Deels gegronde klacht over ontbrekende meter en extreem verbruik

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Omvang levering    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ten dele gegrond   Referentiecode: 1284372/1318738

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument klaagde dat zijn warmteverbruik jarenlang verkeerd was berekend omdat één meter ontbrak, andere meters extreem hoge waarden doorgaven en de ondernemer zijn klachten niet serieus behandelde. De commissie stelt vast dat de ondernemer drie jaar lang afrekeningen maakte zonder meetgegevens en pas na 16 maanden een nieuwe meter plaatste. Daarom moet de ondernemer de kosten voor de ontbrekende radiator halveren. Voor het overige blijft het gemeten verbruik staan, omdat er geen bewijs is dat de metingen onjuist zijn en de consument wijzigingen in de woning niet had gemeld. Ook vindt de commissie dat de ondernemer veel te laat reageerde en verwacht zij dat het bedrijf zijn processen verbetert. De klacht is daarmee gedeeltelijk gegrond.

De volledige uitspraak

Samenvatting

Volgens de consument is er sprake van structureel te hoog geschatte meterstanden, een onjuist “gemeten” extreem verbruik bij sommige meters en werd zijn klacht niet serieus in behandeling genomen. De commissie komt tot de conclusie dat de consument pas na 16 maanden uitsluitsel kreeg, dat één meter ontbrak en er drie jaar een verbruik is geschat. De ondernemer moet een deel van de in rekening gebrachte kosten terugbetalen en moet een onderzoek instellen naar het gestelde extreme verbruik.

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 14 juli 2021 met de ondernemer tot stand gekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van warmte. De consument klaagt erover dat meterstanden structureel te hoog worden geschat, het `gemeten’ verbruik bij sommige meters extreem is en zijn klacht niet serieus in behandeling werd genomen.

De consument heeft de klacht eerst voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Feitelijk gaat het om drie kwesties:
• structureel te hoog geschatte meterstanden
• “gemeten” extreem verbruik bij sommige meters.
• klacht werd niet serieus in behandeling genomen

In 2021 kocht ik het pand van een verkoper die het pand verbouwde tot kamerverhuurpand met vijf kamers als onderdeel van de koop. Als passief belegger in vastgoed ben ik bij heel dat proces niet betrokken geweest want er werd “sleutel op de deur” opgeleverd. Sindsdien doet een lokale beheerder het volledige beheer en kom ik daar maar zelden. Ik heb tenslotte een beheerder en woon 115 km verder, dus spontaan langsgaan is er niet bij. Verder hebben huurders hun privacy en mag je alleen met goede reden en na toestemming binnen. Deze samenloop van omstandigheden en mijn drukke hoofdwerkzaamheden hebben er waarschijnlijk voor gezorgd dat pas enkele maanden na de hoge jaarafrekening van mijn kant duidelijk werd dat er een meter ontbrak in de woning.

Uit de gesprekken met de ondernemer in voorbije weken blijkt dat zij naar allerlei regeltjes in de Algemene Voorwaarden verwijzen waarin per saldo de gevolgen van het niet ontvangen van de radiosignalen met meetgegevens – om welke reden dan ook – bij de klant worden neergelegd.
Persoonlijk vind ik dat een wel heel erg gemakkelijke en eenzijdige benadering:
· de ondernemer heeft drie jaar op rij een jaarafrekening gemaakt naar nu blijkt zonder ook maar enige meetdata ontvangen te hebben! Het kan dus niet anders dan dat ten minste een medewerker dit minimaal één keer per jaar geconstateerd moet hebben, verder geen enkele actie heeft ondernomen, en besloten heeft dan maar te schatten en de rekening te versturen. Drie jaar op rij. Dat gaat veel verder dan het soms niet kunnen ontvangen van een radiosignaal, en wijkt sterk af van de ontvangst in de jaren daarvoor (meter zou geïnstalleerd zijn in 2019) waarin blijkbaar wel voldoende informatie werd ontvangen. Daar zijn immers de schattingen in latere jaren op gebaseerd. Ook de signalen van de andere meters van hetzelfde type in de woning worden wel goed ontvangen.
· Sinds juli 2024 heb ik schriftelijk aan de ondernemer kenbaar gemaakt dat de meter niet te vinden was, waarna ik vragen ben gaan stellen waarop de verbruikskosten dan wel gebaseerd waren. Pas in november 2025, 16 maanden later, laat de ondernemer een nieuwe meter installeren.
· Kortom, beide partijen hebben wel wat steken laten vallen.

