De verschuldigdheid van administratiekosten voor acceptgiro; de kosten bij betaling anders dan via automatische incasso liggen hoger dan bij automatische incasso; geen onverschuldigde betalingen.

  • Home >>
  • Energie >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Energie    Categorie: Administratieve problemen    Jaartal: 2017
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 103204

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de verschuldigdheid van administratiekosten, meer in het bijzonder het in rekening brengen van € 2,– per maand voor een acceptgirokaart door de ondernemer.

De consument heeft op 25 september 2014 de klacht aan de ondernemer voorgelegd.

Standpunt van de consument

Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

Ondanks het vonnis van de kantonrechter van de rechtbank Noord-Holland van 14 januari 2016 blijft de ondernemer doorgaan met het mij in rekening brengen van € 2,– per maand voor een verstuurde acceptgiro, terwijl de rechter in mijn voordeel heeft uitgesproken dat de ondernemer dat niet meer mag doen. De ondernemer biedt ook geen gratis alternatief. Ik betaal per internet en wil ook geen acceptgiro meer ontvangen. De ondernemer weigert elke medewerking en moet net als elk bedrijf een rekening sturen voor geleverde diensten. Ik heb zelf al 27 jaar een eigen bedrijf en moet ook altijd een rekening sturen en kan daar ook geen extra kosten rekenen omdat het hoort bij de eigen bedrijfskosten.

Ter zitting heeft de consument verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.

Ik ben het niet eens met de extra kosten voor het betalen met een acceptgiro. Ik wil de betaling gewoon per internet overmaken. De voorwaarde van € 2,– per acceptgirokaart is ook onredelijk bezwarend, hetgeen eveneens al eerder door een rechter is uitgemaakt.

De consument verlangt terugbetaling van alle extra kosten die hij heeft moeten maken en van het teveel ingehouden geld op de jaarafrekening ter zake de betaling met acceptgiro’s (inclusief rente) en dat de ondernemer een hoge boete zal worden opgelegd omdat zij dit doen bij veel meer andere consumenten en dat de ondernemer moet stoppen met het misbruik maken van zijn (monopolie)positie. 

Standpunt van de ondernemer

Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

De commissie heeft in een reeks van uitspraken het in rekening brengen van kosten bij betaling anders dan middels automatische incasso goedgekeurd. De belangrijkste motivatie daarvoor is dat voldoende aannemelijk is dat de verwerkingskosten bij betaling anders dan via automatische incasso aanzienlijk hoger liggen dan bij automatische incasso, wat ook geldt als er geen gebruik wordt gemaakt van de acceptgiro, maar betaald wordt via internet. Een bedrag van € 2,– inclusief btw per betaling heeft de commissie al eerder als redelijk geoordeeld. De werkelijke (verwerkings)kosten per betaling liggen overigens hoger. Als het de ondernemer niet zou zijn toegestaan voor de betaling anders dan via automatische incasso kosten in rekening te brengen, zouden die kosten moeten worden omgeslagen over alle afnemers, dus ook degenen die wel per automatische incasso betalen, wat tot een tariefverhoging zou leiden. Het privaatbelang van de betaler die kiest voor betaling op zijn eigen manier moet dan wijken voor het collectieve belang van alle andere betalers tezamen. De ondernemer wijst ook naar de uitspraak van de commissie in het kader van de ontvankelijkverklaring van dit geschil van 18 juli 2016 waarin is overwogen dat de kantonrechter in zijn vonnis van 14 januari 2016 tussen partijen geen inhoudelijk oordeel over de acceptgirokosten heeft gegeven; de kantonrechter heeft de vordering van de ondernemer in dat verband als onvoldoende onderbouwd afgewezen. De kantonrechter heeft daarin slechts overwogen dat er door de ondernemer onvoldoende is aangevoerd om dat onderdeel van de vordering te kunnen toewijzen. De ondernemer voegt daaraan nog toe dat het vonnis de indruk wekt dat de kantonrechter de algemene voorwaarden niet (helemaal) gelezen heeft. In de algemene voorwaarden wordt in artikel 14 lid 1 duidelijk verwezen naar het tarievenblad dat van toepassing is op consumenten/klanten van de ondernemer. Op dat tarievenblad staan ook de acceptgirokosten vermeld. De ondernemer voegt verder nog toe dat ook diverse andere rechtbanken hebben beslist dat het in rekening brengen van de kosten voor betaling via acceptgiro redelijk is
Ter zitting heeft de ondernemer verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.

