Commissie: Voertuigen
Categorie: BOVAG-garantie
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ten dele gegrond
Referentiecode:
1310772/1319615
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument kocht een auto met BOVAG‑garantie. Kort na de aankoop klapte de distributieriem. Volgens de consument had de ondernemer haar moeten informeren over de onderhoudsstaat en is sprake van dwaling. De ondernemer betwist dit. De commissie vindt niet bewezen dat er sprake is van dwaling. Wel mocht de consument door de BOVAG‑garantie en de 40‑puntencheck verwachten dat de auto niet zo snel zulke ernstige problemen zou krijgen. Dat de distributieriem niet kon worden gecontroleerd zonder demontage, betekent niet dat dit onderdeel van de garantie is uitgesloten. De ondernemer moet daarom de distributieriem vervangen én alle gevolgschade herstellen, beide op eigen kosten. Ontbinding van de koop is nog niet aan de orde. De kosten voor een vervangende auto komen voor rekening van de consument, omdat zij zonder overleg een duurdere huurauto heeft genomen terwijl de ondernemer een goedkoper alternatief had aangeboden. De klacht is deels gegrond.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft een klacht over gebreken van een auto na levering.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De consument klaagt dat de ondernemer een voertuig aan haar heeft verkocht die zij nooit zou hebben gekocht als zij volledig en correct was geïnformeerd over de staat van het onderhoud. Na aflevering is de distributieriem geklapt. De consument heeft de auto bij de ondernemer geparkeerd en een ‘vernietiging verklaring’ aan de ondernemer gestuurd. Van een officiële Ford Dealer heeft zij de bevestiging gekregen dat de distributieriem na tien jaar sowieso vervangen had moeten worden. Voorts zou het zo goed als zeker zijn dat er veel meer schade is dan alleen de distributieriem. Met name door het type van de motor 1.0L Ecoboost. Zuigers en kleppen en zeer waarschijnlijk ook de motor zal moeten worden vervangen. De kosten schat die dealer op € 9.000,-.
De consument wenst terugbetaling van het aankoopbedrag en teruggave van het door haar ingeruilde voertuig of de waarde daarvan.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar het schriftelijk verweer bij schrijven van 11 december 2025. De inhoud van dit schrijven dient als hier herhaald en ingelast te worden beschouwd. Er is volgens de ondernemer geen sprake van dwaling op basis waarvan de koopovereenkomst rechtsgeldig is of kan worden vernietigd en de ondernemer gehouden zou zijn het aankoopbedrag terug te betalen.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Gelet op de gemotiveerde betwisting door de ondernemer is onvoldoende onderbouwd en ook anderszins niet gebleken dat er in deze sprake is van dwaling van de consument. Op dit punt zal de klacht worden afgewezen.
Vaststaat echter dat de ondernemer de betreffende auto heeft verkocht met een door hem gegeven BOVAG-garantie met inbegrip van een 40 puntencheck. De consument mocht naar aanleiding daarvan in redelijkheid verwachten niet geconfronteerd te worden met het zeer kort na de aankoop klappen van de distributieriem.
De omstandigheid dat op de distributieriem tijdens die 40 punten check niet is gecontroleerd omdat alleen door demontage controle mogelijk is, kan daar onvoldoende aan afdoen. Een dergelijke mededeling kan immers niet worden gezien als een expliciete uitsluiting van de garantie wat betreft die distributieriem.
Voor ontbinding van de overeenkomst, zoals de consument wenst, is echter nog geen aanleiding. De ondernemer moet in de gelegenheid worden gesteld voor zijn rekening die distributieriem te vervangen en tevens de eventuele gevolgschade van het ‘klappen’ van die distributieriem eveneens voor zijn rekening te herstellen.
Wat betreft de kosten voor de huur van een vervangende auto dienen deze in redelijkheid voor rekening van de consument te blijven omdat zij de ondernemer niet in de gelegenheid heeft gesteld voor een lager tarief (€ 25,-) een vervangende auto ter beschikking te stellen en zonder overleg met deze zelf heeft gekozen voor een duurdere oplossing.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ten dele gegrond is.
Hetgeen partijen voorts nog naar voren hebben gebracht behoeft geen bespreking nu dit niet tot een ander oordeel kan leiden.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie verklaart de klacht ten dele gegrond en bepaalt dat de ondernemer binnen twee maanden na verzending van deze uitspraak voor zijn rekening de distributieriem dient te vervangen alsmede voor zijn rekening de eventuele gevolgschade dient te herstellen.
Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 127,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Wijst af het meer of anders door de consument gevorderde.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit de heer mr. N. Schaar, voorzitter, de heer R. Romijn, de heer drs. E.J.M. Polman, leden, op 17 februari 2026.