Maar eigenlijk gaat deze kwestie niet primair over wie had moeten constateren en handelen, en wanneer. Het gaat mij erom dat de schatting extreem hoog is. De ondernemer stelt dat die gebaseerd is op historisch verbruik van de meter, verbruik dus van voor dat ik eigenaar werd van het pand. Deze manier van schatten houdt er op geen enkele manier rekening mee dat:
· De originele ruimte waarin die radiator hing als gevolg van de verbouwing simpelweg niet meer bestaat. Voor deze verbouwing was sprake van een woonkamer met open keuken, daarna van twee onafhankelijke kamers en aparte keuken. De plek waar de verdwenen meter hing is onderdeel geworden van een van deze nieuwgevormde kleinere kamers.
· De gebruiker die er woonde gedurende de laatst geregistreerde periode van warmtevraag is vertrokken op moment van aankoop van het pand. Het verbruik na aankoop inschatten op basis van warmtebehoefte (temperatuur én aantal uren per dag) door laatste gebruiker vóór aankoop is feitelijk volstrekt willekeurig. Het gaat immers om andere mensen met andere behoeften (en ook nog een andere ruimte). Het verband tussen de warmtebehoefte van nieuwe en oude gebruikers van de radiatoren is in dat opzicht niet groter dan het verband tussen de warmtebehoefte van de nieuwe gebruikers en een willekeurige andere gebruiker in het blok. Om dan bij gebrek aan meetdata je schatting te baseren op één voormalige gebruiker is m.i. niet te rechtvaardigen. De groep waarop je de schatting baseert zou een stuk groter moeten zijn (des te groter des te beter), bijvoorbeeld het gemiddelde van een gehele blok.
Kortom: De hier gehanteerde schatting op basis van historisch verbruik is niet representatief om beide redenen. Ik verzoek de Geschillencommissie dan ook om een meer representatieve maatstaf voor de schatting te hanteren, en wel over de periode sinds de laatste meetdata ontvangen werden tot en met het moment dat de nieuwe meter onlangs werd gemonteerd (26 november 2025).

De tweede kwestie gaat over het extreem hoog verbruik zoals geregistreerd zou zijn in een andere verhuurde kamer K4. Deze kamer op de eerste verdieping is 19,1 m2 groot en heeft twee radiatoren met verdeelmeters 94580547 & 94580548.
Het blok bestaat uit 26 praktisch identieke rijtjeshuizen samen goed voor 2072 m2 woonoppervlakte waarmee door de ondernemer gerekend wordt. In de periode 1 april 2023 t.e.m. 30 april 2024 was volgens de opgave van de ondernemer het variabele warmteverbruik (92,5% van totaal) 540,5 GJ, ofwel 20,79 GJ gemiddeld per huis. Voor [adres] is dit variabel deel volgens opgave van Ennatuurlijk 148,0 GJ. U leest het goed: 1 van de 26 adressen zou 27,4% van de totale in het blok gebruikte energie hebben afgenomen. Per oppervlakte bekeken: 0,26086 GJ/m2 gemiddeld, voor [adres] die iets groter is (82 m2) dan gemiddeld: 1,80488 GJ/m2. Kijken we achter de voordeur dan zien we dat het vooral de geschatte meter en de meters van kamer K4 zijn die extreme data rapporteren:
· K4 is een kamer van 19,1 m2 met 2 verdeelmeters die op 13 maanden samen 81,6 GJ ‘meten’ ! Een kamer van nog geen 20 m2 zou dus net zo veel verbruikt hebben dan 4 x het huisgemiddelde in het blok.
· Per m2: In deze kamer zou over een langere periode gemiddeld 16 x meer energie per m2 verbruikt zijn dan gemiddeld in het blok, met verdere uitschieters in bepaalde periodes.
Het gaat mijn voorstellingsvermogen te boven hoe je dat voor elkaar zou kunnen krijgen. Het lijkt me in ieder geval heel onrealistisch. Naar aanleiding van de situatie heeft met toestemming een inspectie in de kamer plaats gevonden en er is in ieder geval geen sprake van het verbouwen van plantjes o.i.d. Dat was ook onwaarschijnlijk gezien de aard van bewoning en beperkte grootte van de ruimte.

