De verkoper had moeten onderzoeken waarom de net meerderjarige consument twee abonnementen met koop op afbetaling van dure telefoontoestellen tegelijk sloot. De ondernemer kan zich er daarom niet met succes op beroepen dat de verkoper gerechtvaardigd van verrouwen was. Het beroep op wilsgebrek van de consument slaagt hier.

  • Home >>
  • Telecommunicatiediensten >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Telecommunicatiediensten    Categorie: Totstandkoming overeenkomst    Jaartal: 2018
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 110089

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de betaling van de kosten van twee door de consument afgesloten abonnementen voor mobiele telefonie gecombineerd in beide gevallen met de koop op afbetaling van een telefoontoestel.
 
De consument heeft de klacht tijdig aan de ondernemer voorgelegd.

Standpunt van de consument

Zij heeft 2 november 2016 in de winkel van [naam winkel] te [plaats] twee abonnementen voor mobiele telefonie afgesloten bij de ondernemer voor de duur van 24 maanden, gecombineerd met de koop op afbetaling van in beide gevallen een telefoontoestel, een [naam toestel]. Zij is op 27 september 2016 18 geworden en was dus ten tijde van het sluiten van de overeenkomsten pas kort meerderjarig.

Voor de verdere feitelijke onderbouwing van haar stellingen heeft de consument verwezen naar een proces-verbaal van aangifte van 11 november 2016 bij de politie in [plaats]. Hierin is kort samengevat weergegeven dat zij op 2 november 2016 een afspraak had met een jonge vrouw, die zij tot dan alleen via [naam social media] kende; zij zou enig geld kunnen verdienen. De consument moest plaatsnemen in een auto waarin vier personen zaten – twee mannen en twee vrouwen -, en zij heeft in die auto haar eigen telefoontoestel moeten inleveren. Ze is achtereenvolgens gebracht naar de winkels van [naam tweede ondernemer], [naam derde ondernemer] en van de ondernemer in [plaats]. Daar moest ze onder begeleiding van de genoemde jonge vrouw de twee abonnementen bij de ondernemer afsluiten; die andere vrouw heeft met name het woord in de winkels gevoerd. Bij [naam tweede ondernemer] en [naam derde ondernemer] kon slechts één abonnement worden afgesloten. Bij de ondernemer zijn twee abonnementen afgesloten. Vanaf het instappen in de auto was de situatie voor de consument bedreigend en dat is zo gebleven totdat ze na de transacties weer naar huis kon gaan.

De verkoper in de winkel van de ondernemer heeft de transacties niet kritisch begeleid. Het valse adres dat van de consument is opgegeven, is niet gecontroleerd. De consument zelf heeft nauwelijks het woord gevoerd. Er is met name niet onderzocht waarom de jonge consument om twee abonnementen met dure toestellen heeft gevraagd. In de beide andere gevallen waarin de consument op 2 november 2016 bij [naam tweede ondernemer] en [naam derde ondernemer] abonnementen moest afsluiten, is het verzoek daartoe van de consument zonder meer geweigerd.

Thuis heeft de consument later alles aan haar moeder verteld. In alle gevallen is het de moeder van de consument gelukt de simkaarten in de telefoontoestellen te blokkeren voordat er mee was gebeld.

De consument beroept zich er in de eerste plaats op dat zij de overeenkomsten is aangegaan onder dwang van derden. Zij heeft daarom de vernietiging ingeroepen van beide met de ondernemer gesloten overeenkomsten op grond van artikel 3:44 lid 1 B.W.

Ten tweede beroept de consument zich er op dat haar wil bij het aangaan van de overeenkomsten ontbrak zodat op grond van artikel 3:33 lid 1 B.W. geen geldige overeenkomsten zijn tot stand gekomen.

De consument verlangt dat op grond van de ingeroepen vernietiging van de overeenkomsten dan wel het ontbreken van haar wil bij het sluiten van de overeenkomsten wordt beslist dat zij niets aan de ondernemer is verschuldigd.

Standpunt van de ondernemer

De ondernemer heeft in hoofdzaak het volgende gesteld.

De ondernemer treft in deze zaak geen blaam. De verkoper in de winkel van de ondernemer hoefde niet te veronderstellen dat er iets niet in orde zou zijn. Uit het proces-verbaal van politie blijkt dat er sprake was van geldelijk gewin bij de consument.

De ondernemer is bereid de vaste kosten van de abonnementen kwijt te schelden, maar vordert betaling van een vergoeding van € 1.440,–, de gestelde gezamenlijke waarde van de beide telefoontoestellen. De ondernemer heeft in deze zaak geen storting van een depotbedrag verlangd.

De klacht is ongegrond.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De stellingen van de consument vinden steun in de overgelegde kopie van het proces-verbaal van politie. De commissie kan zich voorstellen dat de situatie voor en tijdens de transacties voor de consument bedreigend was.

Uit de stellingen van partijen vloeit echter niet voort dat de verkoper van de ondernemer reden had te veronderstellen dat de verklaringen van de consument bij de transacties tot stand zijn gekomen door bedreiging van derden, zoals artikel 3:44 lid 5 B.W. vereist. Daarop strandt het beroep van de consument op vernietiging van de overeenkomsten op grond van artikel 3:44 lid 1 B.W.

In deze zaak ligt het echter anders met het beroep van de consument op het ontbreken van haar wil bij het sluiten van de overeenkomsten. Uit de gestelde omstandigheden blijkt dat de wil van de consument tot het sluiten van de overeenkomsten bij haar ontbrak. Dit had ook aan de verkoper van de ondernemer in het kader van de van de zijde van de consument afgelegde verklaringen duidelijk moeten zijn. De verkoper van de ondernemer had met name moeten onderzoeken waarom de jong meerderjarige consument twee abonnementen met koop op afbetaling van dure telefoontoestellen tegelijkertijd sloot. Het is de commissie uit de stellingen van de consument en uit de behandeling van de parallel lopende zaken tegen [naam tweede ondernemer] en [naam ondernemer] bekend dat deze ondernemers niet overgaan tot het afsluiten van een tweede duur abonnement met een jong meerderjarige zoals de consument in deze zaak. De commissie concludeert daarom dat de ondernemer zich er niet met succes op kan beroepen dat zijn verkoper op grond van de verklaringen en/of het gedrag van de consument op grond van artikel 3:35 B.W. mocht aannemen dat de consument daadwerkelijk voor zichzelf de beide overeenkomsten wilde sluiten. Het beroep van de consument op artikel 3:33 B.W. slaagt dus.

De klacht is gegrond.

Er wordt daarom als volgt beslist.

Beslissing

Er zijn geen geldige overeenkomsten met de consument tot stand gekomen. De consument is niets uit hoofde van de door de ondernemer gestelde overeenkomsten verschuldigd.

De ondernemer dient overeenkomstig het reglement van de commissie het klachtengeld van € 50,– aan de consument te vergoeden.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Telecommunicatiediensten op 13 september 2017.