De redelijkheid en billijkheid leiden ertoe een hogere vergoeding toe te kennen dan de vastgestelde forfaitaire vergoeding.

  • Home >>
  • Recreatie >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Recreatie    Categorie: Herstructurering    Jaartal: 2013
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: REC09-0016

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft opzegging van de huurovereenkomst door de ondernemer wegens herstructurering.   Standpunt van de consument   Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.   De consument huurt een vaste standplaats bij de ondernemer waarop een huisje is geplaatst. Op 26 november 2008 heeft de ondernemer hem meegedeeld dat de overeenkomst wordt beëindigd per 31 december 2010 wegens herstructurering. Verplaatsing van het huisje wordt niet toegestaan. De consument heeft op 12 december 2008 hiertegen bezwaar aangetekend bij de ondernemer en vervolgens een klacht ingediend bij de commissie om de volgende redenen.   De consument vindt het een goed idee dat er chalets zullen worden geplaatst op de camping. Die chalets zullen worden geplaatst op een deel van het terrein dat nu is bestemd voor toercaravans en tenten. Het huisje van de consument staat aan de rand van een terrein waar nu vaste standplaatsen zijn. Het huisje hoeft dus niet afgebroken te worden in verband met de plaatsing van chalets op een heel ander deel van het terrein.   Alle vaste standplaatsen worden verplaatst naar een ander deel van het terrein waar nu naturisten en kampeerders staan. Er wordt als het ware gewisseld van plaats. Het is niet duidelijk waarom deze verhuizing nodig is. De ondernemer zegt dat hij segmentatie wilt. De stacaravans die zijn goedgekeurd, kunnen worden verplaatst. Het huisje van de consument mag echter niet worden verplaatst.   Het huisje van de consument ligt op 30 meter afstand van de dichtstbijzijnde caravan. De consument vindt de hele herinrichting van het terrein onlogisch en ziet geen enkele noodzaak waarom zijn huisje afgebroken zou moeten worden in verband met de herinrichting. Er zou een segment “huisjes” kunnen komen op het terreingedeelte waar nu vier huisjes staan waartoe ook het huisje van de consument behoort. De overige twee huisjes die elders staan, zouden daarnaar kunnen worden verplaatst.   Er is geen sprake van een herstructureringsplan zoals in artikel 10 lid 3 sub g van de Recron-voorwaarden is vereist. Uit een artikel in de [lokale] krant blijkt dat de herstructureringsplannen nog lang niet rond zijn. Staatsbosbeheer van wie de ondernemer de grond pacht, moet nog akkoord gaan, de gemeente moet nog toestemming geven voor de omzetting van een aantal toeristische plaatsen in vaste plaatsen en de financiering is nog niet rond.   Het is kapitaalvernietiging indien het huisje moet worden afgebroken. Het is van hout en goed onderhouden. De verzekerde waarde is € 13.900,–. De consument verblijft al 40 jaar op deze camping. De laatste 22 jaar huurt hij de huidige plek waarop het huisje staat. Hij zou heel graag zijn verblijf in het huisje voortzetten.   Standpunt van de ondernemer   Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.   T.a.v. de ontvankelijkheid De ondernemer heeft een beroep op de niet-ontvankelijkheid van de klacht van de consument gedaan omdat de klacht te laat bij de commissie aanhangig is gemaakt. Op grond van artikel 10 lid 7 van de Recron-voorwaarden voor vaste plaatsen had de consument zijn klacht binnen twee maanden na de opzegging die op 26 november 2008 plaatsvond, bij de commissie aanhangig moeten maken. Blijkens het door de consument ingevulde vragenformulier is dit pas op 4 maart 2009 gebeurd. Er is op 5 februari 2009 wel een briefje gestuurd aan de commissie door [naam]. Er blijkt echter nergens uit dat [naam] gemachtigd was namens de consument op te treden.   De ondernemer verzocht daarom de commissie de consument niet-ontvankelijk te verklaren in zijn klacht. Er is op zijn verzoek gereageerd met een brief van 5 augustus 2009 waarin hem wordt meegedeeld dat met de brief van 5 februari 2009 van [naam] de klacht tijdig binnen twee maanden aanhangig zou zijn gemaakt. De ondernemer heeft laten weten het niet eens te zijn met deze brief. De ondernemer had verwacht dat de commissie eerst een voorbeslissing zou geven over het verzoek de klacht niet-ontvankelijk te verklaren en dat hij in geval de klacht toch ontvankelijk zou worden verklaard in de gelegenheid zou worden gesteld inhoudelijk verweer te voeren.   