Kort nadat ik de zeer hoge jaarafrekening 2024 had ontvangen heb ik al eerste contact gehad met de ondernemer om samen te onderzoeken of dit wel klopte én om kans op herhaling in de toekomst zo klein mogelijk te maken. Na een eerste korte uitleg plus wat informatie over de meters werd het echter van hun kant heel stil.
Ik heb daarna meerdere e-mails verstuurd en zeker vijf keer met de klantenservice gebeld. E-mails bleven onbeantwoord, telefonisch contact met de klantenservice eindigde steevast met het verhaal dat men het ging doorgeven aan de verantwoordelijke afdeling die met mij contact zou opnemen, waarna er niets gebeurde. Dat kan een keer gebeuren in een grote organisatie, maar niet talloze keren. Mijn klacht werd gewoon niet serieus genomen. Resultaat is wel veel ergernis, onzekerheid of dit werd opgelost, en ook de nodige tijd om elke keer weer voorbereid de communicatie aan te gaan.
Omdat ik na bijna anderhalf jaar in parallel met het opstarten van de casus bij Geschillencommissie nog een allerlaatste poging heb gedaan om e-mail contact met de ondernemer te zoeken, kwam er dan drie maand later (!) op 31 oktober eindelijk ‘een’ antwoord op deze e-mail. Niet dat ik daar veel mee kon.
Tot zover de klantenservice bij de ondernemer. Onwillekeurig moet je toch denken aan de (bijna) monopolypositie die de ondernemer heeft als je in een bepaalde wijk woont. Ik snap inmiddels ook de slechte online review score wel. Hangende de behandeling door de Geschillencommissie komt er dan een excuus voor de gang van zaken, maar dit voelt toch als mosterd na de maal tijd.