De ondernemer verwijst naar het door hem ingediende verweerschrift met bijlagen. Voor een
e-factuur wordt € 1,35 in rekening gebracht, voor een acceptgiro € 2,– en voor automatische incasso niets. ¾ deel van het klantenbestand van de ondernemer betaalt via automatische incasso. Betalen per acceptgiro is bepaald niet kostendekkend; dat kost € 2,65 per acceptgiro. Het staat de ondernemer net zoals elk bedrijf vrij om de kosten voor betaling via acceptgiro in rekening te brengen.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De commissie heeft al jarenlang in een reeks van bestendige uitspraken het in rekening brengen van kosten bij betaling anders dan middels automatische incasso redelijk bevonden; ook in de rechtspraak/jurisprudentie is daarover bepaald eenduidigheid/instemming te constateren, te weten dat dergelijke kosten door de ondernemer aan de consument in rekening mogen worden gebracht. Met name redengevend daarvoor is dat voldoende aannemelijk is dat de verwerkingskosten bij betaling anders dan via automatische incasso aanzienlijk hoger liggen dan bij automatische incasso, hetgeen overigens ook geldt als er geen gebruik wordt gemaakt van de acceptgirokaart, maar betaald wordt via internet. Een bedrag van € 2,– inclusief btw bij betaling heeft de commissie (evenals de rechtspraak) redelijk geoordeeld. Ter zitting heeft de ondernemer verder nog verklaard dat de werkelijke (verwerkings)kosten per betaling nog hoger liggen en dat als het de ondernemer niet zou zijn toegestaan voor de betaling anders dan via automatische incasso kosten in rekening te brengen, die kosten zouden moeten worden omgeslagen over alle afnemers, dus ook degenen die wel per automatische incasso betalen, hetgeen tot een tariefverhoging zou leiden. Aldus dient het private belang van de betaler die kiest voor betaling op zijn eigen manier te wijken voor het collectieve belang van alle betalers tezamen. In dat kader merkt de commissie nog op dat de minister van Economische Zaken reeds in maart 2010 (op antwoord op kamervragen) het in rekening brengen van de kosten voor de betaling per acceptgiro acceptabel heeft genoemd (waarbij ook is aangegeven dat de aanmaakkosten, portokosten, bankkosten en verwerkingskosten op € 1,– à € 2,– kunnen worden geschat), mits het in rekening brengen van die kosten duidelijk en vooraf aan de consument wordt gecommuniceerd. In de toepasselijke algemene voorwaarden (artikel 14)  wordt ook uitdrukkelijk verwezen naar het toepasselijke tarievenblad waarin die (acceptgiro)kosten vermeld staan. Aldus is de  consument daaraan ook gebonden en gehouden te betalen voor die acceptgirokosten. In het licht  van het hiervoor gaande is ook in de uitspraken van de commissie, alsmede in de rechtspraak hierover uitgemaakt dat het in rekening brengen van kosten voor een acceptgiro niet onredelijk bezwarend is. Met juistheid heeft de commissie al in zijn uitspraak over de ontvankelijkheid van 18 juli 2016 opgemerkt dat in het vonnis van de kantonrechter van 14 januari 2016 van de rechtbank Noord-Holland (die tussen partijen is gewezen) geen inhoudelijk oordeel over die kosten is gedaan; de kantonrechter heeft die kosten afgewezen omdat de kosten door de ondernemer onvoldoende zijn onderbouwd (omdat de ondernemer had nagelaten aan te geven waar in de algemene voorwaarden is vermeld dat aanspraak kan worden gemaakt op de kosten voor het versturen van een acceptgiro en de status van de tarievenlijst van de ondernemer voor de kantonrechter onduidelijk is). Ter zitting is verder  duidelijk geworden dat indien de consument middels een e-factuur wil betalen hij dat zonder meer aan de ondernemer kan doorgeven (in welk geval hij overigens nog steeds kosten verschuldigd  is, te weten € 1,35 per factuur). De ondernemer is dus gerechtigd om die kosten bij de consument in rekening te brengen zodat geen sprake is van onverschuldigde betalingen door de consument en hij geen aanspraak kan maken op terugbetaling. De klacht van de consument wordt derhalve inhoudelijk ongegrond bevonden.

Ten slotte merkt de commissie nog op dat zij slechts individuele geschillen behandelt, in dit geval een consument jegens een energieleverancier, doch dat de commissie op basis van zijn reglement en bevoegdheden geen algemene uitspraken kan doen over de (inrichting van de) energiemarkt in Nederland en daarbij behorende marktpartijen, leveranciers  en netbeheerders. Dat gaat de taak van de commissie te buiten.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, op 6 september 2016.