T.a.v. de inhoud van de klacht Mondeling deelt de ondernemer het volgende mee. Er is wel degelijk sprake van een concreet herstructureringsplan, zoals blijkt uit de plattegronden die deel uitmaken van het dossier. De ondernemer gaat zijn terrein volledig herinrichten. Er komen aparte terreinen voor seizoenplaatsen, toeristische plaatsen, vaste standplaatsen, nieuwe chalets en een naturistencamping.   Het huisje van de consument staat aan de rand van een terrein voor seizoenplaatsen. Dit terrein blijft bestemd voor seizoenplaatsen. In de huidige situatie komen er echter ook vaste standplaatsen voor op het terrein voor seizoenplaatsen. Alle vaste standplaatshouders waarvan de caravans zijn goedgekeurd zullen moeten verhuizen naar het speciale terrein voor vaste standplaatsen met aansluiting op alle nutsvoorzieningen. Alle kampeermiddelen op het terrein voor seizoenplaatsen zullen in de nieuwe situatie ’s winters naar de winterstalling moeten. In de nieuwe opzet is geen plaats meer voor de huisjes.   Het huisje van de consument mag niet worden verplaatst naar een vaste standplaats. Het huisje staat op een terrein dat alleen is bestemd voor tenten en caravans. In het bestemmingsplan is vastgelegd dat de zes huisjes waarvan het huisje van de consument deel uitmaakt, onder het overgangsrecht vallen. Op grond van het overgangsrecht mogen de bestaande houten huisjes op de huidige plaats blijven staan en gedeeltelijk vernieuwd worden. Verplaatsing is echter niet toegestaan. De ondernemer wil de huisjes niet op de huidige locatie handhaven, omdat hij geen uitzonderingen wil toestaan op het terrein voor seizoenplaatsen. Bovendien vindt hij het een onwenselijke situatie dat het huisje vlak bij de bomen staat. Hij wil dat dit terreingedeelte weer natuurgebied wordt. Ook vindt de ondernemer het bezwaarlijk dat vanaf de standplaats van de consument het nieuwe naturistenterrein te zien zal zijn.   De ondernemer is bereid € 6.000,– te vergoeden aan de consument naast het aanbod in 2010 gratis gebruik te maken van de standplaats, mits de standplaats van de consument voor eind 2010 is ontruimd.   De ondernemer behoudt zich het recht voor alsnog bezwaar te maken tegen het feit dat hij niet in de gelegenheid is gesteld schriftelijk verweer te voeren.   Beoordeling van het geschil   De commissie heeft het volgende overwogen.   T.a.v. de ontvankelijkheid De consument heeft op 12 december 2008 tijdig schriftelijk bezwaar gemaakt bij de ondernemer tegen de opzegging die op 26 november 2008 plaatsvond. De ondernemer heeft op deze brief niet gereageerd. Op 5 februari 2009 heeft [naam] namens de consument zijn klacht aangemeld bij de commissie en daarbij vermeld dat het vragenformulier later zou worden ingezonden in verband met ziekenhuisopname van de consument. De consument heeft bevestigd dat deze brief op zijn verzoek door [naam] is geschreven. De commissie gaat er van uit dat door middel van de brief van 5 februari 2009 de klacht aanhangig is gemaakt. In verband met de ziekenhuisopname van de consument is hem meer tijd gegund om het vragenformulier in te dienen.   De klacht had echter op grond van artikel 10 lid 7 van de Recron-voorwaarden voor vaste plaatsen uiterlijk twee maanden na de opzegging aanhangig gemaakt moeten worden, dat wil zeggen vóór 26 januari 2009. De termijn is dus overschreden. Op grond van artikel 6 lid 2 van het reglement van de commissie kan de commissie besluiten het geschil toch in behandeling te nemen indien de consument ter zake van de naleving van de voorwaarden naar het oordeel van de commissie redelijkerwijs geen verwijt treft. Gezien de geringe overschrijding van de termijn en de leeftijd van de consument heeft de commissie besloten de klacht toch in behandeling te nemen. De commissie tekent daarbij aan dat zij de termijnen in de Recron-voorwaarden die betrekking hebben op het indienen van de klacht bij de ondernemer en het aanhangig maken van de klacht bij de commissie, niet beschouwt als vervaltermijnen, zodat een geringe overschrijding van de termijn onder bepaalde omstandigheden door de vingers kan worden gezien. Van belang is of de ondernemer door het niet in acht nemen van de termijn(en) redelijkerwijs in zijn belangen geschaad moet worden geacht. Dit is hier naar het oordeel van de commissie niet het geval.   De klacht wordt op grond van het bovenstaande ontvankelijk verklaard.   