De voorbije twee weken zijn we samen eindelijk constructief in gesprek geweest om te onderzoeken of we alsnog tot een compromis konden komen.
Kamer K2: geschat verbruik
Na een telefoongesprek over de details van de klacht en intern overleg heeft de ondernemer 50% ‘coulance’ aangeboden, een term die op zich al aanduidt dat men inziet dat ze zelf ook een forse bijdrage hebben geleverd aan de ontstane situatie. Gezien mijn kijk op deze kwestie, denk ik dat het nogal tijd veel is om 50% te moeten betalen en dat we het eerder zouden moeten zoeken richting het gemiddelde verbruik van de blok. Maar alles overziend was ik wel bereid hiervoor te schikken mits dit zou gebeuren (1) op basis van de volledige periode tussen laatste ontvangen meterstanden en de dag dat de nieuwe meter geplaatst werd, en (2) dat de compensatie i.v.m. het energieplafond op de juiste manier zou worden meegenomen. Beiden waren nl. niet het geval in het voorstel van de ondernemer, en mijn verzoek om hun voorstel daarop aan te passen werd niet in behandeling genomen.
Kamer K4: Extreem verbruik.
De ondernemer stelt zich op het punt dat het een feit is dat dit warmteverbruik is gemeten. Dat zie ik toch wel wat genuanceerder. Feit is dat er ‘’eenheden’’ gemeten zijn, die op afstand verzameld zijn. Feit is ook dat die meters geen energieverbruik maar slechts een temperatuurverschil tussen voor- en achterzijde van de warmteverdeelmeter registreren als ‘maatstaf’ voor het energieverbruik. Er wordt verondersteld dat die eenheden onder alle omstandigheden (!) representatief zijn voor de geleverde warmte aan de woning maar dat is natuurlijk maar de vraag.
· Een rondgang op internet laat al snel zien dat gebruikers daar regelmatig toch heel andere ervaringen mee hebben. Sommige weten kennelijk zelfs hoe je die warmteverdeelmeters kunt manipuleren. Anderen zijn simpelweg bang om de radiator open te zetten.
· Ik kan als verhuurder niet afdwingen dat bewoners iets dicht bij de meters plaatsen of hangen. Je dient hun privacy te respecteren en kunt het hooguit adviseren. Ik heb geen idee wat er in de praktijk in sommige kamers gebeurt. Feit is wel dat iemand die in een woonruimte van afgerond 20 m² leeft als snel dingen dicht op elkaar heeft staan. Mogelijk dat er nog andere zaken meespelen waar ik als verhuurder op afstand geen weet van heb.
· Als ik kijk naar de energie per eenheid (GJ/eenheid) die berekend wordt voor de diverse perioden tussen april 2023 en maart 2025, dan die ik dat er een factor 2,3 (!) verschil zit tussen de hoogste en laatste conversiewaarde. Hoe representatief is het temperatuurverschil aan de radiator (eenheden) dan voor het daadwerkelijke energieverbruik? Vreemd.
· En verder is het best bijzonder dat het gerapporteerde energieverbruik in het blok jaarlijks toeneemt in een tijd waarin mensen steeds energiebewuster met hun verbruik omgaan:
van tot Energie (GJ) verschil
1-4-2022 31-3-2023 497
1-4-2023 31-3-2024 541 9,0%
1-4-2024 31-3-2025 572 5,7%
15% extra op twee jaar tijd is veel. Meer aanvoerverliezen door veroudering?
Dat ik de representativiteit van geregistreerde gegevens ter discussie stel is niet zonder reden. Na omzetten van gemeten temperatuurverschillen/eenheden naar energieverbruik komen er dusdanige hoeveelheden uit die mij uiterst irreëel lijken. Ik kan me voorstellen dat je in de hel meer verbruikt, misschien het dubbele, en als je echt heel gek doet drie keer het gemiddelde, maar geen zestien keer en in bepaalde perioden zelfs twintig keer meer dan gemiddeld. Dit is ongeloofwaardig en valt niet uit te leggen. Op de achtergrond speelt mee dat ik mogelijk ter verantwoording wordt geroepen door de Huurcommissie, die gezien hun reputatie hier zeker niet in mee zal gaan. Geïnspireerd door het landelijke energieplafond van de Rijksoverheid (2023) heb ik daarom aan de ondernemer een voorstel gedaan die de extreme waarden uit de afrekening haalt.
Idee was om te kijken naar het gemiddelde verbruik per m2 in het blok tijdens deze periode van 13 maanden (1 april 2023 t.e.m. 30 april 2024) en dit als maatstaaf te nemen. Werd gedurende deze periode in een kamer (met één of twee radiatoren en dus meters) meer dan driemaal het gemiddelde verbruik per m2 ‘gemeten’, dan zou het afgetopt worden op driemaal het gemiddelde (plafond), was het lager dan geldt de geregistreerde waarde. De ondernemer wilde daar niet aan meewerken en hee ook geen tegenvoorstel gedaan zodat het woord nu is aan de Geschillencommissie.

Het is wellicht goed te vermelden dat ik hier niet primair voor mezelf spreek. Gezien de aard van bewoning ben ik de contractant voor energie. De vijf huurders betalen een voorschot per maand en jaarlijks moet afgerekend worden over de daadwerkelijke kosten o.b.v. de jaarrekening van de energieleverancier. Als ik de huidige kosten integraal doorreken aan huurders acht ik de kans groot dat zij naar huurcommissie stappen. Dat zou ik sowieso graag willen vermijden. Maar mocht het zo ver komen dan hoop ik dat een onderbouwde uitspraak van de Geschillencommissie mij juridisch sterker doet staan in wat dan volgt. Het risico blijft niettemin groot dat ze de meterstanden als onrealistisch in vraag gaan stellen en zich zullen conformeren aan Nibud normen. Dan zal ik alsnog persoonlijk de financiële gevolgen dragen voor deze kwestie, een uiterst onbevredigend vooruitzicht.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De consument verhuurt kamers aan studenten in een woning aan [adres]. Na het ontvangen van de eindafrekening in 2024 heeft hij contact opgenomen over het hoge verbruik. In het geschil vraagt de consument om het verbruik te maximaliseren tot driemaal het gemiddelde van het verbruik van het gehele blok. Daarnaast wordt benoemd dat wij al jaren het verbruik van één radiator berekenen zonder hier contact over op te nemen. Als laatste geeft de consument aan zich niet gehoord te voelen in het afhandelen van zijn vraag.

