Commissie: Voertuigen
Categorie: Overig
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: tussenadvies
Uitkomst: aanvullend deskundigenonderzoek nodig
Referentiecode:
978033/1041460
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument bracht zijn auto op 7 maart 2024 naar de ondernemer voor een olielekkage. Na de reparatie ontstonden motorproblemen. De auto staat al meer dan een jaar bij de ondernemer, maar is nog steeds niet gerepareerd. De consument vermoedt dat de schade door de reparatie is ontstaan. De ondernemer denkt dat het probleem komt door slijtage. Omdat de oorzaak niet duidelijk is, laat de commissie een deskundige onderzoek doen. Die moet onder andere beoordelen of de reparatie goed is uitgevoerd en wat herstel zou kosten. De klachtbehandeling wordt voorlopig aangehouden.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
Het geschil vloeit voort uit een op 26 februari 2024 tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het verrichten van opgedragen werkzaamheden, tegen een door de consument te betalen prijs van € 1.027,37.
De overeenkomst is op 7 maart 2024 uitgevoerd.
De consument heeft de klacht op 7 maart 2024 voorgelegd aan de ondernemer.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Geruime tijd geleden bracht de consument zijn auto bij de ondernemer vanwege een olielekkage. Bij het ophalen van de auto werd een melding “motorstoring” zichtbaar en liep de motor onregelmatig. De auto werd bij de ondernemer achtergelaten om na te gaan of dit een gevolg was van de uitgevoerde reparatie. Dit proces duurt al meer dan een jaar. De ondernemer gaf tweemaal aan dat de auto was hersteld, maar in beide gevallen was daarvan geen sprake. Telkens kwam het probleem na het starten van de motor terug. Ook kreeg de consument een bericht van de ondernemer dat bij een testrit de motor volledig was vastgelopen. De consument weet niet hoe het verder gaat en hoe hij verder moet handelen. Hij heeft de ondernemer bij brief van 12 mei 2025 in gebreke gesteld.
De consument verlangt dat de auto kosteloos wordt hersteld, met een vergoeding aan hem van € 200,– dan wel dat de ondernemer de auto van hem koopt voor een bedrag van € 5.000,–.
Ter zitting heeft de consument nog in hoofdzaak het volgende aangevoerd.
Inderdaad, het vermoeden bestaat dat de reparatie van de olielekkage niet goed is uitgevoerd, met als gevolg motorschade. Toen de auto ter reparatie werd gebracht was er nog geen schade, behalve olielekkage.
De consument kan ermee instemmen dat de commissie een deskundige benoemt om de gang van zaken te onderzoeken.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Het spijt de ondernemer dat de zaken niet zijn gelopen als gehoopt. De consument hoorde niets omdat er geen nieuwe ontwikkelingen waren.
Op 26 februari 2024 is de afspraak gemaakt om de olielekkage te gaan repareren. Het leek alleen te gaan om de olieniveausensor. De olie zou niet worden vervangen, maar hergebruikt omdat de auto zou worden verkocht. Het bleek dat niet alleen de sensor lek was, maar ook de oliekoeler/wisselaar. Dat was extra werk. Op 7 maart 2024 waren de werkzaamheden afgerond. De factuur van 18 maart 2024 is door de consument keurig voldaan. Op 20 maart 2024 werd de auto ingepland voor nader onderzoek naar het brandende motorstoringslampje en het stotteren van de motor. De klachten waren inderdaad aanwezig, naar zeggen van de consument vanaf de reparatie. De ondernemer is de eerdere reparatie nagegaan en heeft ook nog een nieuwe pakking van het spruitstuk gemonteerd. Ook werd de helpdesk geraadpleegd. Daaruit kwam naar voeren dat de auto niet goed communiceert. De professionele tester van de ondernemer kreeg nauwelijks verbinding met de auto, terwijl het juist met auto’s van dat merk vaak goed gaat. Met een andere tester werden 2 foutcodes opgespoord betreffende de nokkenastiming. Dit kan het gevolg zijn van slijtage van de distributieketting en/of de spanner. Het is de vraag of de consument nog kosten daarvoor wil maken.
De ondernemer heeft de klacht van de consument serieus genomen, maar het lijkt erop dat het aan de auto zelf ligt en niet aan de ondernemer of de uitgevoerde reparatie.
Ter zitting heeft de ondernemer verder nog in hoofdzaak het volgende aangevoerd.
De auto staat nog steeds op het terrein van de ondernemer. Het lijkt erop dat de motor is vastgelopen.
De ondernemer is bereid zijn medewerking te verlenen aan een onderzoek door een deskundige in opdracht van de commissie.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
In het onderhavige geschil klaagt de consument over een brandend motorstoringslampje en een stotterende motor na een door de ondernemer uitgevoerde reparatie wegens een olielekkage.
De auto staat al meer dan een jaar bij de ondernemer, die wel onderzoek heeft verricht, maar geen gerepareerde auto aan de consument heeft geleverd.
De ondernemer voert verweer en wijt de opgetreden motorstoring niet aan zijn reparatie, maar aan slijtage van diverse onderdelen van de auto zelf.
De commissie is van oordeel dat zij gelet op de huidige stand van zaken, waarbij de aard en de oorzaak van het opgetreden gebrek niet kunnen worden vastgesteld, geen inhoudelijke beslissing kan nemen die recht doet aan de gerechtvaardigde belangen van partijen bij de uitkomst van deze procedure. Zij is dan ook voornemens een deskundige te benoemen en aan deze de volgende vraagstelling voor te leggen:
– Kunt u uw oordeel geven over de mogelijke oorzaak en aard van het opgetreden gebrek;
– Bestaat er een verband tussen het door u geconstateerde gebrek en de eerdere reparatie van de ondernemer wegens de olielekkage.
– Is die reparatie naar behoren uitgevoerd;
– Kunt u een opgave doen van de (door uw geschatte) kosten van herstel;
– Het staat u vrij om het onderzoek naar eigen inzicht uit te voeren. Wel dient dit bij voorkeur plaats te vinden in de garage van de ondernemer en zoveel mogelijk in aanwezigheid van partijen.
– Mocht u nog andere opmerkingen of bevindingen hebben die voor de beantwoording van het geschil van belang zijn dan kunt u daarvan melding maken.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie bepaalt dat een (nader) onderzoek zal worden ingesteld door een nader te bepalen deskundige, waarbij in het bijzonder de hiervoor geformuleerde vraagstelling aan de orde zal worden gesteld.
De deskundige zal schriftelijk rapport aan de commissie uitbrengen. Het rapport zal in afschrift aan partijen worden gezonden. Partijen worden in de gelegenheid gesteld daarop binnen twee weken schriftelijk hun op- en aanmerkingen aan de commissie kenbaar te maken.
Tenzij (één der) partijen uitdrukkelijk te kennen geven (geeft) een nadere mondelinge behandeling op prijs te stellen, zal de commissie vervolgens op basis van de stukken bindend adviseren.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit de heer mr. F.C. Schirmeister, voorzitter, de heer P.G. Nieuwenhuijse, mevrouw mr. E.J.P.J.M. Kneepkens, leden, op 19 juni 2025.