T.a.v. de inhoud De ondernemer had uit de brief van 5 augustus 2009 kunnen afleiden dat de commissie geen voorbeslissing zou geven. In die brief wordt de ondernemer uitdrukkelijk gevraagd inhoudelijk verweer te voeren. De ondernemer liet de commissie weten het niet eens te zijn met deze brief en liet het inhoudelijke verweer achterwege. De commissie betreurt het dat de ondernemer ten onrechte in de veronderstelling verkeerde dat hij opnieuw in de gelegenheid gesteld zou worden schriftelijk inhoudelijk verweer te voeren. De commissie meent dat zij door middel van het op de zitting gevoerde mondelinge verweer voldoende is geïnformeerd om een beslissing te nemen.   De commissie is van oordeel dat de herstructureringsplannen voldoende concreet zijn. Aangezien de ondernemer een zeer lange opzegtermijn in acht heeft genomen, is het niet onbegrijpelijk dat nog niet alles rond is. Er bestaat echter voldoende duidelijkheid over het feit dat er een herinrichting van het terrein zal gaan plaatsvinden en hoe die er in grote lijnen er uit zal gaan zien. De ondernemer heeft het recht zijn terrein naar zijn inzicht te herstructureren. De commissie kan slechts toetsen of de opzegging van de overeenkomst door de ondernemer voortvloeit uit de herstructurering.   De ondernemer wenst zijn terrein te segmenteren. In dat kader wil hij een apart terreingedeelte bestemmen voor seizoen kamperen met de verplichting in de winter de kampeermiddelen te verwijderen. Dit betreft het huidige terrein voor seizoenplaatsen. Het huisje van de consument staat aan de rand van dit terrein. De commissie vindt het argument van de ondernemer dat hij geen uitzondering wil maken voor de huisjes te rechtvaardigen. Bovendien heeft de ondernemer nog andere argumenten: de nabijheid van het nieuw aan te leggen naturistenterrein en het afschaffen van standplaatsen vlak bij de bomen.   In de huidige situatie staan er ook stacaravans op het terrein voor seizoen kamperen. De stacaravans zullen worden verplaatst naar een speciaal daarvoor in te richten deel van het terrein. Gebleken is dat de huisjes op grond van de overgangsregeling in het bestemmingsplan niet mogen worden verplaatst naar het terreingedeelte met vaste standplaatsen. Verwijdering van het huisje is dan de enige optie.   De commissie is op grond van het bovenstaande van oordeel dat de opzegging wegens herstructurering rechtsgeldig heeft plaatsgevonden. Op grond van artikel 10 lid 6 sub b van de Recron-voorwaarden voor vaste plaatsen heeft de consument in dat geval recht op een tegemoetkoming in de kosten die verband houden met de verplaatsing of verwijdering van het kampeermiddel ter hoogte van € 1.350,–. De commissie is van oordeel dat ongewijzigde toepassing van deze tegemoetkoming ingeval van verwijdering van een huisje in strijd zou zijn met de redelijkheid en billijkheid waarmee de overeenkomst ten uitvoer dient te worden gelegd. De kosten van verwijdering van een vakantiehuisje zijn namelijk veel hoger dan de verwijderingkosten van een caravan.   De commissie meent dan ook dat de consument recht heeft op een zodanige vergoeding dat daarmee de sloopkosten van het huisje kunnen worden gefinancieerd. De ondernemer heeft zich op de zitting bereid verklaard een vergoeding te betalen van € 6.000,–. Deze vergoeding acht de commissie voldoende om de sloopkosten te betalen. Bovendien heeft een recreant op grond van artikel 10 lid 6 sub b van de Recron-voorwaarden recht op gratis gebruik van zijn standplaats met uitzondering van de verbruikskosten gedurende de laatste zes maanden. De ondernemer heeft gratis gebruik aangeboden gedurende het gehele jaar 2010.   De commissie bepaalt derhalve dat de ondernemer aan de consument een bedrag vergoedt van € 6.000,–, nadat de standplaats van de consument uiterlijk op 31 december 2010 is ontruimd. Bovendien hoeft de consument in het jaar 2010 geen staangeld te betalen. Aangezien de ondernemer dit aanbod pas heeft gedaan na indiening van de klacht van de consument, is hij tevens vergoeding van het klachtengeld verschuldigd.   Beslissing   De consument wordt in zijn klacht ontvankelijk verklaard.   De ondernemer betaalt aan de consument een vergoeding van € 6.000,–, nadat de standplaats van de consument uiterlijk op 31 december 2010 is ontruimd. Betaling dient plaats te vinden binnen een maand na de oplevering.   De consument is geen staangeld verschuldigd gedurende het jaar 2010.   Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 50,– aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.   Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie als bijdrage in de behandelingskosten van het geschil een bedrag verschuldigd van € 90,–.   De commissie wijst het meer of anders gevorderde af.   Aldus beslist door de Geschillencommissie Recreatie op 9 november 2009.