[Adres] is aangesloten op een “WKV-aansluiting” ook wel blokverwarming genoemd. De verwarming wordt geleverd via een gemeenschappelijk systeem. Om vast te stellen wie verantwoordelijk is voor welk deel van het verbruik, is iedere radiator in de woning voorzien van een elektronische radiatormeter. Op basis van de gegevens die deze meters registreren, wordt het totale verbruik verdeeld. Daarnaast wordt ook het totale warmteverbruik het blok gemeten. De hoofdmeter meet het totale warmteverbruik van het woonblok. Aan de hand van de radiatormeter wordt het individuele verbruik afgerekend.
Volgens onze administratie zijn op dit adres zeven radiatoren aanwezig.

Het geschil bevat drie onderdelen:
1. Berekende meterstanden
2. Het gemeten verbruik
3. Vertraagde reactie Ennatuurlijk

Op 16 november 2019 is meter “Woonkamer 94580544” geplaatst. Tot en met 13 juli 2021 was het mogelijk deze meter op afstand uit te lezen. Na deze datum (waarop de consument eigenaar werd) kwam er geen informatie meer binnen. Benadrukt moet worden dat het niet kunnen uitlezen van de meter geen directe aanleiding is tot actie. Soms is het signaal niet sterk genoeg en berekenen we op dat moment het verbruik op basis van historische meetgegevens, zoals beschreven in artikel 10.4 van de Algemene Voorwaarden Wijkverwarming.
De klant bracht ons pas op 27 juli 2024 op de hoogte dat op de desbetreffende radiator geen meter zat, en de meter ook niet meer aanwezig was in de woning. Hier is in het verleden géén melding van gemaakt bij ons. Hoewel dit wel een verantwoordelijkheid is van de consument om dit te melden. Zoals beschreven staat in onze Algemene Voorwaarden Wijkverwarming. Inmiddels is er op 26 november 2025 een nieuwe meter geplaatst.

Uit artikel 11.2 van onze Algemene Voorwaarden Wijkverwarming blijkt dat de Aanvrager en/of Verbruiker er zorg voor draagt dat de Warmtekostenverdelers steeds goed bereikbaar zijn en goed kunnen worden afgelezen. Tevens dient hij de Warmtekostenverdelers te behoeden voor beschadiging en tegen verbreking van de verzegeling. (zie pagina 8/14)
Artikel 11.3 houdt in: De Aanvrager en/of Verbruiker is verplicht het Bedrijf in de gelegenheid te stellen tot opname van de Warmtekostenverdelers en hem tijdig in kennis te stellen van omstandigheden die van belang zijn voor de meteropname en voor de vaststelling van het verbruik.
Officieel worden deze kwesties gezien als fraude. We begrijpen dat de consument niet woont op dit adres. We zijn ervan overtuigd dat hij het niet doelbewust verzwegen zal hebben. Echter zijn we wel van mening dat de verantwoordelijkheid van het controleren van de afrekeningen en daarbij ook de installatie bij de consument ligt. Hij had daarom hier ook eerder een melding van moeten maken.
De consument vermeldt in de toelichting van zijn klacht dat hij in verband met privacy bijna nooit in de studentenkamers komt. In een telefoongesprek vertelde hij dat deze betreffende kamer al diverse huurders heeft gehad in de afgelopen jaren. Wat betekent dat het aannemelijk is dat er controles plaatsvonden bij het opleveren van de kamer bij vertrek en inhuizing van nieuwe studenten. Wat benadrukt dat de consument zelf ook geen aandacht heeft besteed aan bovenstaande kwestie.
Ook vertelde de consument dat de woning is gerenoveerd vóór de verkoop door de vorige eigenaren en er zijn wijzigingen aangebracht in de binneninstallatie. Hier zijn wij niet van op de hoogte gebracht door zowel de oude als de nieuwe eigenaar. Dit had wel gemoeten volgens artikel 9.3 van onze Algemene Voorwaarden Wijkverwarming: Wijziging, uitbreiding en/of vernieuwing van de Binneninstallatie behoeft de schriftelijke toestemming van het Bedrijf. Werkzaamheden aan de Binneninstallatie mogen slechts worden uitgevoerd door een Installateur. Het Bedrijf kan anderen desgevraagd en van geval tot geval tot wederopzegging schriftelijke toestemming verlenen tot het verrichten van bepaalde technische werkzaamheden aan de Binneninstallatie.

