De studie voldoet geheel aan de verwachtingen die de consument er van mocht hebben. Dat de consument kennelijk een verkeerd beeld van de opleiding had is niet aan de

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Particuliere Onderwijsinstellingen    Categorie: Informatie    Jaartal: 2016
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 101688

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft een conflict tussen de consument en de ondernemer over restitutie van het door de consument betaalde collegegeld voor een gedeelte van het cursusjaar 2015 – 2016, omdat de ondernemer voor het sluiten van de overeenkomst volgens de consument gedane mededelingen niet gestand heeft kunnen doen.

De consument heeft op 19 januari 2016 de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument

Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

De consument volgde de opleiding HRM aan de Hogeschool [naam van de school]. Vanwege privéomstandigheden heeft zij besloten om de opleiding voort te zetten bij de ondernemer.

Voorafgaande aan deze beslissing is namens de ondernemer aan de consument meegedeeld dat de opleiding zowel versneld als vertraagd gevolgd zou kunnen worden, de verplichte lesdagen zouden vier maal per jaar aangeboden worden. Dat zou de consument de mogelijkheid bieden om een aantal vakken, waarin zij vanuit de eerdere opleiding een voorsprong had vlot af te ronden. Na tweeënhalve maand bleek echter dat slechts één lesdag aangeboden werd, op 11 juni 2016. Dat zou voor de consument juist een vertraging van het studielooppad betekenen. Namens de ondernemer is aan de consument meegedeeld dat er een bepaald aantal studenten moesten zijn voordat een lesdag aangeboden werd en dat aantal was eerder niet aanwezig.

Voorafgaand aan de inschrijving is aan de consument ook meegedeeld dat de vakken geen onderzoek op de werkvloer zouden behelzen. Dat was voor de consument van belang, omdat zij nog niet werkzaam is op een relevante werkplek. Na aanvang van de studie bleek dat alle vakken afgesloten dienden te worden met een paper, waarvoor onderzoek gedaan moest worden. Het grootste gedeelte van de onderzoeken bestaan uit onderzoek binnen een bedrijf.

De consument heeft zich bij een telefonisch contact op 19 januari 2016 laten uitschrijven. Vervolgens heeft de consument op 29 januari 2016 terugbetaling van het betaalde collegegeld ad € 2.715,– gevraagd, omdat zij, als zij correct zou zijn voorgelicht, niet tot het sluiten van een overeenkomst met de ondernemer zou zijn overgegaan.

De consument verlangt restitutie van tenminste het betaalde collegegeld tot en met februari 2016, zijnde € 2.036,25.

Standpunt van de ondernemer

Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

Er zijn voldoende trainingen ingepland waaraan de consument kon deelnemen. Alle trainingen worden tenminste éénmaal per jaar ingepland en bovendien als er zeven studenten zich hebben ingeschreven op een wachtlijst voor een andere datum. Voor de consument waren er meer dan voldoende mogelijkheden om zonder studievertraging de studie te doorlopen.

Het is niet juist dat studenten op de werkvloer van de eigen werkkring onderzoek moeten doen. De consument had ook onderzoek kunnen doen via bronnen op het internet. Voor andere papers hoeft geheel geen onderzoek gedaan te worden.

De gronden waarop de consument zich beroept zijn dan ook niet terecht.

De ondernemer kan de consument dan ook niet verder tegemoet komen.

Ter zitting heeft de ondernemer verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.

Van elke training wordt er tenminste één per cursusjaar aangeboden, maar meestal meer. In het verweer heeft de ondernemer een studieplanning opgenomen, waaruit blijkt, dat de consument veel had kunnen doen en allerlei opdrachten had kunnen maken. De studie voldoet daarmee volledig aan de verwachtingen, die de consument er van mag hebben.

De opdrachten staan volledig los van een eigen werkplek en de mogelijkheden om daar onderzoek te doen. Dat blijkt ook uit de tekst van de opdrachten zelf, waarin dat uitdrukkelijk is aangegeven.

De consument heeft kennelijk een verkeerd beeld van de opleiding gehad. Dat is echter niet aan de ondernemer te wijten. De consument is nergens bij geweest, zelfs niet bij een startersbijeenkomst.

De consument is van 4 november 2015 tot 19 januari 2016 ingeschreven geweest bij de ondernemer.

Er staan geen facturen open.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Uit het verweer van de ondernemer en de stukken, die de ondernemer daarbij heeft gevoegd is de commissie niet gebleken dat de ondernemer de consument verkeerd, onvolledig of onjuist heeft voor-gelicht voorafgaande aan het sluiten van de overeenkomst. De commissie is ook niet gebleken dat de ondernemer toezeggingen heeft gedaan die niet worden nagekomen.

De commissie is er dan ook niet van overtuigd geraakt dat de door de consument geponeerde weergave van de feiten waarop de consument de klacht baseert in overeenstemming zijn met de werkelijkheid.

De commissie heeft de indruk, dat de consument een verkeerde perceptie heeft gehad van de inhoud van de studie en op die verkeerde perceptie haar conclusie, dat de inhoud van de studie niet in over-eenstemming zou zijn met hetgeen haar is meegedeeld gebaseerd heeft.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Particuliere Onderwijsinstellingen op 15 april 2016.