commissie zich ten aanzien van de klacht van de consument onbevoegd te verklaren.   Derhalve wordt als volgt beslist.   Beslissing   De commissie verklaart zich onbevoegd het geschil te behandelen.   Aldus beslist door de Geschillencommissie Post op 20 december 2005.