De consument verzoekt om het gehele verbruik van de eindafrekening te maximaliseren tot driemaal het gemiddelde van het betreffende woonblok. Zoals staat beschreven in de klacht van de consument worden de kamers verhuurd aan studenten. Voor zowel uw beeldvorming als voor de consument hebben we een overzicht gemaakt waarin duidelijk te zien is dat het verbruik in de warme maanden afneemt. Zodra het kouder wordt stijgt het verbruik weer, wat erop wijst dat het afgenomen verbruik is, en het ook niet om een defect gaat. Er is voor ons geen gegronde reden om het gemeten verbruik aan te passen. Daarom hebben we de consument geadviseerd om het gesprek met de bewoners aan te gaan hoe ze verantwoord omgaan met de warmte in hun kamer.
De consument stelt vragen in zijn toelichting wat het effect is van voorwerpen (meubels, gordijnen) voor de meter, of als deze vlak bij een raam staat. Dit kan zeker effect hebben op het verbruik en mogelijk daarmee de metingen. En is om die reden ook niet toegestaan. Zie hiervoor Artikel 19.1.c van de Algemene Voorwaarden Wijkverwarming (Het is de Aanvrager en/of Verbruiker verboden:
c. handelingen te verrichten of te doen verrichten, waardoor de omvang van de Levering niet of niet juist kan worden vastgesteld, dan wel een situatie te scheppen, waardoor het normaal functioneren van de Meetinrichting en/of Warmtekostenverdeler(s) of andere apparatuur van het Bedrijf wordt verhinderd of de tarieven van het Bedrijf niet of niet juist kunnen worden toegepast;). Daarnaast zorg je voor een warmteblokkade zodra je gordijnen sluit of meubels dicht bij een radiator plaatst. Wat zorgt voor extra hoog verbruik. Maar dit valt binnen de verantwoordelijkheid van de bewoners.

We begrijpen dat er een uitzonderlijk hoog verbruik is geweest op [adres]. Echter is dit voor ons geen aanleiding om te twijfelen aan de metingen. Gezien de situatie dat er studenten woonachtig zijn op dit adres is het heel aannemelijk dat zij minder aandacht hebben voor energiebesparing en bijvoorbeeld de verwarming uitzetten bij afwezigheid.

De consument heeft in juli 2024 een eindafrekening ontvangen en heeft hiervoor contact met ons opgenomen om dit te verklaren. Omdat hij pas in oktober 2025 een inhoudelijke reactie heeft ontvangen, heeft hij de noodzaak gevoeld om naar de Geschillencommissie Energie te stappen. Dat hij zo lang op een reactie heeft moeten wachten, is niet wat onze klanten van ons mogen verwachten. Dit hebben we intern zeker opgenomen. Inmiddels heb ik hier zowel telefonisch als schriftelijk onze excuses voor aangeboden.

