Door toedoen van de ondernemer heeft vervuiling van de vloer plaatsgevonden. Dat nadien ook vervuiling heeft plaatsgevonden door bewonersgedrag doet hier niet aan af.

  • Home >>
  • Afbouw >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Afbouw    Categorie: Schadevergoeding    Jaartal: 2013
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: AFB09-0031

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 10 september 2008 tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het verrichten van overeengekomen stukadoorswerkzaamheden tegen de daarvoor door de consument te betalen prijs van € 2.809,– inclusief 6% BTW. De consument heeft een bedrag van € 2.809,– niet betaald en bij de commissie gedeponeerd.   Standpunt van de consument   Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.   Door de slechte afdekking van de vloer voor het begin van de werkzaamheden zijn er restanten van het spackspuiten op de vloer achtergebleven. Door pogingen om dit schoon te maken is de coating van de vloer onherstelbaar aangetast. De ondernemer wil zijn verantwoordelijkheid hierin niet nemen.   Ter zitting heeft de consument verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.   De vloer was kort voor de werkzaamheden gereinigd en dus schoon. De vloer was ongeveer vier jaar oud.   De consument verlangt een vergoeding voor het aanbrengen van een nieuwe siergrind vloer.   Standpunt van de ondernemer   Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.   De volgens de consument in de vloer waargenomen resten van verf en kalk en gaatjes zijn niet door de ondernemer veroorzaakt. De ondernemer heeft namelijk geen verf en/of kalk gebruikt. De gaatjes kunnen door iedereen die in de woning heeft gewerkt zijn veroorzaakt. De klacht van de consument is ongegrond.   De ondernemer heeft per brief van 18 juni 2010  laten weten zich te kunnen vinden in het deskundigenrapport. De ondernemer stelt reeds vanaf het begin af aan te hebben voorgesteld de gehele vloer op kosten van de ondernemer te laten reinigen door een professional. De consument heeft dit echter geweigerd. Omdat de consument de factuur van de ondernemer ten onrechte twee jaar onbetaald heeft gelaten, dient de consument de volledige factuur te betalen. Tevens vraagt de ondernemer zich af waar hij met de advocaatkosten en de kosten van de commissie terecht kan.   Ter zitting heeft de ondernemer verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.   Het aanbrengen van een laklaag is niet nodig.   Deskundigenrapport   De door de commissie ingeschakelde deskundige heeft blijkens zijn rapport, voor zover thans van belang, het volgende vastgesteld.   Langs de wanden zit witte vervuiling op de vloer. De witte waas is alkalisch, wat blijkt uit meting met teststrookjes. Tussen de woonkamer en de keuken zitten strepen op de vloer. Met schoon water en een borsteltje verdwijnt de vervuiling. Na droging zal deze echter weer terugkomen, omdat de vervuiling eruit gezogen dient te worden. De vloer is door bewonersgedrag ernstig vervuild. Naar zeggen bewoners mocht niet gereinigd worden om te voorkomen dat er meer witte waas zou ontstaan. De vloer is langs de kanten en in de hoeken vervuild door stukadoorswerkzaamheden. Doordat gebruik wordt gemaakt van water is dit onder de plakband gelopen en in de vloer getrokken.   De vloer is door reiniging op professionele wijze waarschijnlijk schoon te krijgen. De kalkhoudende vervuiling is als deze nat is verdwenen, echter bij het verdampen van het water neemt deze kalkwater mee naar de oppervlakte, carbonateert aan de oppervlakte en vertoont wederom een witte waas. Deze vervuiling dient met een krachtige zuiger te worden verwijderd. Eventueel met azijn schoonmaakmiddel neutraliseert men de carbonaat, waardoor deze niet meer wit terugkeert. Na het grondig reinigen kan de vloer met een watergedragen EP worden overgerold om de glans terug te krijgen en de witte waas te neutraliseren. Opgemerkt dient te worden dat deze laatste handeling alleen uitgevoerd kan worden als de vloer goed schoon en droog is, omdat men anders de vervuiling insluit met de aflak.   De herstelkosten bedragen bij benadering: Uitruimen woning en opslag materiaal  € 1.000,– Reinigen en overrollen siergrindvloer   €    500,– Totaal                                                    € 1.785,–   Beoordeling van het geschil   De commissie heeft het volgende overwogen.   De commissie neemt het deskundigenrapport tot basis van zijn bindend advies.   Uit het deskundigenonderzoek is genoegzaam gebleken dat door toedoen van de ondernemer vervuiling van de vloer heeft plaatsgevonden. Dat nadien ook vervuiling heeft plaatsgevonden door bewonersgedrag doet hier niet aan af.   Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.   De commissie is van oordeel dat het belang van beide partijen is, dat de herstelwerkzaamheden niet door de ondernemer maar door een door de consument zelf in te schakelen derde op kosten van de ondernemer dienen te worden uitgevoerd. Dit betekent dat het hierna te begroten bedrag voor herstelkosten in mindering dient te worden gebracht op het bedrag dat de consument nog aan de ondernemer verschuldigd is.   Anders dan de deskundige is de commissie echter van oordeel dat een bedrag van € 500,– voor het uitruimen van de woning en de opslag van het materiaal, mede gelet op de hoogte van de herstelkosten, een voldoende tegemoetkoming is. De consument kan derhalve aanspraak maken op een vergoeding van herstelkosten ad € 1.190,– inclusief BTW.   De consument is dan ook slechts het factuurbedrag ad € 2.809,– verminderd met de begrote herstelkosten ad € 1.190,–, oftewel € 1.619,– inclusief BTW aan de ondernemer verschuldigd.   De ondernemer heeft in januari 2009, ruimschoots voor het aanhangig maken van de klacht bij de commissie, ook aangeboden de vloer op zijn kosten de vloer te laten reinigen. De consument heeft dit aanbod toen niet geaccepteerd. Gelet op de beslissing zoals in de vorige alinea geformuleerd, is er sprake van een situatie zoals bedoeld in artikel 21 lid 1 sub b van het op dit geschil toepasselijke Reglement Geschillencommissie Afbouw, zodat de ondernemer niet gehouden is tot vergoeding van het klachtengeld aan de consument en ook geen behandelingskosten aan de commissie verschuldigd is. Ingevolge het reglement van de commissie worden slechts in bijzondere gevallen kosten vergoed, die verband houden met de behandeling van het geschil door de commissie. De commissie acht in dit geval geen bijzondere omstandigheden aanwezig om een vergoeding voor deze kosten toe te kennen. Het verzoek daartoe van de ondernemer wordt derhalve afgewezen.   Derhalve wordt als volgt beslist.   Beslissing   De ondernemer is aan de consument een vergoeding van € 1.190,– inclusief BTW verschuldigd, welk bedrag verrekend wordt met het bedrag van de openstaande factuur ad € 2.809,–.   De commissie wijst het meer of anders verlangde af.   Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie als bijdrage in de behandelingskosten van het geschil een bedrag verschuldigd van € 230,–.   Met in achtneming van het bovenstaande wordt het depotbedrag als volgt verrekend. Van het depotbedrag ad € 2.809,– dient een bedrag ad € 1.619,– te worden doorbetaald aan de ondernemer en het restant ad € 1.190,– te worden terugbetaald aan de consument.   Aldus beslist door de Geschillencommissie Afbouw, op 21 september 2010.