We zijn tweemaal telefonisch in contact geweest om tot een schikking te komen. Ons voorstel was om 50% van de ontbrekende radiator op zich te nemen. Deze coulance is gebaseerd op het in gebreke blijven van tijdig reageren op de vraag over de eindafrekening. Daarnaast hadden wij ook eerder actie kunnen ondernemen na meerdere keren het niet kunnen uitlezen van de meter. Hoewel de consument verantwoordelijk is voor het doorgeven van wijzigingen aan de binneninstallatie die betrekking hebben op de meters, had de consument ook de jaarafrekeningen die vanaf 2021 zijn verstuurd kunnen controleren en actie kunnen ondernemen.
Helaas konden we elkaar niet vinden in de voorstellen en laten daarom uitspraak over aan de leden van de Geschillencommissie Energie.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Tijdens de zitting heeft de commissie kunnen constateren dat beide partijen naar een billijke oplossing streven, maar dat zij er de voorkeur aangeven dat de commissie allereerst haar oordeel over de ontstane situatie uitspreekt.

Tijdens de zitting is ook bevestigd dat de ondernemer drie jaar op rij een jaarafrekening heeft gemaakt zonder ook maar enige meetdata ontvangen te hebben. De commissie wijst erop dat het juist de bedoeling is om gebruikers van energie recente gegevens te verschaffen opdat de gebruiker inzicht krijgt in zijn energieverbruik en kan proberen om in het licht van de bescherming van het klimaat dat energieverbruik te verminderen.

Het mag zo zijn dat de consument niet heeft geconstateerd bij een wisseling van kamerbewoner of de meetapparatuur nog steeds in alle kamers aanwezig was, maar voor een energieleverancier geldt dat als een meter stelselmatig aangeeft dat sprake is van geen verbruik er onderzoek moet worden verricht. Dan moet worden nagegaan of de meter nog aanwezig is of dat sprake is van het niet ontvangen van de radiosignalen met meetgegevens. De commissie acht dit onderdeel van de klacht gegrond.
De ondernemer heeft voorgesteld om voor de ontbrekende radiator uit te gaan van 50%. De commissie acht dat een redelijk voorstel.

De consument klaagt er verder over dat de door de ondernemer gedane schattingen (veel) te hoog zijn. Daarbij valt er allereerst op te wijzen dat de ondernemer heeft aangegeven dat de schatting berust op verbruiksgegevens van de bewoners die het pand bewoonden voordat de consument dat kocht. Verder is het zo dat nu er geen sprake is van een meter waarvan het gebruik op afstand is af te lezen de ondernemer als deze geen gegevens van de bewoner(s) ontvangt aangewezen is op een schatting. Op basis van door de nieuwe bewoners of de nieuwe eigenaar aangedragen gegevens kan die schatting worden bijgesteld. Zo is tussen partijen niet in geschil dat de consument de ondernemer er niet van op de hoogte had gesteld dat het pand was verbouwd. De ondernemer zou er daarom goed aan doen om ervoor te zorgen dat de consument niet pas bij de jaarrekening maar al tussentijds op de hoogte wordt gebracht van het verbruik.
Nu consument verklaard heeft dat het verbruik over de afgelopen jaren niet bijzonder afwijken, zelfs is afgelopen jaar minder verbruikt, ziet de commissie geen aanleiding om het verbruik te corrigeren.

De ondernemer heeft aangegeven dat de beantwoording van de vragen van de consument te veel tijd heeft gekost en dat dit mede tot gevolg heeft gehad dat de consument zich genoodzaakt zag de geschillencommissie te benaderen. De commissie vertrouwt erop dat de ondernemer maatregelen treft die een spoediger afdoening van vragen zullen bewerkstelligen.

De commissie is derhalve van oordeel dat de klacht ten dele gegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie
· gelast de ondernemer de in rekening gebrachte energiekosten ter zake van de ontbrekende radiator te halveren;
· adviseert de ondernemer om na te gaan of alle gebruikte meters aan de daaraan te stellen eisen voldoen en mocht dit het geval zijn dan verwacht de commissie dat de ondernemer de consument een redelijk voorstel te dier zake doet.

De commissie wijst het meer of anders verlangde af.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie een bijdrage in de behandelingskosten verschuldigd.

Deze behandelingskosten worden geheel betaald.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer prof. mr. A.W. Jongbloed, voorzitter, de heer R.A. Timmer, mevrouw J.M.A. van Haren, leden, op 9 februari 2026.

Opslaan als PDF